“Je kan gelijk krijgen van de rechter, maar daarmee heb je nog geen moreel gelijk.”
Het is pas voorbij, als het voorbij is. De Kamer van Volksvertegenwoordigers trekt opnieuw ten strijde in het dossier rond de omstreden pensioenbonus van voormalig Kamervoorzitter Siegfried Bracke. Nadat een rechter in Turnhout oordeelde dat het parlement de uitbetaling van Brackes uittredingsvergoeding niet mocht stopzetten, heeft N-VA-fractieleider Axel Ronse bevestigd dat de Kamer beroep aantekent tegen die uitspraak.
Het is het zoveelste hoofdstuk in een slepende kwestie die al jaren een schaduw werpt over de interne werking van het federale parlement.
Een obscure bonus die jaren onder de radar bleef
Centraal in de zaak staat een royale pensioenbonus voor voormalige parlementsvoorzitters, een regeling die decennialang vrijwel onbekend bleef: amper gedocumenteerd, nauwelijks gecontroleerd en binnen de instellingen stilzwijgend verdergezet.
Pas enkele jaren geleden kwam de regeling publiek aan het licht, en bleek dat oud-voorzitters — onder wie Bracke — recht hadden op een jaarlijkse toelage boven op hun gewone pensioen. De Kamer besliste daarop de uitbetalingen stop te zetten, met de argumentatie dat de regeling verouderd, onhoudbaar en maatschappelijk onaanvaardbaar was geworden.
Bracke vocht die beslissing echter aan. Volgens hem kon een verworven recht niet zomaar eenzijdig worden ingetrokken. De rechtbank gaf hem daar recent gelijk in: de Kamer mocht de vergoeding niet zonder meer schrappen.
Politieke verontwaardiging en een Kamer die zich verweert
Die uitspraak zorgt voor grote ergernis in politieke kringen. In Villa Politica vatte Axel Ronse het sentiment kernachtig samen:
“Je kan gelijk krijgen van de rechter, maar daarmee heb je nog geen moreel gelijk.”
Volgens Ronse stemden het Bureau van de Kamer én de Conferentie van Voorzitters unaniem in om in beroep te gaan. De redenering: een moreel onhoudbare regeling kan niet via procedurele weg in stand worden gehouden, zelfs al heeft ze ooit rechtsgeldigheid gekregen.
Het beroep maakt duidelijk hoe gevoelig het dossier blijft binnen de Wetstraat. De Kamer wil vermijden dat de uitspraak uit Turnhout een precedent schept dat andere oud-parlementsleden aanspoort om hun eigen dossier te heropenen.
Een potentieel domino-effect: andere ex-voorzitters kijken mee
Dat risico is niet theoretisch. In de marge van de zaak Bracke liet ook Herman De Croo, voormalig Kamervoorzitter en liberaal boegbeeld, verstaan dat hij een eigen procedure overweegt.
Hij noemde de gang van zaken “schokkend” en sprak van een “kleine staatsgreep tegen verworven rechten”.
Als meerdere oud-voorzitters naar de rechter stappen, dreigt het parlement niet alleen financieel maar ook institutioneel in het defensief te belanden — met een regeling die men zelf jarenlang toeliet, maar nu politiek onhoudbaar vindt.
Een dossier dat de politieke geloofwaardigheid blijft teisteren
De juridische strijd rond de pensioenbonus legt niet alleen een oud zeer bloot, maar ook de politiek hypocrisie: binnen het parlement bestaan regelingen die decennia standhielden zonder transparantie, externe toetsing of duidelijke maatschappelijke legitimatie, maar wel elke politicus van op de hoogte was.
Wat ooit interne, discreet afgehandelde afspraken waren, worden vandaag afgerekend op een veel strikter maatschappelijk en politiek kader.
Met het beroep tegen de uitspraak hoopt de Kamer het dossier definitief te kunnen herpositioneren: niet langer als een administratieve erfenis, maar als een praktijk die niet meer te verdedigen is tegenover de belastingbetaler. Nu ja, ze zijn voorla bang van de kiezer.
Maar zelfs als het beroep slaagt, is duidelijk dat de zaak-Bracke nog lang nazindert.
Niet alleen in de rechtszaal, maar vooral in de vraag hoe een graaiend parlement zichzelf rechtvaardigt in tijden van groeiend wantrouwen.
(Foto: Didier Lebrun & Philip Reynaers & Christophe Licop/Photo News)