Wie raakt het meest getroffen door de pensioenhervorming?
De geplande pensioenhervorming van de regering-De Wever krijgt geen vernietigend oordeel van de Raad van State, maar wel een reeks scherpe waarschuwingen. Het adviesorgaan erkent dat de hervorming een legitiem doel nastreeft — mensen langer aan het werk houden en het systeem betaalbaar houden — maar vindt dat de regering op cruciale punten juridisch en sociaal op glad ijs zit.
De kern van de kritiek is niet dat de hervorming onmogelijk is, wel dat ze onvoldoende onderbouwd is. Zonder stevigere motivering riskeert de wet later door rechters of het Grondwettelijk Hof te worden teruggefloten. En dat is geen theoretisch risico: eerdere pensioenmaatregelen werden al aangepast na juridische procedures.
Ambtenaren: grootste verliezers van de hervorming
Vooral bij de ambtenarenpensioenen luidt de Raad van State de alarmbel. Het nieuwe systeem laat de berekening van het pensioen geleidelijk evolueren naar die van werknemers, waardoor het voordeel van de tien best betaalde jaren verdwijnt. Hoe jonger de ambtenaar vandaag is, hoe groter de impact.
Daarbovenop verdwijnen specifieke voordelen, zoals de versnelde opbouw van pensioenrechten en de automatische koppeling van hun pensioen aan de loonstijgingen van actieve ambtenaren.
Volgens de Raad kan dat een aanzienlijke achteruitgang van sociale rechten betekenen. En precies daar wringt juridisch het schoentje: het zogeheten standstill-principe laat zo’n achteruitgang alleen toe wanneer de overheid die grondig en proportioneel motiveert.
De regering verwijst naar harmonisering tussen statuten als reden, maar dat vindt de Raad onvoldoende. Zonder concrete simulaties van de gevolgen voor individuele loopbanen blijft de hervorming kwetsbaar.
Ook de voorgestelde compensaties overtuigen de juristen niet. Een toekomstige tweede pensioenpijler voor ambtenaren is juridisch irrelevant zolang die niet in de wet staat. En de pensioenbonus — die enkel geldt voor wie langer werkt dan de wettelijke leeftijd — wordt eerder gezien als een stimulans dan als compensatie voor verloren rechten.
Militairen en treinpersoneel: uitzonderingen verdwijnen
De hervorming snijdt ook diep in de uitzonderingsregimes voor militairen en rijdend spoorpersoneel. Hun vroegere pensioenleeftijden worden geleidelijk verhoogd en hun pensioenberekening schuift mee richting het algemene systeem.
Volgens de Raad van State gaan deze groepen daardoor bijzonder sterk achteruit, omdat ze tegelijk hun vroegere pensioenleeftijd verliezen én onder het strengere ambtenarenstelsel vallen. Van alle ambtenaren veranderen hun voorwaarden dus het meest.
Gepensioneerde ambtenaren: einde van een verborgen voordeel
Ook wie al met pensioen is, ontsnapt niet volledig. Gepensioneerde ambtenaren verliezen de perequatie, het systeem waarbij hun pensioen automatisch meestijgt met de lonen van actieve collega’s.
Dat voordeel bestond niet in de privésector, maar de afschaffing ervan betekent wel een duidelijke breuk met het verleden. De Raad merkt op dat ook hier een stevige motivering nodig is.
De pensioenmalus: juridisch mogelijk, maar sociaal riskant
Het systeem van bonus en malus — waarbij vervroegd pensioen financieel wordt afgestraft — wordt op zich niet afgewezen. De Raad vindt het legitiem dat de overheid mensen langer wil laten werken.
Maar de concrete uitwerking roept vragen op. De dubbele loopbaanvoorwaarde en het tellen van gewerkte dagen maken het systeem complex en mogelijk onrechtvaardig.
Voor deeltijds werkenden, vaak vrouwen, wordt het niet eenvoudiger om aan de malus te ontsnappen. Tegelijk worden voltijdse werknemers soms strenger beoordeeld dan de regering bedoelde. De Raad vraagt zich ook af of de zogenaamde “pechdagen”, waar Sammy Mahdi ooit op aandrong, voldoende zijn om een hele carrière op te vangen.
Zelfstandigen worden dan weer nauwelijks geraakt, omdat hun pensioenopbouw gebaseerd is op bijdragen en niet op gewerkte dagen. Dat verschil wordt opgemerkt maar niet juridisch problematisch geacht, al hekelen vakbonden zoals het ABVV de ongelijkheid.
Vrouwen: geen directe, wel mogelijke indirecte discriminatie
De hervorming maakt formeel geen onderscheid tussen mannen en vrouwen, maar kan wel indirect discriminerend uitpakken.
Omdat vrouwen gemiddeld vaker deeltijds werken of hun loopbaan onderbreken, zullen zij vaker door de pensioenmalus getroffen worden. Dat kan de pensioenkloof vergroten.
De regering stelt dat vrouwen daardoor net langer zullen werken en dat zorgperiodes blijven meetellen. De Raad van State vindt dat argument voorlopig te speculatief. Als een maatregel aantoonbaar meer vrouwen raakt, moet de regering bewijzen dat er geen alternatief bestaat om hetzelfde doel te bereiken.
Leeftijdsgrens van 59 jaar: moeilijk verdedigbaar onderscheid
Ook de overgangsregeling, die enkel bescherming biedt aan wie vorig jaar 59 jaar of ouder was, wordt juridisch wankel geacht.
Volgens de Raad kunnen ook jongere werknemers hun verleden niet meer aanpassen. Wie in het verleden te weinig werkte, kan dat onmogelijk nog rechtzetten. Het onderscheid tussen net-zestigers en vijftigers lijkt daarom arbitrair, tenzij de regering kan aantonen waarom die grens noodzakelijk is.
Politiek haalbaar, juridisch kwetsbaar
De hervorming kan in theorie worden goedgekeurd zonder aanpassingen. Maar politiek en juridisch zou dat een risico zijn. Zodra burgers of vakbonden naar de rechter stappen, kan een slecht gemotiveerde wet worden teruggedraaid.
Pensioenminister Jan Jambon houdt vol dat technische bijsturingen en extra motivering volstaan. De komende weken zal blijken of de regering effectief inhoudelijke wijzigingen doorvoert of vooral juridisch pleisterwerk aanbrengt.
Wat nu al vaststaat: de pensioenhervorming is politiek beslist, maar juridisch nog lang niet gewonnen.
(Foto: Philip Reynaers/Photo News)