Justitieminister Annelies Verlinden wil de overvolle cellen leegmaken met een stortvloed aan enkelbanden en automatische strafkorting. De rechters die het moeten uitvoeren noemen het gevaarlijk — en schuiven de schuld voor de ongelukken die eraan komen nu al vooruit. Naar haar.
Er is deze week in de Kamercommissie Justitie één opvallend eerlijke zin gevallen. Niet van een minister — die praten zelden eerlijk in een commissie — maar van twee rechters. Ze kondigden aan wiens schuld het volgende drama zal zijn. Vooraf. Nog voor er iets gebeurd is. "Als er straks een vrijgelaten gedetineerde iets onherstelbaars uithaalt dan sturen wij de rekening rechtstreeks naar de politici die deze wet geschreven hebben." Onthoud die zin. Het is de zuiverste samenvatting van hoe dit land met zijn gevangenissen omgaat: iedereen legt zijn alibi klaar voordat het huis in brand staat.
Zeshonderd matrassen op de grond
We kunnen er niet omheen: het probleem is echt. Op een bepaald moment lagen er meer dan zevenhonderd gedetineerden op een matras op de grond, verspreid over de achtendertig gevangenissen van dit land. De jongste weken zakte dat tot een stuk of zeshonderd — ruwweg tweehonderd in Vlaanderen, tweehonderd in Wallonië en bijna tweehonderd in de grootste inrichting van het land, in Haren. Zeshonderd mensen die slapen op de vloer, in een hittegolf, in een gebouw dat de eigen normen van dit land met voeten treedt. Daar valt niets aan te lachen, en wie beweert dat er niets moet gebeuren, liegt.
Herinner je bovendien de belofte waarmee dit begon. Van Quickenborne en Van Tigchelt , det vorige talenten op de post van Justitite, trokken naar de verkiezingen met de plechtige ambitie van nul grondslapers. Nul. Het werden er zevenhonderd, een record, de twee ministers in kwestie zijn intussen uit de politiek verdwenen. Zo gaat dat: je belooft het onmogelijke, je levert het omgekeerde, en je bent weg voor de rekening op tafel valt. Zijn opvolgster, Annelies Verlinden, erfde de puinhoop én de plicht om er iets aan te doen. Dat ze handelt waar anderen maandenlang apathisch toekeken, siert haar. Het is wat ze doet dat het probleem is. Maar met een enorme ‘maar’. De daden van Annelies zijn iets minder spectaculair dan haar gewauwel in praat-pretprogramma's op tv.
De cel wordt een enkelband
De kern van het plan-Verlinden is simpel, misschien wel te simpel. Wie een straf tot drie jaar heeft, krijgt zo goed als automatisch een enkelband. Wie tot tien jaar heeft, krijgt een vaste celkorting. Zedenplegers en terroristen blijven buiten schot — dat dan weer wel. Kort samengevat: je lost een overvolle gevangenis niet op door meer plaats te maken, maar door de deur open te zetten en het meterstandje aan de enkel te schroeven.
Op papier valt daar zelfs iets voor te zeggen. Elektronisch toezicht is geen gekkigheid, half Europa gebruikt het, en iemand met een lichte straf voor een geweldloos feit hoort misschien inderdaad niet maandenlang op een matras tussen zwaardere jongens. Het probleem is het woordje "automatisch". Want een enkelband uitdelen op basis van de lengte van de straf is geen risico-inschatting. Het is triage met een rekenmachine. Of iemand gevaarlijk is, staat nergens in het aantal jaren dat hij kreeg.
Rechters die niet meer mogen wegen
En net dáár raakt het plan aan de zenuw van de mensen die het moeten uitvoeren. Het hele beroep van een strafuitvoeringsrechter bestaat erin om dossier per dossier af te wegen of iemand vervroegd naar buiten mag. Neem die afweging weg, vervang ze door een automatisme, en je hebt hun functie uitgehold tot een stempelmachine. Geen wonder dat twee ervaren rechters uit Henegouwen er woorden als gevaarlijk en contraproductief bij haalden. Hun waarschuwing is glashelder: dit plan doet het aantal gedetineerden niet echt dalen, het brengt niets bij aan de re-integratie van daders, en het riskeert net de verkeerde mensen te snel op straat te zetten — met de slachtoffers als eersten in de vuurlinie.
Nu mag je die rechters gerust wantrouwen. Ook zij bewaken een eigen belang, namelijk hun eigen macht om te oordelen, en een magistratuur die zich onbegrepen voelt, klaagt makkelijk. Maar wat doet het kabinet met die inhoudelijke kritiek over veiligheid? Het antwoordt dat er heus wel overlegd is met de juiste Colleges, maar dat er een communautair kantje aan de zaak zit. Wie op "dit is gevaarlijk" antwoordt met "let eens op de moedertaal van wie het zegt", heeft het over veiligheid allang opgegeven.
Een beleid dat zichzelf al vrijpleit
Dat de rechters én de gevangenisdirecteurs zeggen dat ze niet gehoord zijn, past in een groter patroon — een procureur-generaal liet deze week nog vallen dat de magistratuur zich al langer genegeerd voelt door de politiek. Maar het echte gevaar zit hem in die ene vooruitgeschoven zin. Een beleid waarvan de uitvoerders publiekelijk afstand nemen nog voor het in werking treedt, is geen beleid. Het is een weddenschap met mensenlevens als inzet, gesloten door een minister die haar handtekening zet, en uitgevoerd door rechters die alvast noteren dat het hun schuld niet is.
En wie die weddenschap ooit verliest — en met tweehonderd namen die door automatisme naar buiten rollen, is dat een kwestie van tijd — zal aanhalen dat iedereen zijn papieren op orde had. De minister zal wijzen naar de nood. De rechters zullen wijzen naar de minister. De vorige minister is er niet meer. En de enige die geen alibi op zak heeft, is het slachtoffer van het drama dat ze allemaal al hadden zien aankomen.
Dat is geen justitie. Dat is een gebouw ontruimen door de brandtrap open te zetten en te hopen dat niemand valt.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)