België hinkt achterop op de arbeidsmarkt, maar het debat ontspoort wanneer werklozen worden herleid tot statistiek – en schuldigen.
Cijfers kloppen. Maar vertellen ze alles?
1,5 miljoen mensen tussen 20 en 64 jaar werken niet. Dat is de harde realiteit waar professor arbeidseconomie Stijn Baert in een artikel in ‘Het Laatste Nieuws’ op wijst. België blijft steken op een werkzaamheidsgraad van 72,8 procent en bengelt daarmee onderaan in Europa. Landen als Nederland en Zweden tonen volgens hem dat het anders kan: meer mensen aan het werk, meer hervormingen, meer efficiëntie.
De analyse is bekend. De grafieken kloppen. De tabellen ook.
Maar dan komt de zin die blijft hangen: werkloosheid zou wijzen op “een zeker moreel wangedrag”.
En daar begint het probleem.
De ivoren toren van de arbeidsmarkt
Wie de arbeidsmarkt uitsluitend door een economische bril bekijkt, ziet een mismatch: vacatures versus werkzoekenden. Dat levert al snel een conclusie op: er zijn jobs genoeg, dus wie niet werkt, kiest daar blijkbaar voor.
Maar dat is theorie. Geen realiteit.
De werkelijkheid zit niet in Excel-bestanden, maar in mensenlevens. In gebroken trajecten. In opleidingen die nergens meer aansluiten. In fysieke jobs die niemand vijftig jaar volhoudt. In mentale uitputting. In zorglast. In pech.
Een werkloze is geen cijfer. Het is iemand met een geschiedenis.
Misschien moet iemand als Baert eens een maand meedraaien in de jobs waar hij zo licht overheen stapt: magazijnwerk, schoonmaak, interimcontracten zonder zekerheid, nachtshiften, onderbetaalde zorgjobs. Werk dat vaak niet gekozen wordt, maar ondergaan.
Werk dat zelden een opstap is, maar eerder een eindpunt.
Het systeem dat mensen maalt
Het klopt dat werken in België soms minder loont dan niet werken. Dat is een structureel probleem waar al jaren op gewezen wordt. Maar dat probleem vertalen naar “moreel wangedrag” is een intellectuele kortsluiting.
Want het systeem zelf creëert die paradox.
Als sociale voordelen verdwijnen zodra iemand werkt, dan is dat geen moreel falen van de werkloze. Dan is dat een beleidskeuze.
Als mensen van werkloosheid naar ziekteverzekering doorschuiven, dan is dat geen luiheid. Dan is dat een systeem dat mensen uitspuwt.
En als hervormingen halfslachtig blijven, zoals Baert zelf aangeeft, dan ligt de verantwoordelijkheid niet bij de zwakste schakel.
Kapitalisme zonder rem
De redenering van Baert past perfect binnen een klassiek economisch model: efficiëntie, activering, rendement. Maar net dat model staat steeds meer onder druk.
Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer stelt al langer dat we het kapitalistische uitgangspunt zelf in vraag moeten durven stellen. Een systeem dat mensen reduceert tot productiefactoren, botst vroeg of laat op zijn grenzen.
Want wat doe je met mensen die niet meekunnen? Of niet willen meedoen aan een ratrace die hen niets oplevert behalve uitputting?
Hen beschuldigen van “moreel wangedrag” is makkelijk. Het is ook goedkoop.
Nederland als mirakeloplossing?
Het verwijzen naar Nederland als voorbeeld klinkt logisch, maar is te simplistisch. Ja, daar loont werken meer. Ja, hervormingen zijn er grondiger doorgevoerd.
Maar ook daar groeit de kritiek: flexibilisering, onzekerheid, en een arbeidsmarkt die steeds meer draait op deeltijds en precair werk.
De vraag is niet alleen hoeveel mensen werken.
De vraag is: tegen welke prijs?
Is het debat ontspoord?
Het debat over werkloosheid dreigt te ontsporen wanneer het moreel wordt gemaakt. Zodra werklozen worden voorgesteld als profiteurs, verschuift de aandacht weg van waar ze hoort te liggen: bij beleid, bij structuren, bij keuzes.
Ja, België heeft een probleem op de arbeidsmarkt.
Maar nee, de oplossing ligt niet in het culpabiliseren van mensen.
Wie vandaag nog durft te spreken over “moreel wangedrag” bij werklozen, kijkt te veel naar cijfers en te weinig naar realiteit.
Misschien is het tijd dat ook BV-economen eens uit hun modellen stappen.
En naar mensen beginnen kijken.
(Foto: Simon Mouton/Photo News)