Vroeger was een verkeersboete vooral een vervelend briefje dat ergens tussen de reclamefolders in de brievenbus belandde. Vandaag is het uitgegroeid tot een van de meest geoliede geldmachines van de Belgische overheid.
Dat klinkt misschien wat gekjes, maar de cijfers zijn ronduit indrukwekkend. In 2024 vloeide bijna 578 miljoen euro aan verkeersboetes naar de overheid. Dit jaar wordt voor het eerst de kaap van 600 miljoen euro verwacht. Ah ja, vanaf 1 juli worden de vereersboetes weer wat duurder: de begroting moet immers gered worden.
Om maar te zeggen: dat is geen zakgeld meer. Dat is serieus geld. Om het wat tastbaarder te maken: meer dan 600 miljoen euro per jaar betekent dat de overheid ongeveer 1,6 miljoen euro per dag aan verkeersboetes ontvangt. Dat is zo'n 68.000 euro per uur. Of bijna 19 euro per seconde.
Ja, zelfs terwijl jij dit artikel leest, tikt de boetemeter rustig verder.
Van fotorolletjes naar een digitale geldmachine
In de jaren tachtig en negentig was de situatie helemaal anders. Flitspalen werkten nog met fotorolletjes. Dossiers werden manueel verwerkt en justitie kreunde onder de achterstanden.
Het gevolg? Naar schatting veertig tot vijftig procent van de verkeersboetes werd nooit betaald. Sommige dossiers verdwenen gewoon in de verjaring. De overheid liep daardoor jaarlijks tientallen miljoenen euro's mis.
Maar toen kwam de digitalisering. Flitspalen werden slimmer. De verwerking werd geautomatiseerd. Databanken werden gekoppeld. Betalen werd eenvoudiger. En vooral: de pakkans én de inningsgraad schoten de hoogte in.
Het resultaat mag gezien worden. Van ongeveer 194 miljoen euro aan boete-inkomsten in 2002 gingen we naar bijna 578 miljoen euro in 2024. Dat is ongeveer een verdrievoudiging op iets meer dan twintig jaar tijd.
Bijna niemand ontsnapt nog
Misschien nog indrukwekkender dan het bedrag zelf, is de manier waarop de overheid haar geld tegenwoordig int.
Waar vroeger amper de helft van de boetes uiteindelijk werd betaald, wordt vandaag ongeveer 92 tot 94 procent van alle verkeersboetes effectief geïnd, dat blijkt uit berekeningen van HLN.
Dat is een uitzonderlijk hoog niveau, zelfs in Europese context. Het systeem werkt bijna klinisch efficiënt. Je krijgt een onmiddellijke inning of minnelijke schikking. Betaal je niet, dan volgt een betalingsbevel met een opslag van 35 procent. Blijf je weigeren, dan kan de overheid uiteindelijk zelfs beslag leggen op je loon of je bankrekening. Zonder dat daar nog een rechter tussenkomt, want de staat heeft altijd gelijk.
Wie nog denkt dat een verkeersboete iets is dat je ergens onderaan een stapel papieren kunt laten verdwijnen in de hoop dat het zichzelf oplost, leeft eigenlijk nog een beetje in de jaren negentig.
Zijn verkeersboetes nog een veiligheidsmaatregel?
En daar wordt het debat interessant.
Officieel dienen verkeersboetes natuurlijk om de verkeersveiligheid te verbeteren. Minder overdreven snelheid. Minder gsm-gebruik achter het stuur. Minder rijden onder invloed. Dat zijn doelstellingen waar weinig mensen problemen mee zullen hebben.
Maar wanneer de overheid openlijk rekent op meer dan 600 miljoen euro aan boete-inkomsten en boetes verhoogt om mee het begrotingsgat te helpen dichten, zullen heel wat automobilisten zich onvermijdelijk een vraag stellen. Vanaf welk moment wordt verkeershandhaving ook een inkomstenmodel?
Het is een vraag die al jaren leeft bij bestuurders. Waarom staan bepaalde flitspalen precies daar? Waarom duiken trajectcontroles steeds vaker op? Waarom worden boetes telkens duurder?
De overheid zal antwoorden dat handhaving werkt en levens redt. Critici zullen zeggen dat verkeersveiligheid en begroting steeds moeilijker van elkaar te scheiden zijn.
De gemiddelde Belg is niet de grote zondaar
De cijfers moeten overigens ook wat genuanceerd worden. Er werden vorig jaar ongeveer 9,2 miljoen verkeersovertredingen vastgesteld. Dat klinkt alsof elke Belg voortdurend de verkeersregels aan zijn laars lapt. Zo simpel is het uiteraard niet.
Een grote groep bestuurders rijdt jarenlang volledig boetevrij rond. Een andere groep krijgt af en toe eens een flitsboete. En een relatief kleine groep veelrijders, pendelaars en hardleerse snelheidsduivels zorgt voor een aanzienlijk deel van de inkomsten. Bovendien gaat het overgrote deel van de boetes om relatief kleine snelheidsovertredingen.
De gemiddelde automobilist is dus niet noodzakelijk een straatracer die met rokende banden door het leven gaat.
Maar één ding staat wel vast: de overheid is vandaag beter dan ooit geworden in het vaststellen, verwerken en innen van verkeersovertredingen.
Van fotorolletjes en verjaringen zijn we geëvolueerd naar digitale dossiers, automatische verwerking en uiteindelijk zelfs loonbeslag.
Noem het verkeersveiligheid. Noem het efficiënt bestuur. Of noem het, met een knipoog, een van de efficiëntste belastingen die België ooit heeft uitgevonden.