Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Vanaf woensdag is er de nieuwe staatsbon: 3,70 procent! Waarvan de staat er meteen 1,11 terugpakt

Redactie - 25-08-2026

De nieuwe staatsbon wordt geserveerd als de hoogste staatsbon in jaren. Maar hij levert je netto minder op dan de inflatie van vandaag. Reken even mee voor je tekent.

Vanaf woensdag kun je intekenen op de nieuwe staatsbons, uitgegeven op 4 september. Eentje op één jaar en eentje op tien. De affiche vermeldt 2,75 procent en 3,70 procent, en dat laatste cijfer is inderdaad het hoogste in jaren.

Alleen is dat niet het cijfer dat op jouw rekening belandt. Zoals bij zowat elk Belgisch financieel product moet je eerst door de reclame heen.

Wat er van 3,70 overblijft

Op de coupon van een staatsbon houdt de fiscus dertig procent roerende voorheffing in. Van die 3,70 procent gaat er dus 1,11 procent rechtstreeks naar de staat terug. Wat jij overhoudt, is 2,59 procent per jaar. Bij de eenjarige bon blijft van 2,75 procent nog 1,93 procent over.

Zullen we even stilstaan bij de schoonheid van die constructie? De staat leent geld bij jou, belooft je een rente, en int op diezelfde rente meteen een belasting die hij zelf heeft vastgelegd. De ontlener schrijft de fiscale wet. Probeer dat maar eens bij je bankkantoor.

En dan komt het cijfer dat de aankondiging niet haalt: de inflatie in ons land bedraagt momenteel zo'n 3,56 procent. Zet dat naast die 2,59 procent netto en je ziet wat je koopt. Je legt je geld tien jaar vast aan een rendement dat vandaag ongeveer één procentpunt per jaar onder de geldontwaarding ligt. Blijft de inflatie op dat niveau, dan is je inleg over tien jaar nog ongeveer negentig procent van haar koopkracht waard. Je krijgt netjes je kapitaal terug, en je bent er een tiende van kwijt.

Dat is geen belegging. Dat is een keurig gedocumenteerd verlies met staatsgarantie.

De vergelijking die niemand op de affiche zet

Nu de eenjarige, want die is nog lachwekkender.

Netto 1,93 procent. Bij een internetbank als MeDirect haal je op een termijnrekening van één jaar 2,24 procent netto, en op zes maanden zelfs iets meer. Bij de grootbanken staat een klassieke spaarrekening dan weer op ongeveer 0,6 procent, dus daar klopt de staatsbon met gemak. Kortom: het product van de overheid verslaat de luie spaarrekening van de grootbank, maar verliest van de eerste de beste internetbank die de moeite deed om te concurreren.

Voor het comfort van de vlag betaal je dus zo'n drie tienden van een procent per jaar. Op tienduizend euro is dat een dertigtal euro. Niet dramatisch, wel typerend.

Waarom die rente zo hoog lijkt

Nog een misverstand: die 3,70 procent is geen cadeau, en al helemaal geen bewijs van vrijgevigheid.

Een staat betaalt wat de markt van hem vraagt. België torst een van de zwaarste schuldenlasten van de eurozone en heeft al jaren begrotingstekorten waar de Europese Commissie beleefde brieven over schrijft. Wie zo'n staat tien jaar geld leent, wil daarvoor vergoed worden. De rente op die bon is dus geen beloning voor jouw spaarzin, maar de prijs van ons eigen wanbeheer.

Zo bekeken is de staatsbon een bijzonder Belgisch product. Je leent geld aan de overheid die te veel uitgeeft, je krijgt daarvoor een vergoeding die de overheid meteen voor dertig procent belast, en het verschil betaal je uiteindelijk zelf terug via je belastingaangifte. Een cirkel die pijnlijk Kafkaäns aanvoelt. 

Toch niet beetje goed nieuws?

Onze vergelijking met de inflatie is namelijk een momentopname. Niemand weet hoe het over tien jaar is. Wat telt bij een tienjarige bon is niet de inflatie van augustus 2026, maar het gemiddelde over tien jaar. Zakt de geldontwaarding richting de twee procent die de Europese Centrale Bank nastreeft, dan levert 2,59 procent netto je wél koopkracht op: ongeveer zes procent winst over de looptijd. Dat is precies het omgekeerde van het verlies hierboven. Alleen weet niemand vandaag welke van de twee het wordt.

Er is een tweede argument pro. Een vaste rente is een verzekering tegen dalende rentes. Als de centrale bank de rente de komende jaren verlaagt, kijk jij vanaf je terras naar spaarders die nog 0,6 procent krijgen, terwijl jouw coupon tien jaar lang op 3,70 blijft staan. Wie in 2029 tekent voor de helft, zal jou dan benijden.

En voor de korte bon geldt gewoon: als je dat geld volgend jaar nodig hebt voor een keuken of een auto, dan is 1,93 procent zonder risico beter dan alles wat een klassieke spaarrekening je biedt. Voor geld met een afspraak is dit een keurige parkeerplaats.

Vier dingen die je moet weten voor je tekent.

Eén: teken in via het Grootboek bij de overheid zelf, dat kan tot 2 september en het kost je niets. Via de bank heb je tijd tot 3 september, maar die rekent instapkosten aan, en op een rendement van amper twee procent netto eten die een fors deel van je opbrengst op. Kijk dat na in de tarievenlijst.

Twee: je kunt vroeger verkopen, maar dan is je kapitaal niet gegarandeerd. Stijgt de marktrente, dan zakt de koers van je bon, en verkoop je misschien aan 95 procent. Alleen wie tot de eindvervaldag wacht, krijgt met zekerheid alles terug.

Drie: er geldt sinds dit jaar ook een meerwaardebelasting, maar wie op de uitgifte intekent en tot het einde blijft zitten, maakt geen meerwaarde en betaalt ze dus niet. Ze duikt pas op bij handel op de secundaire markt, met een vrijstelling tot tienduizend euro.

Vier: spaargeld en termijnrekeningen vallen tot honderdduizend euro per persoon en per bank onder de depositogarantie. Een staatsbon niet. In ruil daarvoor is je tegenpartij wel de Belgische staat zelf, en die gaat niet failliet zonder dat het hele land het merkt.

Dus: tekenen of niet?

Wij zijn geen beleggingsadviseur en dit is geen advies. Wel een manier om de vraag te stellen die je jezelf best stelt: welke opdracht geef je dat geld?

Moet het volgend jaar terug zijn, dan is de eenjarige bon veilig en middelmatig, en verslaat een goede termijnrekening hem net. Moet het tien jaar wachten, dan koop je vooral zekerheid: je weet exact wat je krijgt, en je weet niet wat het dan waard zal zijn. Zoek je rendement, dan is dit het verkeerde product; daarvoor moet je risico nemen, en dat is een ander gesprek.

Waar je in elk geval niet moet op afgaan, is dat getal van 3,70 procent op de affiche. Tegen de tijd dat het bij jou aankomt, is het 2,59 geworden, en tegen de tijd dat je het uitgeeft, is het misschien minder waard dan wat je erin stopte.

Dat je dat niet van je eigen overheid verneemt maar van iemand anders, is - hoe zeg je het vriendelijk? - jammer.

(Foto: P-magazine)

Staatsbon Nieuws nationaal

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken