Rekenhof legt pijnlijke zwaktes bloot.
Een half jaar nadat de federale regering het bankgeheim al deels versoepelde onder de noemer van een strijd tegen fiscale fraude, komt het Rekenhof met een nuchtere maar weinig flatterende evaluatie. De fiscus heeft vandaag nog altijd te weinig grip op bankgegevens om efficiënt op te treden tegen fraude. Vooruit grijpt de conclusies aan om opnieuw te pleiten voor een verdere afbouw van het bankgeheim.
CAP blijkt minder krachtig dan gehoopt
Sinds begin dit jaar mag de fiscus zogenoemde datamining toepassen op het Centraal Aanspreekpunt van bankrekeningen (CAP). Dat register bevat gegevens over bankrekeningen en financiële contracten van belastingplichtigen. De bedoeling: sneller onregelmatigheden opsporen en de strijd tegen fraude versterken.
Daarnaast kreeg de fiscus extra bevoegdheden, onder meer om de effectentaks beter te controleren en om ook cryptoactiva in kaart te brengen. De hervorming werd destijds politiek verkocht als een stevige modernisering, ondanks hevig protest van oppositiepartij Anders, die sprak over “money control” en een aantasting van de privacy van burgers.
De audit van het Rekenhof tempert nu dat optimisme. De instelling stelt vast dat de CAP-databank niet volledig is en dat de juistheid van de gegevens moeilijk te controleren valt. Vooral buitenlandse rekeningen blijven een zwakke plek, omdat belastingplichtigen die zelf moeten aangeven. Ook nieuwe financiële structuren zoals neobanken, virtuele IBAN’s en cryptorekeningen maken het systeem complexer en minder sluitend.
Omslachtige procedures blijven knelpunt
Naast de inhoudelijke beperkingen wijst het Rekenhof vooral op de logge procedures. De fiscale administratie moet vaak verschillende, strikt gereglementeerde pistes volgen om bankgegevens te kunnen inkijken. Die regels verschillen bovendien naargelang het gaat om inkomstenbelastingen of btw-dossiers.
Volgens de audit leidt dat niet alleen tot vertraging, maar ook tot fouten. In ongeveer één op de tien onderzochte dossiers werden procedurefouten vastgesteld. Het Rekenhof ziet daarin een duidelijke indicatie dat vereenvoudiging zich opdringt.
Ook de timing speelt volgens de onderzoekers niet in het voordeel van de fiscus. In bepaalde gevallen moet eerst informatie bij de belastingplichtige worden opgevraagd, waarna pas later het CAP kan worden geraadpleegd. Dat tijdsverlies kan cruciaal zijn in fraudeonderzoeken.
Vooruit zet druk op versoepeling
Vooruit gebruikt de vaststellingen om de discussie opnieuw open te breken. Volgens Kamerlid Niels Tas is de huidige aanpak te traag en te omslachtig om effectief te zijn.
In de praktijk geeft het systeem fraudeurs volgens hem te veel voorsprong. Zodra een onderzoek wordt opgestart en de belastingplichtige eerst moet worden gecontacteerd, kan het geld volgens Vooruit “al lang verdwenen zijn”.
De partij pleit daarom voor een verdere versoepeling van het bankgeheim en een uitbreiding van de gegevens die automatisch in het CAP terechtkomen. Ook informatie uit internationale gegevensuitwisseling zou volgens Vooruit rechtstreeks moeten worden geïntegreerd in de databank, zonder bijkomende administratieve stappen.
Daarnaast wil de partij de procedures voor btw- en inkomstenbelasting op elkaar afstemmen om de werking van de fiscus te vereenvoudigen.
Politieke kloof blijft groot
Of die voorstellen politiek haalbaar zijn, is zeer de vraag. Binnen de meerderheid liggen de kaarten moeilijk. Vooral bij N-VA en MR is weinig animo om het bankgeheim nog verder te versoepelen. De Franstalige liberalen stemden eerder al tegen de meest recente uitbreiding van de fiscale databanken.
De audit van het Rekenhof zet zo een oude breuklijn opnieuw op scherp: tussen privacybescherming en fiscale slagkracht. Vooruit kiest duidelijk voor dat laatste, maar de kans dat de coalitie daarin meestapt, blijft voorlopig beperkt.
(Foto: Raphaël Demaret/Photo News)