Dat het arbeidsmarktdebat in België gevoelig ligt, is geen nieuws. Maar sommige cijfers blijven zó hardnekkig, dat ze vroeg of laat toch weer boven komen drijven: hoe ongemakkelijk ook. Eén daarvan: de bijzonder lage werkzaamheidsgraad bij vrouwen met een Noord-Afrikaanse achtergrond.
Volgens recente cijfers is amper 39,4 procent van hen actief op de arbeidsmarkt. Dat staat in schril contrast met Vlaamse vrouwen, die vaak voltijds of zelfs méér werken om het hoofd boven water te houden in een land met een stevige belastingdruk. Kinderwensen worden uitgesteld, carrières uitgerekt, burn-outs genormaliseerd: alles om het systeem draaiende te houden.
En net daar wringt het schoentje, vindt Kurt Moons, Kamerlid voor Vlaams Belang. Volgens hem wordt een groot deel van vrouwen met een migratieachtergrond “feitelijk betaald om thuis te blijven”, omdat ze langdurig buiten de arbeidsmarkt blijven en leven van uitkeringen.
Moons trok daarom aan de alarmbel bij David Clarinval, MR-minister bevoegd voor Werk. Zijn vraag was eenvoudig: “Wat gaat de regering concreet doen om ook deze groep richting werk te begeleiden, als men écht mikt op een werkzaamheidsgraad van 80 procent?”
Dat cijfer, 80 procent, is nochtans geen randidee, maar een kernambitie van de federale regering-De Wever.
“Stigmatiserend”, dus liever niets doen?
Het antwoord van Clarinval viel echter niet in goede aarde bij Moons. De minister gaf aan geen specifiek beleid op maat te willen voeren voor Noord-Afrikaanse vrouwen, omdat dat volgens hem “stigmatiserend” zou zijn. Met andere woorden: iedereen gelijk behandelen, ongeacht hoe ongelijk de uitgangspositie is.
Voor Moons is dat net het probleem. “Als je weigert om doelgroepen apart aan te spreken, verandert er niets,” klinkt het. “Dan blijft men praten over inclusie, terwijl de cijfers jaar na jaar hetzelfde blijven.”
Volgens hem is het resultaat voorspelbaar: lage participatie blijft laag, uitkeringen blijven lopen en de 80-procentdoelstelling blijft een illusie.
Of, zoals hij het zelf scherp samenvat: zo blijft het systeem draaien op belastinggeld van wie wél elke ochtend opstaat om te gaan werken.
De vraag die niemand graag stelt
Los van politieke kleur raakt dit debat een bredere zenuw: kan een land met een torenhoge sociale bescherming zich permitteren om grote groepen structureel buiten de arbeidsmarkt te laten? En zo ja, wie betaalt daar uiteindelijk de rekening van?
Het zijn vragen die zelden populair zijn in studio’s of regeringsverklaringen, maar die wél blijven sluimeren, zeker bij wie elke maand ziet hoeveel er van zijn loon verdwijnt.
En net daarom duikt dit dossier telkens opnieuw op. Niet omdat het comfortabel is, maar omdat het te groot is om eeuwig weg te kijken.