Vlaanderen heeft weer iets om over te praten. Niet over inflatie, niet over oorlog, niet over het feit dat een brood tegenwoordig meer kost dan een festivalkaart in 2009, maar over… 69.
Jawel. Het getal.
Ruben Van Gucht bekende op de radio openlijk dat er 69 vrouwennamen op zijn beruchte lijst staan. En kijk: Vlaanderen ging collectief “oef” doen. HLN tikte driftig, Radio 2 giechelde, sociale media telden mee alsof het ging over het aantal Elfsteden dat iemand gereden had.
“Een schoon getal,” klonk het zelfs. Een schoon getal. En daar begint het al een beetje te wringen.
Want laat ons eerlijk zijn: 69 is geen record. Het is zelfs geen mythisch cijfer. Het is geen rock-’n-roll-levensstijl, geen morele aardverschuiving en al helemaal geen statistiek waarbij je spontaan recht gaat zitten op je stoel. Het is… een tempo. Een degelijk Vlaams tempo, weliswaar, maar toch.
Wanneer werd dit indrukwekkend?
Er was een tijd, pakweg honderd jaar geleden, waarin elk cijfer boven de tien automatisch verdacht was. Boven de twintig? Sloeber. Boven de dertig? Onbetrouwbaar. Boven de vijftig? Dat vertelde je alleen na drie pinten en een morele disclaimer.
Maar we zijn 2026. Mensen studeren in drie landen, daten via apps die sneller swipen dan een flipperkast, doen Erasmus, citytrips, festivals, afterparties en “we zien wel”. Relaties zijn fases geworden, geen eindbestemmingen. En toch doet Vlaanderen plots alsof 69 het equivalent is van de Mont Ventoux op een kinderfiets. Dat zegt minder over Ruben, en véél meer over ons.
De Vlaamse reflex: tellen en oordelen
Wat deze hele heisa zo typisch Vlaams maakt, is niet het getal zelf, maar de reactie erop. We houden van cijfers zolang ze ons moreel geruststellen. Zodra ze net buiten het veilige middenveld vallen, beginnen we te fluisteren, te lachen en te rekenen.
Niet uit interesse, maar uit vergelijking. Niet uit nieuwsgierigheid, maar uit geruststelling.
“Oké, hij heeft er 69. Dan zit ik… waar ergens?” Dat is de echte oefening die hier gebeurt.
Plots wordt een persoonlijk detail een nationale meetlat. En wordt een lijst, die volgens Van Gucht net bedoeld was om niemand te vergeten, herleid tot een soort scorebord, alsof liefde, lust en leven ooit netjes op rij stonden.
69 is geen levenswerk
Laten we het beestje bij de naam noemen: 69 is geen levensprestatie. Het is ook geen schandaal. Het is een getal dat ergens perfect past bij iemand die een publiek leven leidt, veel mensen ontmoet, niet doet alsof hij monnik is en eerlijk genoeg is om er niet geheimzinnig over te doen.
Het echte nieuws is dus niet dat Ruben Van Gucht 69 figuurzaagpartners had. Het echte nieuws is dat Vlaanderen doet alsof dat iets zegt over wie hij is.
Terwijl het in werkelijkheid vooral iets zegt over hoe krampachtig wij nog altijd omgaan met seks, reputatie en cijfers.
Want zodra een BV een cijfer noemt, krijgt het gewicht. Wordt het een verhaal. Een item. Een debat. Terwijl hetzelfde cijfer, uitgesproken door een anonieme dertiger met een sociaal leven, hoogstens een schouderophalen zou opleveren.
Misschien moeten we het eens omdraaien.
Niet: “69, amai zeg.” Maar: “Waarom zijn we hier eigenlijk zo van onder de indruk?”
Misschien omdat we nog altijd doen alsof ervaringen optellen gelijkstaat aan moreel falen. Misschien omdat we liever praten over lijsten dan over eerlijkheid. Of misschien gewoon omdat Vlaanderen nog altijd graag telt, zolang het niet te diep moet nadenken.
Als 69 al nieuws is, dan wordt het pas écht interessant wanneer we ons afvragen hoeveel mensen dit cijfer niet durven zeggen. Of hoeveel levens er bestaan die zich perfect zouden kunnen meten, maar nooit zullen worden uitgesproken.