Eeuwenlang bewonderde Europa de kleurrijke katoenen stoffen uit India. Ze werden een statussymbool, bepaalden mee de Europese mode en vonden hun weg naar interieurs en kleerkasten. Achter die verfijnde bloemenmotieven schuilt evenwel een geschiedenis van koloniale handel, economische uitbuiting en zelfs slavernij. Met Sits. Tussen vakmanschap en controverse haalt het Antwerpse MoMu die geschiedenis opnieuw boven.
Een bloemenmotief kan een heleboel geschiedenis verbergen. Wat vandaag een charmant stukje textielerfgoed is, was eeuwen geleden een gegeerd handelsproduct dat Europa stormenderhand veroverde. Sits, de kleurrijke katoenen stof uit India, maakte indruk met haar intense kleuren, verfijnde patronen en technieken die Europese producenten lange tijd niet konden evenaren. De Europese elite wilde de stof dragen, haar huizen ermee aankleden en zich onderscheiden met dessins die uit een andere wereld kwamen. Dat succes had alleen een prijs die in de modegeschiedenis liever niet vermeld wordt.
Vanaf 5 december onderzoekt MoMu in Antwerpen die gelaagde geschiedenis met de tentoonstelling Sits. Tussen vakmanschap en controverse. Aan de hand van zijn historische textielcollectie en archieven volgt het museum hoe een Indiaas ambacht uitgroeide tot een internationaal begeerd modeproduct, en hoe culturele uitwisseling en koloniale handel daarbij hand in hand gingen.
India leverde het vakmanschap, Europa zag handel
Sits vindt zijn oorsprong in India, waar ambachtslieden katoen met de hand beschilderden en bedrukten. Een belangrijke voorloper is de Kalamkari-techniek, waarbij natuurlijke kleurstoffen werden gebruikt om taferelen en figuren op textiel aan te brengen. Uit die traditie ontstonden stoffen met uitbundige bloemen- en plantenmotieven, gedragen door een uitzonderlijke kennis van materialen, kleurstoffen en verfprocessen.
Europese handelaren zagen al snel commerciële mogelijkheden. De Nederlandse en Engelse Oost-Indische Compagnieën begonnen vanaf de zeventiende eeuw grote hoeveelheden Indiaas textiel naar Europa te verschepen. De stoffen vonden gretig aftrek en beïnvloedden niet alleen de kledingmode, maar ook Europese interieurs. Hun populariteit werd zelfs zo groot dat Europese textielproducenten de Indiase technieken en patronen probeerden te kopiëren en verschillende landen invoerbeperkingen instelden om hun eigen industrie te beschermen.
De bewondering voor het Indiase vakmanschap ging dus uitstekend samen met de Europese neus voor zaken. Handelsmaatschappijen verdienden aan producten die door Indiase ambachtslieden werden gemaakt, terwijl de Europese markt steeds meer begon te bepalen welke stoffen en dessins geproduceerd moesten worden. Een lokale ambachtelijke traditie werd zo onderdeel van een internationaal handelssysteem waarin Europa steeds nadrukkelijker de regels bepaalde.
Een bloemenmotief met een donkere achterkant
Daar houdt de ongemakkelijke geschiedenis niet op. Sits maakte ook deel uit van handelsnetwerken die verbonden waren met de Afrikaanse slavenhandel. Volgens de historische toelichting van MoMu werden sitsen zelfs als betaalmiddel ingezet in die handel.
Dat geeft die vrolijke bloemen plots een bijzonder donkere achterkant. Hetzelfde textiel dat in Europese salons en kleerkasten als luxueus en verfijnd werd beschouwd, circuleerde ook in een economisch systeem waarin mensen zelf handelswaar waren.
Dat hoeft de artistieke waarde van de stoffen niet uit te wissen. Een mooie stof wordt niet plots lelijk omdat haar geschiedenis ongemakkelijk is. Maar wie alleen naar de bloemen kijkt, mist wel een behoorlijk belangrijk deel van het verhaal.
Van wie is een patroon?
Daarmee belandt MoMu automatisch bij een discussie die ook vandaag in de modewereld speelt: waar eindigt inspiratie en waar begint commerciële toe-eigening? Modeontwerpers halen voortdurend patronen, technieken en silhouetten uit andere culturen, terwijl de mensen en gemeenschappen waaruit die tradities afkomstig zijn niet altijd dezelfde erkenning of economische voordelen krijgen.
De tentoonstelling probeert daarom India niet alleen als historische leverancier van mooie patronen te presenteren. De Indiase textielontwerpster en onderzoekster Meera Curam treedt op als gastcurator en creëerde twee nieuwe dessins, geïnspireerd op historische sitsen uit de collectie van het museum. Ambachtslieden aan de Coromandelkust voerden die ontwerpen uit met traditionele technieken.
Zo belandt het Indiase vakmanschap niet alleen achter glas als iets uit een ver verleden, maar wordt ook getoond dat die kennis en traditie vandaag nog altijd bestaan.
Mode is nooit alleen maar mode
Met Sits. Tussen vakmanschap en controverse raakt MoMu daarmee aan iets wat de modewereld liever niet iedere keer mee over de catwalk stuurt. Achter schoonheid en luxe zit soms een veel minder fraai economisch verhaal. Koloniale handel, ongelijke machtsverhoudingen en het kopiëren van technieken en patronen maakten evengoed deel uit van de ontwikkeling van de Europese mode.
Je hoeft je daarom niet schuldig te voelen wanneer je een eeuwenoud bloemenpatroon mooi vindt. Maar weten waar het vandaan komt, kan geen kwaad.
De tentoonstelling loopt van 5 december 2026 tot 24 oktober 2027 in MoMu aan de Nationalestraat in Antwerpen. Op de openingsavond gaan gastcurator Meera Curam en MoMu-curator Wim Mertens dieper in op het maakproces, het vakmanschap en de relatie tussen textiel, kolonialisme en dekolonisatie.
Sits bewijst zo dat een lap stof soms verrassend veel kan vertellen. Over mode, handel, vakmanschap en macht.
En soms zit de interessantste geschiedenis niet op het etiket, maar gewoon tussen de bloemen.
Praktisch
Tentoonstelling: Sits. Tussen vakmanschap en controverse
Locatie: MoMu – ModeMuseum Antwerpen, Nationalestraat 28, 2000 Antwerpen
Periode: 5 december 2026 tot 24 oktober 2027
Opening: zaterdag 5 december, 19.30 uur, met Meera Curam en Wim Mertens. De tentoonstelling is die avond te bezoeken.
Info en tickets: MoMu
(Foto: MoMu)