Wie gelooft de foto nog? De Luikse biënnale ‘Miroir Miroir’ duikt in 200 jaar fotografie en onderzoekt hoe beelden onze blik op anderen én op onszelf bepalen. In een tijd waarin AI in enkele seconden een overtuigende werkelijkheid kan verzinnen, staat vooral één oude reflex onder druk: zien is geloven.
Een foto gold lang als een stukje bewijs. Er was een camera, er stond iemand voor de lens en wat op de afdruk verscheen, leek moeilijk te betwisten. Natuurlijk konden fotografen al lang voor de komst van artificiële intelligentie beelden ensceneren, retoucheren of uit hun context halen. Alleen is de schaal veranderd. Met generatieve AI kan vandaag iedereen beelden maken van gebeurtenissen, mensen en dieren die nooit hebben bestaan. Op sociale media kunnen die vervolgens een eigen leven gaan leiden, los van de vraag of er iets van klopt.
De veertiende editie van de Biënnale de l’Image Possible (BIP), die van 17 oktober tot 13 december plaatsvindt in Luik, onderzoekt die veranderende verhouding tussen beeld en werkelijkheid. Onder de titel ‘Miroir Miroir’ brengt de biënnale fotografie en andere vormen van beeldende kunst samen rond de manier waarop we naar anderen kijken, onszelf presenteren en betekenis geven aan wat we zien.
De aanleiding is de tweehonderdste verjaardag van de uitvinding van de fotografie. Het resultaat is geen tentoonstelling die uitsluitend over AI gaat, maar een bredere blik op beelden in een tijd waarin de grens tussen document, manipulatie en verzinsel steeds moeilijker te bewaken valt.
Een beeld is nog geen bewijs
Binnen de biënnale krijgt die kwestie een eigen luik met de titel ‘Through the Looking Glass’. Vier jonge curatoren onderzoeken er hoe gemanipuleerde en door AI gegenereerde beelden onze ideeën over kennis, bewijs en waarheid beïnvloeden.
Een nepbeeld kan een politiek debat aanwakkeren, een oorlogssituatie verkeerd voorstellen of een gerucht plots een geloofwaardig gezicht geven. Ook de natuur blijkt een dankbaar terrein voor digitale fantasie. Beelden van niet-bestaande dieren circuleren online en kunnen zelfs terechtkomen in databanken die wetenschappelijke kennis moeten verzamelen. Zodra een beeld vaak genoeg wordt gedeeld, dreigt de herkomst naar de achtergrond te verdwijnen.
De tentoonstelling ‘Wondrous Sightings’, samengesteld door curator Silas Edwards, onderzoekt precies die wankele grens tussen bewijs en verbeelding. Met werk van onder anderen Weronika Gęsicka, Edith Morris en Henry Turner komt de aantrekkingskracht van fotografische misleiding aan bod. Legendarische wezens zoals het monster van Loch Ness en Bigfoot testten al lang vóór AI onze bereidheid om een foto als bewijs te beschouwen. Alleen kan tegenwoordig een geloofwaardig beeld worden gemaakt zonder dat er ooit een camera aan te pas kwam.
We zijn zelf onderdeel van het beeld
Toch zou het te eenvoudig zijn om alle schuld bij artificiële intelligentie te leggen. Ook zonder AI gebruiken we beelden om een werkelijkheid te construeren die ons beter uitkomt. Op sociale media worden gezichten bijgewerkt, levens zorgvuldig geënsceneerd en alledaagse momenten omgevormd tot een persoonlijke reclamecampagne. De selfie is tegelijk een portret, een visitekaartje en een poging om zelf te bepalen hoe anderen ons zien.
‘Miroir Miroir’ bekijkt fotografie daarom ook als een spiegel waarin niet alleen de wereld verschijnt, maar ook onze verlangens, onzekerheden en behoefte aan erkenning. Een foto toont iets, maar laat tegelijk altijd iets buiten beeld.
Dat idee keert terug in ‘archive/presents’, een installatie met bijna honderd portretten uit verschillende tijden en in uiteenlopende technieken. Het project vertrekt van een internationale oproep die meer dan 850 inzendingen en bijna 2.000 beelden opleverde. Professionele en amateurkunstenaars worden er samengebracht in een onderzoek naar de vele manieren waarop mensen en andere levende wezens in beeld worden gebracht.
Ook Belgische fotografen in beeld
Ook de Belgische fotografiescene krijgt een plaats in Luik. De biënnale presenteert de editie 2026 van .tiff, een project van het Antwerpse FOMU dat tien opkomende kunstenaars en fotografen selecteert die in België wonen of werken. Hun werk toont hoe divers hedendaagse fotografie is en hoe jonge beeldmakers maatschappelijke thema’s benaderen met nieuwe vormen en technieken.
Dat levert meteen een interessant contrast op. Een foto op Instagram kan in enkele uren duizenden mensen bereiken, terwijl een zorgvuldig opgebouwd fotografisch project maanden of jaren werk kan vragen en toch nauwelijks buiten de kunstwereld bekend raakt.
Kun je je ogen nog vertrouwen?
‘Miroir Miroir’ biedt geen eenvoudige handleiding om echt van nep te onderscheiden. De tentoonstelling kiest voor een bredere benadering, waarin fotografie tegelijk kunstvorm, sociaal instrument, geheugen en bron van twijfel is.
En misschien is dat vandaag interessanter dan alweer een cursusje ‘zo herken je AI’. De technologie verandert razendsnel en wat vandaag een herkenbare AI-fout is, kan morgen alweer verdwenen zijn. De belangrijkere vraag blijft daarom dezelfde: wie maakte dit beeld, waarom krijg ik het te zien en waarom ben ik geneigd het te geloven?
De camera heeft zijn macht niet verloren. Alleen is er tegenwoordig zelfs geen camera meer nodig om ons te laten geloven dat iets echt gebeurd is.
Praktische informatie
- Tentoonstelling: Miroir Miroir – Biennale de l’Image Possible 2026
- Data: 17 oktober tot en met 13 december 2026
- Locatie: voormalige provinciale bibliotheek Les Chiroux, Luik
- Openingsuren: woensdag tot en met zondag, 11 tot 18 uur
- Toegang: richtprijzen vanaf 5 euro; 10 euro als evenwichtstarief en 15 euro als ondersteuningstarief
(Foto: Instagram)