Moet de pers hem een podium geven?
De gruwelijke moord op OCMW-medewerker Erik Boone (56) door de 38-jarige Anasse S. houdt Gent en bij uitbreiding heel België in de greep. Terwijl justitie onderzoekt hoe een man met een lange voorgeschiedenis in de psychiatrie opnieuw kon ontsporen, schuift de broer van de verdachte naar voren in de media. HLN serveert een poging tot humanisering van een man die intussen verdacht wordt van een koelbloedige moord.
Moet de broer van een moordenaar de kans krijgen om zijn familielid voor te stellen als een introverte jongen die “verdwaalde in een vreemd land”? Of maskeert dat alleen de essentie: dat een hulpverlener het leven liet na een brutale aanval?
Van soldaat naar deserteur
Volgens zijn broer Faris (fictieve naam van HLN) was Anasse S. een stille, introverte jongeman die als soldaat diende in Syrië, maar tijdens de burgeroorlog deserteerde en uiteindelijk naar België vluchtte. Daar liep zijn leven langzaam vast. De belofte van een nieuw begin verdampte in eenzaamheid, mislukte integratiepogingen en jarenlang verblijf in de psychiatrie.
Wat volgt, is het klassieke patroon dat we vaker zien: iemand die verdwijnt in de marge, geïsoleerd raakt en uiteindelijk alleen nog opduikt in de kolommen van het gerechtelijke nieuws.
De “menselijke kant” – of vergoelijking?
In het gesprek dat zijn broer gaf, ligt de nadruk op het verdriet van de familie en de angst dat hun moeder de feiten niet te horen krijgt. Een begrijpelijke reflex, maar tegelijk een narratief dat het risico loopt om verzachtende omstandigheden te suggereren voor een daad die niets verzachtends heeft.
De slachtofferfamilie wordt ondertussen geconfronteerd met een onomkeerbaar verlies. De OCMW-medewerker die omkwam, is niet enkel een naam in een dossier, maar een vader, collega en vriend. En toch moeten we aandacht besteden aan de slippers, rugzak en eenzaamheid van de dader dan aan het leven dat hij beëindigde?
De spiegelvraag voor de media
Stel dat de dader een blanke Vlaming was geweest, kreeg hij dan meteen een geschiedenis van complottheorieën en haatpraat? Zou hij ook geserveerd worden “een misbegrepen jongen” met psychische problemen? Ja, we gaan te kort door de bocht, maar is het ophemelen van iemand die in koelen bloede iemand afmaakt die er is om hem te helpen genieten van onze sociale zekerheid en daarna geld gaat afhalen alsof er niets is gebeurd, dat dan niet: kort door de bocht?
Die vergelijking wringt, maar ze legt wel een pijnlijke realiteit bloot: de framing van daderverhalen is zelden neutraal. Het etiket “zielige verdwaalde migrant” weegt anders dan dat van “gevaarlijke radicale Vlaming”. In beide gevallen blijft het resultaat echter hetzelfde: een onschuldige burger wordt slachtoffer van geweld.
Essentie niet vergeten
Justitie onderzoekt nu of de verdachte toerekeningsvatbaar was. Een panel psychiaters moet daarover oordelen. Ondertussen blijft de hoofdvraag overeind: hoe kon een man met een bekend psychiatrisch dossier opnieuw buiten de radar vallen tot het fataal misliep? De Syrische broer had alvast niet in het snuitje dat er een en ander niet spoorde in het hoofd van Anasse S.. We citeren HLN: “Ik wist daar niets van”, reageert Faris geschokt. “Toen ik hem het laatst zag, had hij enkel wat lichamelijke klachten. Psychische problemen? Nee. Hij was wel teruggetrokken, maar niet ziek. Dat hij helemaal in zichzelf gekeerd was, verbaast me. Zelfs ik kon hem niet bereiken. En nu dit…”
Ja, en nu dit...
Wat ook uit dat onderzoek komt, het blijft een feit dat een maatschappelijk werker zijn werk deed en daarvoor het hoogste betaalde. Een samenleving die dat uit het oog verliest, en in plaats daarvan vervalt in vergoelijkende portretten van de dader, dreigt de essentie te missen: een moord is onomkeerbaar en nooit/niet goed te praten.
(Foto: Facebook)