Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Brussel geeft naziroofkunstwerk terug aan erfgenamen van Armand Dorville

Mark Tijtgat - 11-06-2026

Bijna zes jaar na de eerste vraag om teruggave heeft de Koninklijke Bibliotheek van België woensdag symbolisch een aquarel van Félicien Rops overhandigd aan de erfgenamen van Armand Dorville. Het werk werd in 1942 gestolen door het Vichy-regime. De familie kiest ervoor het in de collectie te laten, maar de erkenning van het onrecht telt minstens evenveel.

De aquarel La Buveuse d'absinthe van Félicien Rops hangt al decennialang in de collectie van de Koninklijke Bibliotheek van België (KBR) in Brussel. Wat de bibliotheek in 1968 te goeder trouw aankocht, bleek een stuk te zijn met een pijnlijk verleden. Het werk was ooit eigendom van Armand Dorville, een joodse advocaat en verzamelaar die zijn collectie noodgedwongen moest afstaan.

Een gedwongen verkoop onder het Vichy-regime

In 1942 werd de collectie van Dorville, bijna 450 werken, waaronder stukken van Renoir, Manet en Rodin, verkocht in het kader van een gedwongen veiling opgelegd door de Vichy-autoriteiten. De erfgenamen hadden geen enkele zeggenschap over de transacties. Het geld uit de verkoop kregen ze pas na de oorlog terug, terwijl het hen tijdens de vlucht uit Frankrijk misschien het leven had kunnen redden.

Het dossier lag lange tijd stil. Pas in 2020 dienden de erfgenamen een formeel teruggaveverzoek in bij de KBR. Het duurde tot december 2025 voor minister Vanessa Matz (Les Engagés), bevoegd voor Wetenschapsbeleid, de knoop doorhakte en de teruggave officieel bevestigde.

De familie kiest voor de publieke collectie

Na gesprekken tussen de bibliotheek en de familie kozen de erfgenamen er bewust voor het werk in de KBR-collectie te laten. Het proces heeft bijna zes jaar geduurd. Armand Dorvilles achternicht Francine legt uit waarom: "Armand Dorville heeft veel schenkingen gedaan aan musea en wilde dat de kunstwerken uit zijn collectie door een zo groot mogelijk publiek konden bezichtigd worden." Een wens die de familie respecteert, ook na alles wat er is voorgevallen. In ruil ontvangt de familie een niet nader bepaalde financiële compensatie.

Het werk is vandaag niet te zien in de permanente tentoonstelling van de KBR, die focust op de handschriftenverzameling van de Bourgondische hertogen, maar het kan via bruiklenen in andere musea worden tentoongesteld. Waar het ook opduikt, zal het werk voortaan worden voorzien van de vermelding: "Voorheen onderdeel van de collectie van Armand Dorville en verkocht in 1942 onder het Vichy-regime."

Een nieuwe commissie voor toekomstige gevallen

Minister Matz wil niet wachten op het volgende dossier dat zes jaar blijft liggen. Ze stelde een Koninklijk Besluit voor dat voorziet in de oprichting van een federale adviescommissie, belast met het onderzoeken van teruggaveverzoeken voor werken die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn geroofd en zich in federale collecties bevinden. Doel: families binnen 13 tot maximaal 23 maanden een antwoord geven.

"We zullen het leed dat het naziregime heeft veroorzaakt nooit kunnen goedmaken. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat verzoeken tot teruggave worden behandeld binnen een duidelijk, transparant kader en binnen redelijke termijnen", aldus de minister.

De KBR en de erfgenamen zullen samen een tekst opstellen over de geschiedenis van Armand Dorville en het traject van het werk tijdens de bezetting, om de herinnering aan de roof levend te houden voor iedereen die het werk in de toekomst bekijkt.

Nieuws nationaal Naziroofkunst * kbr Félicien rops Armand dorville Teruggave

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken