Brussel, het bodemloze vat van vriendjespolitiek: schaam jullie diep — en schaf dat gewest eindelijk af.
Een regering die sneller wankelt dan ze gevormd werd
Zeshonderd dagen hadden ze nodig om in Brussel een regering in elkaar te vijzen. Zeshonderd dagen politiek gekibbel, postjes verdelen, ego’s masseren en achterkamerdeals sluiten. En amper drie maanden later hangt het hele kaartenhuis alweer scheef door wat ondertussen het handelsmerk van het Brussels Gewest geworden is: cliëntelisme, politieke vriendendiensten en sociale woningen die blijkbaar sneller gaan naar kennissen van de juiste PS-mandarissen dan naar gezinnen die jarenlang op een wachtlijst creperen.
Deze keer draait alles rond de Anderlechtse Haard, waar Pano blootlegde hoe PS-schepen Lotfi Mostefa zijn politieke invloed gebruikte bij de toewijzing van sociale woningen. Sociale woningen dus. Geen luxeprojecten aan de Côte d’Azur, maar appartementen bedoeld voor mensen die het écht nodig hebben. Voor alleenstaande moeders, werkende gezinnen, gepensioneerden en Brusselaars die soms jarenlang wachten op een dak boven hun hoofd.
In Brussel blijkt zelfs sociale miserie een politieke munt geworden.
De Gucht trekt de lijn — eindelijk
Anders-voorzitter Frédéric De Gucht dreigt nu de Brusselse regering te laten vallen als er geen parlementaire onderzoekscommissie komt. En eerlijk? Hij heeft overschot van gelijk. Want wat hier naar boven komt, is niet zomaar een “foutje in de procedure”. Dit is exact waarom burgers geen greintje vertrouwen meer hebben in de politiek. Wie braaf wacht, is de pineut. Wie de juiste partijkabinetten kent, geraakt sneller binnen.
“Dit is geen bestuursfout. Dit is waarom mensen ophouden te geloven in politiek,” stelt De Gucht scherp. En moeilijk is het niet om hem te volgen.
De reflex van ontkenning
En dan krijg je het voorspelbare PS-refrein. “Niet te snel oordelen.” “Hij was gewoon te betrokken.” Natuurlijk. In Brussel heet politieke beïnvloeding tegenwoordig blijkbaar “engagement”. Dezelfde PS die al decennia het gewest bestuurt alsof het een privébedrijf is, probeert alweer tijd te rekken terwijl het parket ondertussen een onderzoek voert naar mogelijke corruptie.
De verdediging klinkt intussen zo automatisch dat ze bijna een formaliteit geworden is: eerst minimaliseren, dan vertragen, daarna verdunnen tot niemand nog weet waar het over ging.
Een systeem dat zichzelf blijft beschermen
Het echte schandaal? Dat niemand nog verrast is.
Brussel is intussen verworden tot een bestuurlijke parodie met ministers, staatssecretarissen, kabinetten, intercommunales, gemeenten, OCMW’s en instellingen waar zelfs grondwetspecialisten migraine van krijgen. Een peperduur politiek gedrocht dat elk jaar miljarden opslorpt, maar tegelijk financieel half failliet is. De begroting ontspoort, de schuldenberg groeit en basisdiensten functioneren steeds slechter.
En toch blijven dezelfde partijen elkaar beschermen alsof het om een gesloten club gaat die vooral niet verstoord mag worden.
Tijd voor de echte vraag
Misschien wordt het tijd om eindelijk de vraag te stellen die niemand in Brussel durft uitspreken: wat is het nut nog van dat Brussels Gewest? Een hoofdstad die bestuurd wordt door acht partijen, negentien gemeenten, een leger mandatarissen en permanente schandalen is geen model van democratie meer. Het is een politieke geldverbrandingsoven.
Een systeem dat kraakt
Schaf die constructie af. Splits de bevoegdheden op. Bespaar honderden miljoenen aan politieke overhead en stop eindelijk met doen alsof dit nog normaal bestuur is.
Want als zelfs sociale woningen al dienen als ruilmiddel in het grote Brusselse postjescircus, dan is het systeem niet meer ziek. Dan is het rot tot op het bot.
(Foto: Philip Reynaers/Photo News)