Voor wie er vandaag toch nog naast gekeken heeft: de Belgische kranten stonden vol met één naam: Veerle Hegge. Jawel, de vrouw van premier Bart De Wever. De reden? Ze schreef een rauw boek over haar jarenlange strijd met een eetstoornis en dat zorgt voor een mediatsunami die zelfs het weerbericht verdringt.
Veerle Hegge, lerares en moeder van vier, vertelt in De stem van mijn stilte hoe een hardnekkige eetstoornis haar leven stukje bij beetje kaapte. Van extreme diëten en ziekenhuisopnames tot het punt waarop haar gezondheid letterlijk op het spel stond: niets bleef onbesproken. Ze beschrijft hoe ze jarenlang bleef doorgaan alsof er niets aan de hand was: lesgeven met een neussonde, maaltijden overslaan, en toch de schijn hooghouden. Pas na een maandenlange opname in een gespecialiseerde kliniek durfde ze het gevecht écht aan te gaan.
De kranten zijn er dol op: een “first lady” die haar demonen van de daken schreeuwt, dat is natuurlijk clickbait deluxe. En zoals het hoort in Vlaanderen, worden er meteen een paar topexperten bijgesleurd die ons uitleggen wat een eetstoornis precies is, waarom het allemaal zo ernstig is, en dat praten helpt (bedankt voor de verrassing, professor). Maar achter de mediastorm zit een verhaal dat wél blijft hangen: een vrouw die openlijk zegt dat een eetstoornis niet alleen over eten gaat, maar over controle, trauma en het langzaam terugvinden van jezelf.
Dat Veerle deze stap zet, is dapper en belangrijk. Want hoe je het ook draait of keert: het blijft een taboe, ook al staan de kranten er vandaag bol van. Haar boodschap is simpel maar krachtig: herstel is geen kwestie van een dieet of een paar kilo bijkomen, maar een traag proces van vallen, opstaan en opnieuw leren leven. En of je nu fan bent van haar echtgenoot of niet, dit is een boek dat veel mensen kan raken.