De oppositie heeft het gehad met De Wever die niet komt opdagen op het vragenuurtje: “Hij schuift telkens ambetante vragen door.”
De federale premier Bart De Wever (N-VA) was donderdag bij de start van het vragenuurtje in de Kamer nergens te bespeuren. Dat hij zijn kat stuurde, is zelfs te genereus geformuleerd: ook die fameuze bureaumatige mascotte Maximus Textoris Pulcher, de kat die door premier Bart De Wever en zijn medewerkers werd geadopteerd uit het asiel en daardoor het bekendste huisdier van het Vlaamse politieke universum is (geeuw)— bleef afwezig. Voor de oppositie was het voldoende om opnieuw de alarmbel te luiden over wat zij zien als een structureel probleem: een premier die moeilijke dossiers liever laat afhandelen door zijn ploeg.
Oppositie ruikt patroon
Dat De Wever afwezig was zonder externe verplichtingen, zoals een Europese top, maakte de irritatie groter. Bij de oppositie groeit het gevoel dat de premier selectief omgaat met parlementaire verantwoording: zichtbaar aanwezig wanneer het politiek rendeert, maar opvallend schaars wanneer het debat scherp wordt.
Voor Barbara Pas, fractieleider van Vlaams Belang, was de maat vol. Zij noemde het ongepast dat vragen systematisch worden doorgeschoven naar andere ministers en stelde dat politieke verantwoordelijkheid niet kan worden gedelegeerd wanneer dossiers moeilijk liggen.
Ook bij de liberale oppositie klonk dezelfde frustratie. Alexia Bertrand wilde de premier ondervragen over de aanslepende btw-discussie, maar kreeg nul op het rekest. Volgens haar ondergraaft dat de parlementaire controle en voedt het de indruk dat de regering vooral communiceert wanneer het haar uitkomt.
Breder front van kritiek
De kritiek bleef niet beperkt tot rechts en centrum. Ook links sloot zich aan bij het koor. Sofie Merckx van PVDA stelde openlijk de vraag of de regering nog wel een coherente koers vaart. Vanuit de Franstalige socialisten ging Pierre-Yves Dermagne (PS) nog verder: volgens hem symboliseert de afwezigheid van de premier een bredere neiging om verantwoordelijkheid te ontwijken wanneer beleid onder druk staat.
Procedure versus politieke cultuur
Kamervoorzitter Peter De Roover erkende dat de kritiek niet geheel onterecht is. Formeel beslist de regering zelf wie op vragen antwoordt, maar politiek ligt dat gevoeliger. Wanneer vragen expliciet aan de premier zijn gericht, verwacht het parlement doorgaans dat hij zelf verschijnt. De Roover gaf toe dat hij in een vorige rol waarschijnlijk op dezelfde manier had gereageerd als de huidige oppositie.
Daarmee raakte hij de kern van het probleem: het gaat minder om procedures dan om politieke cultuur. Parlementaire aanwezigheid is niet louter een agendapunt, maar ook een signaal van leiderschap en verantwoordelijkheid.
Regering minimaliseert incident
Op het kabinet van de premier wordt de rel gerelativeerd. Volgens zijn entourage is het logisch dat vragen over btw worden behandeld door de minister van Financiën, die inhoudelijk bevoegd is. Bovendien wijzen ze erop dat De Wever deze week al uitgebreid in commissies verscheen en daar volgens hen open en direct antwoordde op vragen van zowel meerderheid als oppositie.
Later op de dag dook de premier alsnog op in het parlement, toen een debat rechtstreeks zijn bevoegdheden raakte. Formeel is daarmee weinig misgelopen. Politiek blijft de vraag echter hangen of de regering beseft hoe symbolisch aanwezigheid — of het gebrek eraan — kan zijn in een parlement dat steeds assertiever controle wil uitoefenen.
(Foto: PD)