Het verschil tussen rekenen en regeren.
“Where did we go wrong”, zong Novastar in 2000. Wat is er in godsnaam gebeurd dat we plots in slechte papieren zitten? 10 miljard moeten we vinden om te overleven als natie. Ten minste als we Bart De Wever mogen geloven. En dus moet de schaar erin, de botte bijl erop. Twee voorstellen passeren daarvoor dagelijks de krantenkoppen: de btw-hervorming en de indexsprong. Maar wat is dat eigenlijk en wat zijn de gevolgen? Volgens economische analisten en beleidswaarnemers dreigt de regering-De Wever te struikelen over het verschil tussen rekenen en regeren.
1. De btw-hervorming – tussen eenvoud en electorale explosie
De federale regering overweegt al sinds haar aantreden een grondige hervorming van het btw-stelsel. Vandaag bestaan vier tarieven: 0, 6, 12 en 21 procent. Het plan dat nu circuleert, zou de verlaagde tarieven van 6 en 12 procent samenvoegen tot één tarief van 9 procent. In theorie moet dat het systeem eenvoudiger en efficiënter maken. In de praktijk betekent het hogere prijzen voor dagelijkse aankopen, energiefacturen en renovaties.
Fiscale experts benadrukken dat de btw een van de meest zichtbare belastingen is — elke stijging voel je onmiddellijk aan de kassa. Daardoor is ze politiek explosief. Wat de hervorming volgens insiders aantrekkelijk maakt voor de regering, is dat ze zonder ingewikkelde wetswijzigingen snel miljarden kan opleveren. Volgens raming kan de gelijkschakeling van de tarieven al 1,5 tot 2 miljard euro opleveren, en dat zou de begroting tijdelijk zuurstof geven.
Maar economen wijzen op het spanningsveld tussen efficiëntie en rechtvaardigheid. De btw is een vlakke belasting die iedereen treft, ongeacht inkomen. Hogere tarieven op basisproducten raken dus ook de laagste inkomens. Beleidsanalisten benadrukken dat de btw in essentie niet bedoeld is als herverdelend instrument: wie meer rechtvaardigheid wil, moet de lasten op arbeid verlagen in plaats van de consumptie te belasten. Toch blijft het politiek risico groot: elke procent extra op de factuur vertaalt zich rechtstreeks in electoraal verlies.
2. De indexsprong – symbooldossier van koopkracht en begrotingsdiscipline
Het tweede twistpunt is de zogeheten indexsprong. In de huidige plannen zou de automatische loonindexering voor ambtenaren, gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden nog slechts één keer per jaar plaatsvinden, in januari. Vandaag stijgen die inkomens telkens wanneer de levensduurte met 2 procent toeneemt. De maatregel – die bedoeld is om de begroting te ontlasten - lijkt op het eerste gezicht technisch, maar raakt aan een van de fundamenten van het Belgische sociaal model.
Arbeidseconomen zien in de jaarlijkse indexering een rationele modernisering van een verouderd systeem. De vele varianten – verschillende spilindexen, uiteenlopende sectorale afspraken, afwijkingen tussen publieke en private werknemers – maken het huidige model log en ondoorzichtig. Eén uniform systeem zou administratief eenvoudiger zijn en beter aansluiten bij de reële inflatie.
Bijvoorbeeld: een ambtenaar die op 1 januari 4.000 euro bruto per maand verdient, ziet dat bedrag in het huidig systeem stap voor stap stijgen – naar 4.020 euro in april, 4.040 euro in juli en 4.060 euro in het jaar daarop. “Bij een indexsprong vallen die tussenstappen weg”, zegt professor arbeidseconomie Stijn Baert (UGent) in ‘Het Nieuwsblad’. “Die 20 euro die je in april, mei en juni meer kon uitgeven als compensatie voor het duurdere leven, heb je dan niet meer. Net als de 40 euro extra van juli tot december. Je maakt dus het hele jaar door extra kosten die achteraf niet worden gecompenseerd.”
De politieke gevoeligheid enorm. Een uitgestelde indexering betekent dat honderdduizenden gezinnen maandenlang minder koopkracht hebben, wat de consumptie en dus ook de belastinginkomsten drukt. De Nationale Bank waarschuwt dat de budgettaire winst van zo’n maatregel deels verdampt door de lagere economische activiteit. Bovendien ligt het thema ideologisch beladen: voor linkse partijen is de automatische index een heilige garantie op levenskwaliteit, terwijl rechtse partijen ze zien als een structurele rem op competitiviteit en groei.
De balans tussen begroting en beleid
Samen vormen de btw-hervorming en de indexsprong het financiële hart van de begrotingsonderhandelingen. Volgens economische waarnemers zou een akkoord over deze twee dossiers bepalen of de regering-De Wever de winter haalt. De maatregelen kunnen samen tot vier miljard euro opleveren — goed voor bijna de helft van de begrotingsinspanning — maar politiek lijken ze moeilijk te verteren.
Regeringsbronnen benadrukken dat uitstel van de beslissingen de stabiliteit niet ten goede komt. Elke maand zonder akkoord kost de schatkist honderden miljoenen, terwijl de rente op de staatsschuld stijgt. Tegelijk is het electorale risico reëel: hogere facturen en lagere koopkracht zijn geen populaire kerstboodschap.
Wat betekent het voor de burger?
Voor de gemiddelde Belg zijn de gevolgen concreet maar ongelijk verdeeld. Een hogere btw maakt basisproducten duurder, maar raakt iedereen in dezelfde mate. Een indexsprong treft enkel inkomens die rechtstreeks door de overheid worden uitbetaald, maar zorgt indirect ook voor minder consumptie in de bredere economie.
Financiële experts becijferen dat een gemiddelde gezinshuishouding jaarlijks enkele honderden euro’s meer kwijt zou zijn aan basisproducten en energie bij een btw-tarief van 9 procent. De vertraagde indexering zou dat verlies pas maanden later compenseren, waardoor koopkracht tijdelijk daalt en de inflatie langer voelbaar blijft.
Een begroting op de rand van het mes
In essentie staan de regeringspartijen voor een klassieke begrotingsparadox: de nood aan structurele hervormingen botst frontaal met electorale voorzichtigheid. Een btw-hervorming levert geld op maar kost populariteit. Een indexsprong bespaart op papier maar weegt op de consumptie.
Politieke analisten omschrijven het als “een begroting op de rand van het mes”. Te weinig doen betekent een groter tekort, te veel doen een politieke implosie. Tussen die twee uitersten probeert de regering een evenwicht te vinden — hopend dat een kerstakkoord meer brengt dan alleen verlichting onder de kerstboom.
(Foto: Shutterstock)