Moreel gelijk versus feitelijke juistheid: Vlaamse socialisten en de rekbare waarheid.
Bij de Vlaamse socialisten leeft hardnekkig het idee dat ze zich automatisch aan de juiste kant van de geschiedenis bevinden. Dat morele gelijk gebruiken ze als vrijgeleide om cijfers selectief te gebruiken of op zijn minst strategisch te interpreteren. De grens tussen overtuiging en feit vervaagt daarbij opvallend snel.
Dat werd opnieuw duidelijk toen Vlaams minister van Gelijke Kansen Caroline Gennez in De Zevende Dag stelde dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen in België nog altijd 7 procent bedraagt. Op basis van dat cijfer kondigde ze strengere maatregelen aan tegen loondiscriminatie.
Van 7 procent naar 0,7 procent
De reactie liet niet op zich wachten. Werkgeversorganisatie Voka bestempelde het cijfer als misleidend en wees op een gecorrigeerde loonkloof van slechts 0,7 procent. Dat verschil is allesbehalve semantisch: het gaat om twee totaal verschillende interpretaties van dezelfde realiteit.
Het hogere cijfer houdt geen rekening met factoren zoals sector, functiekeuze en arbeidsduur. Het lagere cijfer probeert net die variabelen uit te filteren om te komen tot een inschatting van wat effectief als discriminatie kan worden beschouwd.
De politieke keuze voor het hoogste cijfer is begrijpelijk vanuit communicatie-oogpunt, maar problematisch wanneer het als beleidsbasis wordt gepresenteerd zonder nuance.
Communicatie botst op bevoegdheid
Maar daar bleef het niet bij. Gennez suggereerde dat Vlaanderen bedrijven zou kunnen sanctioneren voor loondiscriminatie, inclusief schadevergoedingen en strafrechtelijke boetes.
Die boodschap werd al snel bijgestuurd door Vlaams minister-president Matthias Diependaele. Volgens hem was er nood aan “nuance” na vragen uit de privésector. De realiteit is dat Vlaanderen helemaal niet bevoegd is om in te grijpen op de brede private arbeidsmarkt.
De nieuwe regelgeving rond loontransparantie, een omzetting van een Europese richtlijn, geldt enkel voor entiteiten waar Vlaanderen zelf bevoegd voor is: administraties, lokale besturen en onderwijsinstellingen. Voor private bedrijven blijft het federale niveau exclusief bevoegd.
Politieke ambitie versus institutionele realiteit
De correctie van Diependaele legt een terugkerend probleem bloot: politieke ambitie die botst op institutionele grenzen. Wat op televisie wordt aangekondigd als een kordaat beleid, blijkt in de praktijk vaak juridisch en bevoegdheidsmatig ingeperkt.
Dat leidt niet alleen tot verwarring bij werkgevers, maar ondermijnt ook de geloofwaardigheid van het beleid. Zeker wanneer cijfers en bevoegdheden tegelijk opgerekt worden om een sterker verhaal te brengen.
Symboolpolitiek met risico’s
De loonkloof blijft een belangrijk maatschappelijk thema. Maar net daarom vereist het debat precisie en eerlijkheid. Het verschil tussen 7 procent en 0,7 procent is niet louter academisch, en de suggestie dat Vlaanderen bedrijven kan sanctioneren terwijl die bevoegdheid federaal ligt, is meer dan een communicatief detail.
Wat overblijft, is een klassiek spanningsveld: de drang om politiek te scoren tegenover de nood aan correcte informatie.
En in dat spanningsveld blijkt opnieuw dat wie zich op het morele gelijk beroept, soms – hoe zullen we het braaf formuleren – minder streng omspringt met de feitelijke juistheid.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Didier Lebrun/Photo News)