De ‘vredespresident’ en de wereld als slagveld.
Donald Trump profileert zich nadrukkelijk als een man van vrede. Volgens eigen zeggen beëindigde hij acht oorlogen, van Congo tot Cambodja. Dat cijfer houdt bij nadere beschouwing weinig stand. Hoewel de Amerikaanse president inderdaad diplomatieke druk uitoefende in dossiers als Gaza en Oekraïne, valt het moeilijk te rijmen met het feit dat de Verenigde Staten onder zijn leiderschap op meerdere continenten militair actief bleven. De claim van moreel leiderschap botst steeds vaker met de realiteit van militaire interventies.
Irak: vrede door luchtaanvallen
In maart voerden Amerikaanse gevechtsvliegtuigen bombardementen uit in Irak, waarbij een leider van terreurorganisatie IS werd gedood. Trump omschreef de operatie als een noodzakelijke stap om “vrede door kracht” te brengen. Het was een klassieke antiterreuractie, uitgevoerd zonder bredere politieke oplossing voor de instabiele regio.
Iran: directe aanval op nucleaire infrastructuur
In juni volgde een zware escalatie met bombardementen op drie Iraanse nucleaire sites. De VS zetten kruisraketten in vanaf onderzeeërs en B-2-bommenwerpers met zware bunkerbusters. Trump verklaarde achteraf dat het Iraanse nucleaire programma “volledig vernietigd” was. Onafhankelijke bevestiging daarvan bleef uit, maar de aanval betekende wel een directe militaire confrontatie met een soevereine staat.
Jemen: escalatie in de Rode Zee
Na aanvallen van de door Iran gesteunde Houthi-militie op scheepvaart in de Rode Zee, lanceerden de VS een reeks luchtaanvallen in Jemen. Trump had eerder aangekondigd de Houthi’s te willen “vernietigen”. De interventie paste in een bredere strategie om handelsroutes veilig te stellen, maar vergrootte tegelijk de militaire betrokkenheid in een reeds verwoest conflict.
Nigeria: kruisraketten op kerstdag
Op kerstdag vuurde de Amerikaanse marine minstens tien kruisraketten af op vermeende IS-trainingskampen in Nigeria. Volgens Trump gebeurde dat om christelijke gemeenschappen in de regio te beschermen. De operatie leidde tot aanzienlijke schade en slachtoffers, maar bleef politiek onderbelicht buiten de Verenigde Staten.
Somalië: recordaantal luchtaanvallen
In 2025 voerden de VS maar liefst 118 luchtaanvallen uit op jihadistische doelen in Somalië. Dat is meer dan onder de regeringen van Bush, Obama en Biden samen. De cijfers tonen een structurele militaire aanwezigheid die haaks staat op het beeld van een president die oorlogen beëindigt.
Syrië: wraak als doctrine
Na de dood van twee Amerikaanse soldaten en een tolk door IS, volgden zeventig Amerikaanse bombardementen in Syrië. De Amerikaanse minister van Oorlog omschreef de aanvallen expliciet als “een verklaring van wraak”. Diplomatie speelde hier nauwelijks een rol; militaire vergelding stond centraal.
Venezuela: dodelijke operaties buiten oorlogscontext
In september startten Amerikaanse aanvallen op vermeende drugsboten voor de Venezolaanse kust. Bij minstens 33 aanvallen kwamen volgens beschikbare cijfers 112 mensen om het leven. De operaties vonden plaats buiten een formele oorlogssituatie en voedden de vrees voor verdere destabilisering van de regio.
Moreel leiderschap onder druk
De Verenigde Staten presenteren zich al decennia als het morele kompas van de internationale gemeenschap. Ook Trump hanteert dat discours in haast religieus en nationalistisch verpakte termen, als een president die zich graag als instrument van God profileert. Tegelijk tonen de feiten een land dat zich blijft mengen in andermans conflicten, vaak met militaire middelen en zonder duidelijke multilaterale legitimatie.
De tegenstelling is scherp: een natie die zichzelf het geweten van de wereld aanmeet, maar intussen met opvallende regelmaat bommen laat spreken. Wie vrede claimt, maar structureel kiest voor militaire tussenkomsten, verliest niet alleen geloofwaardigheid, maar ondergraaft ook het morele gezag waarop die rol gebouwd is.
(Foto: AI-P-magazine/Grok)