Hoera, we hebben een cultuurbarbaar als minister van cultuur.
De Vlaamse minister van Cultuur Caroline Gennez (Vooruit) trekt met de besparingsborstel door het culturele landschap. In haar begrotingsoefening sneuvelt opnieuw een zichtbaar symbool: de Ultimas, beter bekend als de Vlaamse Cultuurprijzen. Na meer dan twintig jaar verdwijnt de jaarlijkse bekroning van artistiek talent.
Volgens Gennez is het stopzetten van de prijzen een kwestie van prioriteiten. “Dure awardshows en prijsuitreikingen zijn geen kerntaak van de overheid,” luidt het.
Punt achter twee decennia traditie
De mededeling op de website van het Departement Cultuur laat weinig ruimte voor interpretatie: vanaf 2026 worden er geen Ultimas meer uitgereikt. Daarmee komt er een einde aan een traditie die in 2003 begon, onder toenmalig minister Paul Van Grembergen. Wat destijds een symbolische opvolger moest worden van de Belgische literaire Staatsprijzen, groeide onder zijn opvolgers uit tot een jaarlijks evenement dat de breedte van het Vlaamse cultuurlandschap moest weerspiegelen.
Onder minister Sven Gatz kregen de prijzen in 2017 hun nieuwe naam en vorm. De Ultimas werden gelanceerd als een herkenbaar cultuurmoment, met gala, trofeeën en media-aandacht. Toch bleef de bekendheid beperkt. De prijzen konden nooit tippen aan de zichtbaarheid van de Ensors of de MIA’s, die gedragen worden door hun respectieve sectoren.
Een poging om het evenement televisueel nieuw leven in te blazen, onder minister Jan Jambon, bleef zonder groot publiek succes. Daardoor hielden de Ultimas vooral waarde binnen de culturele gemeenschap zelf — als erkenning én als financiële steun in een sector waar dat vaak geen overbodige luxe is.
Bekroning van verdienste
De belangrijkste Ultima was traditioneel die voor “algemene culturele verdienste”. Die eer viel in het verleden onder meer te beurt aan Frie Leysen, Gerard Mortier, Anne Teresa De Keersmaeker, Jan Decleir en Hugo Claus. Het waren namen die de internationale reputatie van de Vlaamse cultuur mee vormgaven.
In de loop der jaren kwamen er nieuwe categorieën bij, van circus tot digitale kunst. Sinds 2022 werd ook een publieksprijs ingevoerd — meteen met controverse, toen de documentaire Tegenwind, kritisch voor het coronabeleid, de meeste stemmen haalde.
Nieuwe besparingsronde
De beslissing om de Ultimas stop te zetten past in een bredere besparingsgolf die Gennez sinds de Septemberverklaring doorvoert. Eerder werden ook de subsidies voor bovenlokale musea, de danserfgoedwerking van kunstencentrum STUK, en steun aan de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Literatuur (KANTL) en cultuurtijdschrift De Lage Landen ingeperkt.
Een volledig overzicht van de besparingen maakte de minister niet bekend, maar het patroon is duidelijk: de bovenbouw en ondersteunende initiatieven worden geraakt, terwijl de financiering voor kunstenaars en organisaties via het Kunstendecreet behouden blijft.
Met het afschaffen van de Ultimas bespaart de regering 614.000 euro op een totaalbudget van bijna een half miljard voor cultuur.
Symbolisch verlies
Hoewel het bedrag relatief beperkt is, weegt de beslissing symbolisch zwaar. De Ultimas waren een zeldzaam moment waarop de Vlaamse overheid haar culturele ambassadeurs zichtbaar eerde. Voor veel kunstenaars en instellingen betekende de prijs een erkenning die verder reikte dan financiële steun.
Door het schrappen van de prijzen verdwijnt een stukje publieke waardering uit het Vlaamse cultuurbeleid. Wat resteert, is een nuchtere begrotingslogica die weinig ruimte laat voor symboliek.
In de woorden van de minister: “Iedereen moet bijdragen aan de besparingen.”
Voor de cultuursector betekent dat nu ook: zonder applaus.
Misschien toch nog even dit - als we het over duur en prioriteiten hebben: ons land telt 54 ministers en staatssecretarissen.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News)