Eind november staat Gent opnieuw voor een spannende frietkotveiling. Met aangepaste regels hoopt de stad de hectische toestanden van 2016 te vermijden, toen de afschaffing van de 5%-regel tot grote onrust leidde.
In Gent wordt eind november een belangrijk evenement voorbereid: de veiling van de frietkotplaatsen. Met slechts 8 overgebleven locaties is de competitie fel, maar de stad heeft maatregelen genomen om herhaling van de eerdere frietkotoorlog te voorkomen. Deze veiling volgt na een tumultueuze editie in 2016, waar de verwijdering van de 5%-regel leidde tot grote onrust onder frituristen.
De aankomende veiling omvat zeven locaties, aangezien Frituur Lily buiten de veiling valt. Dit is een drastische vermindering vergeleken met de 16 plaatsen die bijna een decennium eerder werden geveild. Destijds resulteerde de veiling in aanzienlijke financiële en sociale onrust, met extreem hoge biedingen die de lokale frituristen opbraken en locaties die uiteindelijk ongebruikt bleven.
De nieuwe regels van de veiling zijn strikter: deelnemers met schulden bij de stad zijn uitgesloten van deelname en iedereen mag slechts op één locatie bieden. Bovendien moeten de frituren minimaal vier dagen per week open zijn en mogen zij maximaal zes weken per jaar gesloten zijn. De licenties worden toegekend voor een periode van acht jaar, zonder verlengingsoptie, een aanpassing die meer zekerheid biedt aan de exploitanten.
De stad Gent heeft bewust de startprijzen niet verhoogd ten opzichte van 2016, maar heeft ze wel geïndexeerd met een stijging van 40%. Het hoogste startbod is vastgesteld op 14.500 euro voor de locatie bij Sint-Jacobs. Volgens schepen Sofie Bracke wil de stad de frietcultuur die diep geworteld is in de Gentse gemeenschap, beschermen en behouden.