In Oost-Vlaanderen zorgt het verbod op levensbeschouwelijke symbolen in provinciale scholen, wat vooral neerkomt op een hoofddoekenverbod, voor onrust. Jongerenafdelingen van CD&V en Vooruit spreken zich uit tegen hun eigen partijlijn.
Het recent ingevoerde verbod op levensbeschouwelijke tekens in de provinciale scholen van Oost-Vlaanderen, doorgaans geïnterpreteerd als een hoofddoekenverbod, blijft voor opschudding zorgen. Hoewel het verbod vastgelegd is in het provinciale bestuursakkoord, met steun van partijen zoals N-VA en Vlaams Belang, keert de jongerenvleugel van CD&V zich nu openlijk tegen dit beleid.
Jong CD&V, ondersteund door Jongsocialisten, heeft in een open brief aan hun partijleden opgeroepen om tegen dit verbod te stemmen. Ze argumenteren dat het verbod jonge vrouwen en meisjes onevenredig treft en vrezen dat het jongeren uitsluit die hun persoonlijke overtuigingen willen uiten. Bovendien wijzen ze op een gebrek aan inspraak van ouders, leerkrachten en leerlingen bij het opstellen van deze regelgeving, wat het vertrouwen in het bestuurlijke proces zou kunnen schaden.
Ook binnen CD&V bestaat er onenigheid. Terwijl een deel van de partij de jongeren steunt, blijven anderen bij het initiële standpunt dat het verbod noodzakelijk is voor de neutraliteit binnen het onderwijs. Deze interne verdeeldheid zet de kwestie hoog op de politieke agenda, met een hernieuwde stemming die binnenkort gepland staat. Het is duidelijk dat de jongeren in deze partijen een cruciale rol spelen in het vormgeven van de standpunten over culturele en religieuze expressie in het onderwijs.
Naast Jong CD&V heeft ook Jong N-VA een duidelijke mening. Zij pleiten juist voor het handhaven van het verbod en waarschuwen voor de gevolgen van inconsistente politieke besluitvorming. Volgens hen ondermijnt het niet implementeren van genomen besluiten de geloofwaardigheid van de politiek.