Kazakkendraaien op z’n Italiaans.
Giorgia Meloni – de vrouw die haar politieke carrière bouwde vanop de barricades tegen migratie – neemt een bocht van formaat. Haast onmerkbaar voor het volk dat op haar stemde voor "grenzen toe en boten terug", wil haar regering van 2026 tot 2028 maar liefst 452.000 migranten van buiten de EU aantrekken. Niet omdat ze plots het licht zag in een kamp op Lampedusa, maar omdat Italië zonder buitenlandse werkkrachten gewoon letterlijk en figuurlijk vastloopt.
Van grenshekken naar arbeidsmarktplannen
Italië kampt met een alsmaar acuter wordend arbeidstekort. Vergrijzing, lage geboortecijfers en een generatie jongeren die terecht geen zin meer heeft in onderbetaald labeur in de bouw, de zorg of de landbouw. De tijd van de hardwerkende Rocco Granatas is voorbij. Die verpletterende realiteit dwingt zelfs de meest nationalistische premier tot een demografische realiteitscheck. De oplossing? Werkvisa voor migranten. Véél werkvisa.
Concreet wil de Italiaanse regering dus in drie jaar tijd bijna een half miljoen werkvergunningen toekennen aan niet-EU-burgers. Dat komt bovenop de eerdere beslissing om tussen 2023 en 2025 al meer dan 450.000 werkmigranten toe te laten. In totaal zou Italië onder Meloni dus in zes jaar tijd richting het miljoen migranten stappen – allemaal “legaal” weliswaar, met papiertjes en stempels, maar wel gewoon migranten.
De schijnheilige balans van premier Meloni
En daar wringt het schoentje. Giorgia Meloni maakte van anti-immigratieretoriek haar handelsmerk. Ze schafte humanitaire verblijfsvergunningen praktisch af, maakte de Middellandse Zee tot een juridisch mijnenveld voor ngo’s en versnelt deportaties van asielzoekers die geen geldige papieren kunnen voorleggen.
Maar wie vandaag de Italiaanse begrotingscijfers naast de bevolkingspiramide legt, weet het al langer: zonder instroom van jonge buitenlandse arbeidskrachten stort het economische model van het land gewoon in. Geen handen meer om ouderen te verzorgen, geen mensen meer om de tomaten van het veld te plukken, geen technici meer om infrastructuurprojecten draaiende te houden.
Op zoek naar de juiste soort buitenlander
En dus kiest Italië voor een selectieve migratiestrategie, waarbij “de juiste soort buitenlanders” met open armen mogen binnenkomen, zolang ze maar direct economisch renderen. Asielzoekers, vluchtelingen of mensen op de dool? Ongewenst. Doch, wie zich morgen netjes aanmeldt als zorgverlener of fabrieksarbeider, mag het land binnen op uitnodiging.
Een politieke schijnbeweging
Italië onder Meloni wil migratie niet stoppen, maar controleren, exploiteren en depolitiseren. Zolang een migrant werkt, zwijgt en belasting betaalt, mag hij blijven. Maar zodra hij vragen stelt, kritiek uit of zich politiek organiseert? Dan zit hij weer op de rubberboot richting Afrika.
‘Onaanvaardbare hypocrisie’
De ironie valt niet te negeren: een premier die haar volk aanpraat dat migratie een bedreiging is, terwijl ze intussen tienduizenden migranten per jaar laat overvliegen – niet uit barmhartigheid, maar uit economische noodzaak. Il faut le faire.
En zo wordt Giorgia Meloni de premier die met de ene hand het vluchtelingenkamp laat ontruimen, terwijl ze met de andere hand de werf bemant met arbeiders uit Niger, Bangladesh en Albanië. In Meloni’s Italië ben je niet welkom om wie je bent – alleen om wat je voor haar economie kan doen.
(Fotomontage: Shutterstock)