België op budgetair drijfzand: waarom de sanering van De Wever lang niet volstaat.
België staat opnieuw voor een harde budgettaire realiteit. Volgens Pierre Wunsch, gouverneur van de National Bank of Belgium, volstaat de begrotingsinspanning die premier Bart De Wever plant bijlange niet. Waar de regering mikt op een extra sanering van 3 à 4 miljard euro tegen 2029, zou in werkelijkheid een inspanning nodig zijn die bijna drie keer zo groot is, zo lezen we in ‘De Tijd’.
Om het begrotingstekort terug te brengen tot ongeveer 4 procent van het bruto binnenlands product, moet volgens de centrale bank nog eens zo’n 11 miljard euro gevonden worden. En zelfs dat is slechts een tussenstation. In theorie zou het tekort richting 3 procent moeten evolueren om de Belgische staatsschuld onder controle te houden.
Maar achter die cijfers schuilt een fundamentelere vraag: hoe is België überhaupt in deze situatie terechtgekomen?
Een land dat structureel meer uitgeeft dan het verdient
De cijfers zijn weinig flatterend. Het Belgische begrotingstekort bedraagt vandaag meer dan 5 procent van het bbp. De staatsschuld is opgelopen tot ongeveer 107 procent van de economie. Alleen al aan rente betalen de Belgische overheden bijna 15 miljard euro per jaar.
Dat is geen plotse ontsporing, maar het resultaat van jarenlange politieke keuzes. Decennialang werd er meer uitgegeven dan er binnenkwam. Economische groei en lage rentevoeten hielden het systeem overeind, maar onder de oppervlakte stapelden de structurele problemen zich op.
België heeft een omvangrijke overheid, een complex staatsapparaat en een sociaal model dat steeds duurder wordt naarmate de bevolking vergrijst. Tegelijk groeiden ook subsidies, administraties en gezondheidsuitgaven gestaag verder.
Het gevolg is een begroting die steeds kwetsbaarder wordt voor externe schokken. Zodra energieprijzen stijgen, rentevoeten oplopen of geopolitieke spanningen toenemen, komt het hele evenwicht onder druk te staan.
Politieke blokkades en moeilijke keuzes
Dat maakt het saneringswerk voor de regering bijzonder complex. De federale coalitie moet niet alleen besparen, maar ook een politiek evenwicht bewaren tussen partijen met uiteenlopende prioriteiten.
Zo ligt het verminderen van bedrijfssubsidies gevoelig bij partijen die de concurrentiekracht van ondernemingen willen beschermen. Het terugdringen van het aantal ambtenaren is dan weer een moeilijke oefening voor regionale en lokale overheden. En ingrepen in de gezondheidszorg botsen al snel op weerstand van partijen die het sociale model willen beschermen.
Ook fiscale maatregelen liggen politiek explosief. Binnen de regering bestaat weinig enthousiasme om consumptiebelastingen zoals btw te verhogen, zeker in een context van geopolitieke onzekerheid en stijgende energieprijzen.
Het resultaat is een klassieke Belgische situatie: iedereen erkent dat er een probleem is, maar zodra concrete maatregelen op tafel komen, botsen ze op politieke grenzen.
De rol van de deelstaten
Daarbovenop komt nog een typisch Belgische complicatie: de versnippering van bevoegdheden. De federale regering draagt een groot deel van de kosten voor defensie, pensioenen en rentelasten, terwijl andere beleidsdomeinen bij de deelstaten liggen.
Volgens de National Bank of Belgium moeten ook de regio’s sterker bijdragen aan de sanering. In Flanders blijft de begroting relatief stabiel, maar in Wallonia, de French Community of Belgium en vooral Brussels lopen de tekorten sneller op.
De Brusselse financiën baren zelfs bijzondere zorgen. Ambitieuze plannen om de begroting tegen het einde van het decennium in evenwicht te brengen, worden voorlopig niet ondersteund door concreet beleid.
Een systeem onder druk
De budgettaire discussie raakt daarmee aan een bredere vraag over het economische model zelf. Het huidige systeem steunt op voortdurende groei, consumptie en productiviteit om sociale uitgaven en overheidsschulden te financieren.
Zolang de economie sterk groeit, blijft dat model functioneren. Maar zodra groei vertraagt en kosten stijgen, komen de grenzen in zicht. Dat roept de vraag op of de huidige economische logica — waarin efficiëntie, winst en consumptie centraal staan — nog volstaat om de maatschappelijke uitdagingen van de komende decennia op te vangen.
Meer groei en meer besparen lijken vandaag de enige recepten. Maar steeds meer economen stellen zich de vraag of dat voldoende zal zijn.
Meer dan een begrotingsprobleem
Het debat over de Belgische begroting gaat uiteindelijk over meer dan cijfers in een Excelbestand. Het raakt aan fundamentele keuzes over hoe een samenleving georganiseerd wordt.
Moet de overheid kleiner worden? Moeten sociale systemen hervormd worden? Of moeten we net anders kijken naar groei, consumptie en economische doelstellingen?
Voor premier Bart De Wever ligt de uitdaging voorlopig vooral in het stabiliseren van de begroting. Maar de waarschuwing van Pierre Wunsch maakt duidelijk dat de problemen dieper zitten dan één begrotingsronde.
België staat niet alleen voor een saneringsoperatie. Het staat voor een fundamentele vraag over hoe zijn economische model in de toekomst nog kan blijven werken.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)