Demoniseren van Wilders zou hem op het einde van de rit wel eens nog groter kunnen maken.
In de slotdagen van de Nederlandse verkiezingscampagne – woensdag trekken de Nederlanders naar de stembus - is het iedereen tegen de PVV van Wilders. Alle partijen, van links tot rechts, lijken één gemeenschappelijke missie te hebben: Geert Wilders klein krijgen. En precies dat kan wel eens in zijn voordeel spelen.
Het ‘anti-Wildersfront’
In de jongste peilingen zakt de PVV terug tot 25 à 31 zetels, een stevige krimp ten opzichte van de 37 die Wilders in 2023 binnenhaalde. GroenLinks-PvdA volgt op korte afstand, met 22 tot 26 zetels. Toch blijft Wilders voorlopig de grootste, ondanks de chaotische val van zijn eigen regering — de zogeheten “regering-Schoof” — na amper elf maanden.
Sinds de val van dat kabinet is de toon in Den Haag bits. Van uiterst links tot centrumrechts gebruikt men Wilders als schietschijf. SP-leider Jimmy Dijk reduceerde hem tot “clown Bassie die aan de macht was” en VVD-kopstuk Dilan Yesilgöz sneerde dat “de PVV een partij is van één man met een Twitteraccount”. Het heeft veel weg van een cordon sanitaire - officieel bestaat dat niet in Nederland, maar in de praktijk is het er wel.
De prijs van macht
Dat Wilders na zijn exit niet compleet instort in de peilingen, heeft hij vooral te danken aan de fouten van zijn tegenstanders. Het was de VVD van Mark Rutte die in 2023 de deur naar samenwerking op een kier zette. Toenmalig partijleidster Yesilgöz flirtte openlijk met PVV-standpunten over migratie — en wakkerde zo het vuur aan dat ze nu probeert te doven.
Die strategie boemerangt nu. Wilders kon maandenlang regeren zonder verantwoordelijkheid te dragen: invloed zonder aansprakelijkheid. Toen zijn migratieminister Marjolein Faber niets klaar kreeg en de coalitiepartners NSC, BBB en VVD weigerden om zijn asielplan door te drukken, trok hij demonstratief de stekker eruit.
De paradox van uitsluiting
Het huidige politieke front tegen Wilders doet denken aan de Vlaamse ervaring met het Vlaams Belang. Toen Bart De Wever in 2024 de samenwerking met Tom Van Grieken resoluut uitsloot, wist hij de N-VA weer te positioneren als het enige geloofwaardige alternatief aan de rechterflank. De VVD probeert nu iets gelijkaardigs, maar veel te laat.
Voormalig VVD-strateeg Bas Erlings vat het samen: “De enige keer dat de VVD de PVV niet uitsloot, in 2023, is ook de enige keer dat de VVD de PVV niet kon verslaan.”
Migratie minder dominant
Opvallend: migratie, jarenlang Wilders’ sterkste troef, lijkt te zakken in belang. De debatten draaien steeds meer rond bestuur, geloofwaardigheid en de puinhoop die de korte PVV-regering achterliet. Toch blijft het thema kleven — zeker zolang partijen als JA21 en de VVD op dezelfde toon meezingen.
Wilders zelf lijkt ondertussen uitgeblust. Zijn campagnetoon is defensiever, zijn optreden fletser dan voorheen. Zelfs interne incidenten — zoals PVV-leden die nepbeelden en doodsbedreigingen over Frans Timmermans op sociale media verspreiden — lijken hem nog amper te raken.
De nieuwe kaarten
Tussen de brokstukken van de oude coalitie komt vooral D66 sterk opzetten. De gladde afgeborstelde Rob Jetten’s “optimisme en Rutte-energie” scoren verrassend goed: de partij stijgt naar 19 à 23 zetels. Het CDA zakt wat weg na ongelukkige uitspraken van leider Henri Bontenbal over religieuze scholen, terwijl JA21 stevig groeit door zich als “PVV zonder Wilders” te profileren.
De VVD lijkt zich eindelijk te stabiliseren rond 14 à 18 zetels. En de NSC van Pieter Omtzigt, ooit de hoop van het midden, lijkt intussen volledig leeggelopen.
Alles tegen één
Met bijna de helft van de kiezers nog onzeker, kan het slotakkoord alle kanten op. Maar één ding is duidelijk: deze verkiezingen draaien niet langer om migratie, koopkracht of energieprijzen — ze draaien om Geert Wilders zelf.
Iedereen wil hem stoppen.
En net daarom blijft hij meespelen.
(Foto: Shutterstock)