De federale meerderheid probeert deze week twee zwaargewichten door het parlement te duwen: de programmawet met de omstreden centenindex en de pensioenhervorming. Maar eerdere pogingen strandden op politieke blokkades, uitstelmanoeuvres en een Kamer die weinig zin heeft in budgettaire bulldozerpolitiek.
Twee dossiers, één rode draad: besparen met de rekenmachine
Deze week moet de Kamer zich opnieuw buigen over twee van de grootste hervormingsdossiers van de legislatuur: de programmawet en de pensioenhervorming.
Op papier gaat het om modernisering en “houdbaarheid”. In de praktijk vooral om één ding: besparen. Veel besparen.
De regering probeert het geheel erdoor te krijgen als een strak budgettair pakket, maar botst telkens opnieuw op een parlement dat de details niet slikt zonder discussie.
Programmawet: fiscale ingrepen in één verzamelpakket
De programmawet is de typische Belgische politieke grabbelton: een bundel maatregelen die samen de begroting moeten rechttrekken.
Daarin zit onder meer de invoering van de centenindex: een gedeeltelijke indexering waarbij hogere inkomens minder sterk worden aangepast aan de levensduurte.
Daarnaast bevat de wet een hele reeks fiscale ingrepen:
- hogere accijnzen op gas, stookolie en brandstoffen
- lagere accijnzen op elektriciteit
- hogere taks op effectenrekeningen en verzekeringen
- extra vliegtaks en bankentaks
- beperkingen op aftrekbaarheid van auteursrechten
Het is een klassiek begrotingspakket: veel kleine verschuivingen die samen grote bedragen moeten opleveren.
Pensioenen: hervormen met de botte bijl
De pensioenhervorming is het andere zwaartepunt.
De regering wil het systeem “betaalbaar houden”, maar grijpt daarbij stevig in:
- invoering van een bonus-malussysteem
- hervormingen in ambtenarenpensioenen
- aanpassingen aan berekening en voorwaarden
Officieel gaat het om duurzaamheid. Kritiek klinkt dat het vooral een lineaire besparingsoperatie is waarbij complexe realiteit wordt herleid tot tabellen en percentages.
Oppositie zet de hakken in het zand
De vorige pogingen om beide dossiers goedgekeurd te krijgen, liepen vast op klassieke Belgische politieke tactiek: amendementen, procedures en adviezen van de Raad van State.
Partijen als PVDA, PS en Groen zetten het parlementair proces meermaals op pauze.
Ook binnen de meerderheid is er geen volledige harmonie. De centenindex blijft een bijzonder gevoelig punt, ook bij partijen die de begrotingslijn wel in grote lijnen steunen.
Regering onder druk van timing en indexklok
Vooral de programmawet is een race tegen de tijd.
Als de inflatie onverwacht sneller oploopt en de spilindex vroeger wordt overschreden, moet de wet snel gepubliceerd worden om de centenindex correct te laten ingaan. Een paar dagen vertraging kan al een budgettaire domino-effect veroorzaken.
Met andere woorden: niet alleen politiek, maar ook statistisch zit de regering vast in een strak timingkader dat weinig ruimte laat voor vertraging.
Pensioendossier: tijd is nog geen vijand, maar wel een factor
De pensioenhervorming kent minder acute druk. De maatregelen gaan pas in vanaf 2027, waardoor er meer ademruimte is.
Toch blijft het risico op nieuwe vertraging bestaan, zeker als opnieuw bijkomende adviezen of procedurele blokkeringen worden opgeworpen. De oppositie heeft al aangekondigd nieuwe amendementen en procedures te willen inzetten.
Regering zet in op “doorpakken”, Kamer op controle
De meerderheid wil deze week vooral één signaal geven: doorduwen en afronden.
Maar de realiteit in het parlement is anders. Daar wordt elk begrotingscijfer gewogen, elk mechanisme uit elkaar gehaald en elke indexformule opnieuw ter discussie gesteld.
Conclusie: begroten als rekenoefening, politiek als hindernissenparcours
De regering probeert grote hervormingen door te voeren alsof het technische bijsturingen zijn. De Kamer behandelt ze als fundamentele keuzes over koopkracht, pensioenen en verdeling.
En ergens tussen die twee werelden zit het Belgische compromis: traag, complex en permanent onder spanning.
(Foto: Shutterstock)