Wat is het, en wie moet waar voor vrezen.
Het woord klinkt technisch en onschuldig tegelijk, maar de ‘centenindex’ zorgt voor stevige politieke ruzie. Het parlement zet vandaag het licht op groen voor een hervorming die niet aan de index sleutelt, maar wel aan hoe ze verdeeld wordt. Geen indexsprong, geen bevriezing, maar een plafonnering voor hogere lonen. De vraag is simpel: wie betaalt er uiteindelijk de rekening?
Geen index die wordt afgeschaft, wel geplafonneerd
De regering-De Wever kiest niet voor een klassieke indexsprong, maar voor een aangepaste berekening van de automatische indexering.
De lonen blijven stijgen met de levensduurte, maar niet iedereen krijgt die stijging in dezelfde mate. Boven een bruto maandloon van 4.000 euro wordt de indexering gedeeltelijk afgeroomd.
Concreet: op het deel boven die grens wordt de eerste 2 procent indexering niet volledig toegekend. Het resultaat is een gedifferentieerde index, waarbij hogere lonen trager stijgen.
Voor halftijdse lonen en bepaalde uitkeringen ligt de grens op 2.000 euro bruto.
Hoe hard voel je dit in je loon?
Voor de meeste werknemers verandert er weinig op het eerste gezicht. Maar de impact zit in de details.
Een voorbeeld maakt het duidelijk. Iemand met een bruto maandloon van 5.000 euro zou bij een klassieke indexering van 3 procent normaal 150 euro extra krijgen.
Onder de nieuwe regeling wordt dat bedrag afgeroomd: op de eerste 4.000 euro geldt de volle index, op het resterende deel slechts gedeeltelijk. Het verschil lijkt klein op papier, maar groeit naarmate de lonen stijgen en de indexering zich herhaalt.
De maatregel kan bovendien maximaal twee keer worden toegepast tijdens deze legislatuur.
Ongeveer de helft van de werknemers geraakt
Volgens berekeningen wordt ongeveer 50 procent van de werknemers rechtstreeks getroffen door de maatregel. Vooral midden- en hogere inkomens voelen het effect.
Het mediaanloon in België ligt rond 3.728 euro bruto. Dat betekent dat een grote groep net onder of rond de grens zit waar de impact begint te spelen.
Economisten benadrukken dat het effect voor lagere en middenlonen beperkt blijft, maar dat hogere loonschalen wel degelijk een structurele vertraging in loonstijging krijgen.
De impact komt niet overal tegelijk.
Sectoren met snelle indexmechanismen, zoals energie, petrochemie en cement, zullen de wijziging sneller voelen.
In andere sectoren schuift de impact door naar 2027, afhankelijk van hun indexmoment.
Ook bij overheidspersoneel en uitkeringen zal de vertraging pas later zichtbaar worden, omdat daar gewerkt wordt met de spilindex. Die zou volgens huidige prognoses pas in 2026 opnieuw overschreden worden.
Vakbonden: “Een breuk met het systeem”
De vakbonden verzetten zich scherp tegen de hervorming. Zij zien de centenindex als een eerste stap richting uitholling van het automatische indexsysteem.
Volgens hen worden werknemers dubbel geraakt: via een tragere loonstijging én via stijgende kosten voor energie en gezondheidszorg.
De liberale vakbond spreekt van een “ongezien precedent”, terwijl het ACV en ABVV waarschuwen voor een fundamentele verschuiving van koopkracht naar begrotingsdiscipline en bedrijfswinsten.
Regering: correctie, geen afbraak
Binnen de regering wordt de maatregel verdedigd als een correctie, niet als een aanval op de index.
De coalitie stelt dat het systeem overeind blijft, maar dat de verdeling van de indexering rechtvaardiger moet worden gemaakt in functie van inkomensniveau en budgettaire druk.
Volgens premier Bart De Wever en vicepremier Frank Vandenbroucke voldoet het alternatieve voorstel van de sociale partners niet aan de begrotings- en competitiviteitsdoelstellingen.
Politiek compromis met blijvende spanning
De goedkeuring van de centenindex lijkt vandaag een formaliteit, maar de politieke eensgezindheid is ver te zoeken.
Zelfs binnen de meerderheid lopen de meningen uiteen. CD&V uitte eerder stevige kritiek, maar zal de tekst uiteindelijk toch goedkeuren.
De vakbonden blijven intussen aandringen op bijsturingen, maar de regering houdt voorlopig vast aan de gekozen lijn.
Wat blijft er over?
Op papier blijft de automatische index bestaan.
In de praktijk verandert vooral wie er het snelst voordeel uit haalt.
De centenindex is dus geen breuk met het systeem, maar een herverdeling binnen dat systeem. En precies daar zit de politieke spanning: een technisch ingrijpen met voelbare gevolgen in de portefeuille van een groot deel van de werkenden.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)