Oekraïne ruilt beschaving voor barbarij: Zelensky laat mijnen spreken waar diplomatie faalt.
Een oorlog kan een volk verenigen, het kan een natie smeden in vuur en staal. Maar oorlog haalt ook het lelijkste in de mens naar boven: de bereidheid om elk moreel kompassen in de prullenbak te kieperen, onder het mom van nationale noodzaak. Gisteren zette president Zelensky een krabbel onder een decreet waarmee Oekraïne zich terugtrekt uit het Verdrag van Ottawa – het internationale akkoord dat het gebruik van antipersoonsmijnen verbiedt. Een bom onder zijn geloofwaardigheid, of erger nog: een tijdbom onder zijn eigen bevolking.
Deze handtekening opent een beschamend hoofdstuk waarin Oekraïne het verschil tussen verdedigen en vernietigen uit het oog verliest.
Het verdrag? Welk verdrag?
Het Verdrag van Ottawa, ondertekend in 1997 door 164 landen, was een zeldzaam moment van morele helderheid. Een afspraak tussen naties dat sommige wapens simpelweg te gruwelijk zijn om ooit nog toe te laten. Geen excuses. Geen uitzonderingen.
Maar vandaag kiezen niet alleen Finland, Polen en de Baltische staten de vlucht vooruit – ook Oekraïne, het zwaarst besmette land ter wereld qua mijnen, doet er zonder verpinken aan mee. Ironisch genoeg is Rusland – de vijand bij uitstek – nooit toegetreden tot het verdrag. En dus, zo redeneren de nieuwe ijzervreters in Kiev: waarom zouden wij ons nog wél aan de regels houden?
85 procent van de slachtoffers zijn burgers – en dat weet Oekraïne maar al te goed
Volgens Handicap International, een organisatie die letterlijk mensen bij elkaar raapt na ontplofte mijnen, zijn 85 procent van alle slachtoffers burgers, waarvan 40 procent kinderen. Geen militaire doelen, geen tanks, geen soldaten in camouflage. Gewoon vaders, moeders, peuters, studenten, landbouwers. Mensen die hun benen verliezen op weg naar school. Vrouwen die hun kinderen begraven na een wandeling door het gras.
Landmijnen maken geen onderscheid. Ze zijn het wapen van de laffe en de langetermijnsadist. Ze doden niet alleen in oorlogstijd, maar ook in tijden van wederopbouw, vrede en vergeten herinneringen. Decennia na het laatste schot kunnen ze nog toeslaan. Het zijn bommen zonder klok.
Oekraïne smeekt om Westerse steun, maar keert tegelijk zijn rug naar de kernwaarden van datzelfde Westen. Wat ben je nog waard als je beweert voor vrijheid te vechten, maar zelf kinderen opblaast met mijnen die je gisteren nog had kunnen verbannen?
“Militair noodzakelijk”, zeggen ze. Bullshit, zeggen wij.
Oekraïne verdedigt zijn beslissing met het argument van militaire noodzaak. Rusland gebruikt mijnen, dus mogen wij dat ook. Maar dat is de redenering van een pyromaan die de brandweer saboteert. Handicap International wijst erop dat het militaire effect van antipersoonsmijnen extreem klein is. Moderne legers beschikken over voertuigen die mijnenvelden in een mum van tijd openrijten. De soldaten gaan verder. De mijnen blijven liggen. In de bossen. In de velden. In de speeltuinen.
Voor wie zijn die mijnen dan nog bedoeld? Juist: voor wie terugkeert. Voor wie probeert opnieuw te leven. Voor de boer, de moeder, de kindervoet die op de verkeerde steen stapt.
En het wordt nog grotesker. Volgens het verdrag mág Oekraïne zich in principe zelfs niet terugtrekken terwijl het in oorlog is. Artikel 20 stelt dat staten in actieve conflicten zich niet mogen onttrekken aan hun verplichtingen. Maar Kiev doet het toch.
Een ethisch dieptepunt, en een klap in het gezicht van wie Oekraïne steunt
België, het eerste land dat het Ottawa-verdrag ondertekende, zou moord en brand moeten schreeuwen. Maar tot dusver blijft het stil hier aan de overkant. Alsof onbespreekbaar lijkt. Alsof kritiek op Oekraïne gelijkstaat aan steun voor Poetin? Die kortsluiting is precies wat Kiev nu in de kaart speelt.
Intussen laten ook de Verenigde Staten hun tanden zien – of liever: hun dubbelzinnigheid. Biden, jarenlang tegenstander van antipersoonsmijnen, leverde ze eind vorig jaar alsnog aan Oekraïne. Ze zouden “zichzelf vernietigen na gebruik”, zei men toen. Alsof dat ooit een geruststelling is voor het kind dat weken later op een vergeten exemplaar stapt.
Zeg het luid: antipersoonsmijnen zijn misdadig. Ook als je tegenstander Rusland heet.
Een wapen dat blind, doelloos en langdurig burgers verminkt, is nooit verdedigbaar. Nooit. Niet als Rusland het gebruikt. Niet als Israël het inzet. En zeker niet als Oekraïne, het zelfverklaarde bastion van Europese waarden, zijn kinderen er mee op het spel zet.
Wie vandaag antipersoonsmijnen verdedigt, verdedigt morgen een land vol geamputeerden.
(Foto: Shutterstock)