“Thuis heb ik nog een ansichtkaart waarop een kerk een kar met paard, een slagerij J. van der Ven. Een kroeg, een juffrouw op de fiets. Het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets, maar het is waar ik geboren ben.”
De Vlaamse christendemocraten hebben een nieuw offensief gelanceerd dat teruggrijpt naar de basis: het dorpsleven. CD&V wil dat in élk dorp opnieuw een bakker, slager, café, buurtwinkel en geldautomaat zijn – de zogenaamde “Big Five” van de plattelandsgemeenschap. Het plan is meer dan een economische maatregel; het is een poging om opnieuw aansluiting te vinden bij de Vlaming, die zich steeds vaker afvraagt waarvoor de partij eigenlijk nog staat.
De leegte van een dorp als politiek strijdpunt
De vaststelling is duidelijk: kleine handelszaken verdwijnen in snel tempo. Waar supermarkten en ketens hun vleugels uitslaan, sluiten lokale bakkers, slagers en buurtwinkels de deuren. Nieuwe initiatieven zijn zeldzaam en nauwelijks rendabel. Vooral landelijke dorpen voelen die leegte. Voor CD&V wordt die trend nu het strijdpunt waarmee ze zichzelf opnieuw wil positioneren.
The Big Five als symbool
Het voorstel richt zich op de 53 meest landelijke gemeenten in Vlaanderen, waar minder dan 250 inwoners per vierkante kilometer wonen. Daar wil de partij de economische randvoorwaarden versoepelen: minder belastingen, minder administratieve rompslomp en minder heffingen van gemeenten. Zaken die volgens de logica van de vrije markt niet levensvatbaar zijn, moeten via politieke ingrepen toch opnieuw kunnen bestaan. Een bakker die maar enkele dagen per week open is, of een café dat eerder dienstdoet als sociaal ontmoetingspunt dan als winstgevende onderneming, moet op die manier opnieuw een toekomst krijgen.
De realiteit van de kleine zelfstandige
Tussen de plattelandsdorpen duiken nog ondernemers op die het toch wagen: een bloemenwinkel die enkel drie dagen per week open is, of een jonge bakker die zijn brood via automaten verkoopt om personeelskosten te vermijden. Het zijn creatieve oplossingen die aantonen dat er nog vraag is naar lokale verbondenheid, maar ook dat de klassieke dorpshandel zonder ondersteuning nauwelijks overleeft.
Politiek project met meer lading
De operatie van CD&V is meer dan het redden van brood en vlees. Het gaat om een poging om opnieuw een verhaal te brengen dat herkenbaar en tastbaar is voor de kiezer. In een tijdperk waarin de pastoor geen stemadvies meer geeft en angst voor de hel geen electorale hefboom meer is, zoekt de partij naar een ander bindmiddel. Het dorpsleven wordt daarbij ingezet als symbool van gemeenschap, nabijheid en sociale samenhang – waarden waarmee de christendemocraten zich opnieuw hopen te onderscheiden van liberalen, socialisten en nationalisten.
De zoektocht naar een nieuw programma
Het is nog onduidelijk of het plan in het Vlaams Parlement voldoende steun krijgt en of de maatregelen effectief in beleid worden omgezet. Wat wel vaststaat, is dat CD&V hiermee een poging doet om zichzelf opnieuw een gezicht te geven. De partij beseft dat ze de kiezer niet langer kan overtuigen met traditie of met moreel gezag. Ze heeft een programma nodig dat tastbaar is, dat de dagelijkse leefwereld raakt en dat een antwoord biedt op de leegloop van de dorpen. De vraag is of “The Big Five” genoeg zal zijn om de christendemocraten opnieuw een plaats te bezorgen in het centrum van het politieke toneel.
(Foto: (Foto: Philip Reynaers/Photo News))