Onder de Ring in Anderlecht, in bosstroken van Vorst, aan het Wiels-moeras en bij metrostations: Brussel telt meer en meer mensen die in tenten of geïmproviseerde hutjes wonen. Een reportage over hoe de ontplofte woningmarkt mensen letterlijk naar buiten drijft — en over wat de stad ermee doet.
Tenten onder de Ring
Zowat tien tenten staan opgesteld onder de Ring in Anderlecht, ter hoogte van tramhalte Marius Renard. De meeste staan twee per twee aan de brugpijlers, soms met een klein tafeltje bij. "Het is droog en al bij al veilig. Wij zijn hier nu drie weken", vertellen twee Roemenen. Ze werken in de bouwsector en worden dagelijks opgepikt voor klusjes in het hele land.
"We worden vaak naar Gent of Brugge gereden. Van onze vorige aannemer kregen wij onderdak aangeboden, maar bij deze job niet meer. Huren is duur", zegt de 48-jarige Emilian. Hij deelt zijn minikamp met de 54-jarige Adrian. "We doen niemand kwaad, gebruiken geen drugs en gaan iedere dag werken. Daarom mogen wij hier blijven."
Burgemeester Fabrice Cumps (PS) van Anderlecht bevestigt dat het kamp relatief nieuw is. "Die mensen mogen daar niet blijven, maar helaas zijn wij voor een ontruiming gebonden aan strikte procedures. En telkens als wij een kamp ontruimen, duikt er weer een ander op."
Van het stadscentrum naar de rand
Lang niet de enige tenten in Brussel. Langs de E40 in Schaarbeek verblijven nog altijd mensen in een tent. Op de Vuurkruisenlaan in Neder-over-Heembeek duiken geregeld tentjes op, net als in bosstroken aan het moeras van Evere en Jette. Aan metrostation Belgica, de Gesùkerk in Sint-Joost-ten-Node en middenin de bouwwerf aan het Saincteletteplein zijn langdurige hutjes van paraplu's, regenbaches of golfplaten.
"Ik woon al zeven maanden op deze plek met mijn vriendin", vertelt een Algerijnse man van 35 aan Sainctelette. Hij heeft er een beschutting van geel-blauwe werfhekken gebouwd en het dak vol dekens gelegd.
Aan het Wiels-moeras in Vorst wonen de broers Issah en Mohammed al anderhalf jaar in een houten schutting tegen een betonnen nis. Opvallend: buiten versieren vogelhuisjes, windklokken en zelfs een gitaar hun onderkomen. Binnen siert een bonte verzameling schelpen, nummerplaten en fotokaders de muren, er is zelfs een keukentje. "Iedereen respecteert ons. Een echte woning huren is gewoon veel te duur", zegt Issah.
Verschuiving naar minder zichtbare plekken
Hulporganisatie Samusocial ziet in heel Brussel niet zozeer een toename, maar een verschuiving van tenten naar minder zichtbare gebieden. "Onze mobiele teams merken niet dat meer mensen zich nu langer in tenten installeren. We zien wél dat die mensen het stadscentrum vaker inruilen voor meer afgelegen plekken", zegt woordvoerster Marie-Anne Robberecht.
Dat patroon herkent ook Koen Hermans, professor sociaal beleid aan de KU Leuven. "Zodra het beleid in de stad strenger wordt, trekken mensen naar de minder zichtbare rand. Dat hebben we in het verleden ook gezien in Antwerpen." Hij verwijst naar de grote opruimacties in het Zuidstation van vorig jaar. "Die waren extreem en hebben de dakloosheid niet verholpen, integendeel."
Ontplofte woningmarkt als oorzaak
Hermans benadrukt dat noodopvang alleen het probleem niet oplost. "Slapen in tenten, tuinhuisjes of garageboxen is een overlevingsstrategie. Het is vaak de laatste oplossing voor wie zich niet veilig voelt in de noodopvang. Daar slaap je samen met onbekenden, kunnen je spullen gestolen worden." En de dieperliggende oorzaak? "Het zijn uitingen van een totaal ontplofte woningmarkt."
Brussels minister voor Sociale Zaken Ahmed Laaouej (PS) belooft een sociaal plan voor buitenslapers via administratie Bruss'Help. "Of iemand nu in een tent slaapt of niet, wij zullen iedereen op dezelfde manier proberen te helpen", zegt Samusocial.
Ondertussen kookt Emilian onder de Ring in Anderlecht brandnetelsoep — "boordevol ijzer" — en vertelt hij dat hij vijftien jaar als VN-blauwhelm heeft gewerkt. "Ik slaap hier enkel om de dure huur te ontlopen", zegt hij.