Na jaren van nachtelijke begrotingsmarathons wil de regering-De Wever het proces “professionaliseren”. De moeilijke vraag blijft dezelfde: wie betaalt opnieuw de factuur?
De federale regering moet tegen volgend jaar opnieuw 7 miljard euro vinden om de begroting op koers te houden. Om te vermijden dat de onderhandelingen opnieuw uitmonden in politieke slapstick en nachtelijke uitputtingsslagen, krijgt het Federaal Planbureau de opdracht om samen met externe experts een lijst van mogelijke maatregelen op te stellen.
Een meer gestructureerde aanpak dus. Maar achter het technocratische jargon schuilt een eenvoudige realiteit: er moet opnieuw fors worden bespaard of extra geld worden gevonden.
Van politieke improvisatie naar Excel-bestanden
Begrotingsminister Vincent Van Peteghem wil af van de klassieke Belgische methode waarbij ministers urenlang onderhandelen tot niemand nog helder denkt.
Het Planbureau verzamelt daarom voorstellen van academici en specialisten, die hun aanbevelingen in een Excel-bestand mogen gieten. Tegen 1 juni moet dat rapport klaar zijn, zodat de regering tegen 21 juli met een begrotingskader naar buiten kan komen.
Het model is geïnspireerd op Nederland, waar beleidsopties vooraf grondig worden doorgerekend. Je kan het ook lezen als de verantwoordelijkheid doorschuiven: “Wij hebben het niet bedacht, lieve kiezer!”
7 miljard euro verdwijnt niet in een spreadsheet
De nieuwe aanpak oogt professioneler, maar verandert niets aan de kern van het probleem.
Een begroting is geen neutrale oefening in boekhouden, maar een politieke keuze over wie meer betaalt en wie minder krijgt.
En wanneer 7 miljard euro moet worden gevonden, komt de rekening uiteindelijk altijd ergens terecht.
De gebruikelijke doelwitten
Traditioneel wordt gezocht in:
- sociale uitgaven,
- pensioenen,
- ziekte- en werkloosheidsuitkeringen,
- fiscale voordelen,
- administratieve kosten.
Met andere woorden: dezelfde posten die ook vorige keren op tafel lagen, zullen opnieuw onder druk komen te staan.
Minder drama, dezelfde spanningen
De regering hoopt een herhaling van eind 2025 te vermijden. Toen werd pas na weken van crisissfeer en ontslagdreigingen een akkoord gevonden over een sanering van 9,2 miljard euro.
Premier Bart dreigde toen herhaaldelijk met opstappen en de begroting kwam zo laat tot stand dat het nieuwe jaar met voorlopige twaalfden moest starten.
Dat scenario wil men deze keer vermijden door meer expertise en een betere voorbereiding.
Experts leveren opties, politici nemen harde beslissingen die dan net iets minder van hen lijken te komen.
Hoe degelijk het voorbereidende werk ook is, uiteindelijk blijft de politieke verantwoordelijkheid volledig bij de regering, klinkt het stoer.
Een rapport van het Planbureau kan opties aanreiken, maar niet bepalen welke maatschappelijke keuzes worden gemaakt.
De essentie blijft dus dezelfde: wie ontkomt aan de besparingen en wie krijgt opnieuw de factuur gepresenteerd?
Professioneler proces, maar hypocrieter en geen wonderoplossing
Dat de regering de begrotingsopmaak - naar eigen zeggen - minder amateuristisch wil aanpakken, is zonder twijfel een stap vooruit. Toch?
Maar zelfs de best gevulde spreadsheet lost het fundamentele probleem niet op: de Belgische begroting blijft een strijd om schaarse middelen, waarbij elke beslissing winnaars en verliezers creëert.
Hoe dan ook, die 7 miljard euro zal niet uit het niets verschijnen. Uiteindelijk betaalt altijd iemand en het zal niet van Defensie komen.
(Foto: Didier Lebrun/Photo News)