Socialisten willen maaltijdcheques optrekken tot 12 euro per bon.
De regering-De Wever – ja, die met de beruchte Arizona-coalitie – wil de waarde van de maaltijdcheques -ooit een bescheiden extralegaal snoepje voor wie netjes zijn werkdagen afklokt - optrekken van 8 naar 12 euro. De socialisten van Vooruit willen zelfs nog rapper en gretiger: al vanaf mei moet de eerste verhoging van 2 euro ingaan, in volle Dag van de Arbeid-sfeer. En tegen 2027 moet die bon 12 euro waard zijn. Juist de socialisten zitten ook in de (zeer)rechtse regering-De Wever. Hoe verkoop je aan de kiezer dat je je ziel hebt verkocht, niet? Hoe dan ook het is Kassa, kassa? Tot wel 924 euro extra per jaar, roept Vooruit triomfantelijk, die deze pluim op hun hoed willen. Maar niet iedereen in de Wetstraat is in jubelstemming.
Een dikke cheque als pleister op een bloedende koopkracht
Wat ooit begon als een handig systeem om de werkmens een extra broodje gezond te gunnen, is intussen een hoeksteen van het Belgische nettoloon geworden. Meer dan 3 miljoen Belgen krijgen maaltijdcheques. Een fulltimer die 20 dagen per maand werkt, vangt vandaag maximaal 160 euro – bruto welteverstaan, want per bon dok je zelf 1,09 euro. Netto blijft er ongeveer 138 euro per maand over. Niet niks, maar tegelijk: sinds 2015 geen greintje indexering, terwijl de voedselprijzen vrolijk met een derde omhoogschoten. Dan kan je wel raden wie dat broodje gezond stilaan niet meer betaalt krijgt.
Vooruit wil de Dag van de Arbeid vieren met een cheque op steroïden
De regering heeft in haar regeerakkoord al twee verhogingen van telkens 2 euro ingeschreven – eentje tegen 2025, eentje tegen 2029. Maar Vooruit wil de turbo op het sociaal ego zetten. Parlementair duo Anja Vanrobaeys en Achraf El Yakhloufi dienden een voorstel in om de eerste verhoging al in mei door te voeren. Symboliek boven alles, want mei is dé maand van de arbeider. Alleen: “Het wordt nipt,” erkent Vanrobaeys. Ach ja, ze bedoelt het goed.
Tegen januari 2027 moet dan de tweede sprong volgen, richting de magische 12 euro. Dat zou iemand met een voltijdse job en 231 maaltijdcheques per jaar tot 924 euro extra opleveren. Geen vetpot, maar wel genoeg om een extra tank benzine of een restaurantbezoek met de schoonfamilie te sponsoren.
Mooie droom, maar wie betaalt de lunch?
De socialistische rekensom is mooi in theorie, maar zit wat scheef in de praktijk. Want de werkgever moet natuurlijk wél willen meespelen. Wettelijk zijn bedrijven helemaal niet verplicht om het maximumbedrag te geven. En bij een recente bevraging door HR-dienstverlener Group S gaf zowat een derde van de bedrijven aan niet van plan te zijn om boven die 8 euro te gaan. “Te duur,” klinkt het. En zelfs wie wel mee wil, kijkt nerveus naar de stijgende loonlasten.
Om hen te paaien, had het regeerakkoord wat ruilwaar voorzien: de afschaffing van ecocheques en cultuurbonnen, en een hogere fiscale aftrekbaarheid. Maar in het Vooruit-voorstel schitteren die compenserende maatregelen door afwezigheid. “Dat komt later,” zegt Vanrobaeys. Maar later is in de Wetstraat meestal synoniem voor “misschien ooit, als het ons uitkomt”.
Indexeren tot in de eeuwigheid – of tot VOKA er buikpijn van krijgt
Vooruit wil bovendien nog een extra kers op de cheque: vanaf 2029 moet de waarde automatisch gekoppeld worden aan de index. Dus als alles duurder wordt, groeit ook jouw bonnetje mee. Een mooie gedachte, ware het niet dat N-VA en MR al rode vlekken krijgen bij het woord “indexering”. Die partijen zouden het liefst van al het hele indexsysteem in de fik steken en vervangen door “marktwerking”. En laat dat nu net niet rijmen met wat Vooruit voor ogen heeft.
Loonhandicap? Nog eentje dan
VOKA, de belangenvereniging van de Vlaamse bedrijven, kijkt naar dit plan alsof er een extra belasting werd ingevoerd op champagne in de boardroom. “Onrealistisch,” klinkt het. “Onze bedrijven kreunen nu al onder een loonhandicap tegenover de buurlanden. En volgens de loonnormwet is er geen marge voor opslag bovenop de index.” Kortom: ze vrezen dat België zichzelf uit de markt prijst.
Politiek akkoord of symboolpolitiek?
Hoe het ook draait of keert, het akkoord over de verhoging zit formeel in het regeerakkoord. Dus ergens moet het gebeuren. De vraag is alleen: met hoeveel getalm, gesleutel en politiek gekibbel onderweg? Want het verschil tussen een wet en een wet met middelen en uitvoering is in dit land groter dan het verschil tussen een verse croissant en een uitgedroogde pistolet op maandagochtend.