Katholieke school in morele spagaat.
De nieuwe adjunct-directeur van het Vrij Katholiek Onderwijs Opwijk (VKO) kwam bij de start van het schooljaar uit de kast als non-binair – hoera, feestje? – en vroeg leerlingen en personeel om voortaan geen gebruik meer te maken van de aanspreekvormen “mijnheer” of “mevrouw”.
De persoon in kwestie vroeg om de neutrale aanspreking “adjunct” te gebruiken. Doch dat nobele gebaar van inclusie, werd door vele ouders ervaren als een vorm van morele druk en taalpolitie.
Een mail die meer losmaakte dan verwacht
Om misverstanden te vermijden, stuurde de adjunct-directeur zelf een e-mail naar de leerlingen met de boodschap dat “Goedemorgen, adjunct” voortaan de gepaste aanspreking is. De toon was beleefd, de bedoeling duidelijk: erkenning vragen zonder confrontatie. Maar helaas, pindakaas, het mailtje veroorzaakte een storm van reacties — niet enkel binnen de school, maar ook daarbuiten.
In een tweede communicatie - gericht aan de ouders – werd op schoolse wijze uitgelegd wat non-binair precies betekent. De school excuseerde zich dat die uitleg pas kwam nadat de maatregel intern was doorgevoerd. Dat excuus kwam voor sommigen te laat. “Mijn kind durft amper nog iets te zeggen uit schrik iets fout te doen,” klonk het bij bezorgde ouders. Geruchten dat leerlingen gestraft zouden zijn voor een verspreking bleken ongegrond, maar de toon van het debat was gezet.
De Jezussen boven het schoolbord hangen krom van de krampen
Het schoolbestuur van VKO benadrukte tijdens de schoolraad dat er geen sancties waren en dat iedereen begripvol moet omgaan met de nieuwe aanspreking. Kan je nog volgen? De kwestie zou symbolisch zijn voor een bredere spanning binnen het katholieke onderwijs: hoe ver moet men meegaan in individuele identiteitsbeleving zonder de collectieve neutraliteit of het gezonde verstand te verliezen? Wie kan het ons wat schelen of je leuter een gleuf of een gleuf een gleuf, of een leuter een leuter of helemaal niets verkiest.
Ook online werd het incident breed uitgemeten. Op sociale media doken reacties op van mensen die de school verweten haar katholieke identiteit te verloochenen, al bleef het schoolbestuur daar kalm onder. “We krijgen veel reacties van buitenaf, vaak van mensen die niet eens met de school verbonden zijn,” aldus voorzitter Iwein Vandriessche. “Maar we handelen met respect voor iedereen, ook voor de adjunct-directeur.”
Wet, respect en realiteit
Volgens professor arbeidsrecht Alexander De Becker (UGent) is de school juridisch verplicht rekening te houden met de genderidentiteit van personeelsleden. De Genderwet van 2007 verbiedt immers discriminatie op basis van genderidentiteit en -expressie. Een werkgever die dat negeert, kan een schadevergoeding verschuldigd zijn.
Tegelijk wijst De Becker op de nood aan redelijkheid. “Versprekingen gebeuren. Pas wanneer iemand bewust weigert om de correcte aanspreking te gebruiken, is er sprake van discriminatie.”
Ouders die zich niet in de situatie kunnen vinden, hebben volgens hem maar één uitweg: een andere school zoeken. Van die uitleg moesten wij toch even gaan zitten. Het doet ons denken aan de Molenbeekse schepen Saliha Raiss (Vooruit) die doodleuk zei dat mensen die tegen de hoofddoek zijn “moeten oprotten” of “verhuizen”.
De grens tussen identiteit en overlast
De adjunct-directeur zelf blijft kalm onder de kritiek. “Ik vraag enkel respect. Wie dat niet kan opbrengen, zal daar niet op worden afgerekend.” Maar intussen is wel het hele schoolklimaat meegezogen in een identiteitsdebat dat weinig met onderwijs te maken heeft.
Ergens onderweg is de essentie verloren gegaan: dat een school er in de eerste plaats is om kinderen kennis bij te brengen, niet om maatschappelijke spanningsvelden uit te vechten.
Misschien moet de adjunct-directeur zich de vraag stellen of het onderwijs, een domein dat draait om collectieve duidelijkheid en pedagogische stabiliteit, wel de juiste plek is voor een persoonlijke strijd om erkenning.
Dat mag — en moet — in een vrije samenleving. Maar vrijheid stopt waar ze anderen begint te hinderen. Ouders en leerlingen hebben evenzeer recht op duidelijkheid als de adjunct op erkenning.
Tussen de lijnen
Wie vandaag nog durft te opperen dat zulke discussies misschien thuishoren in een debatavond in plaats van op een schoolplein, wordt al snel weggezet als “niet inclusief”. Maar misschien is het simpel: niet elke werkplek hoeft een podium te zijn voor iemands persoonlijke identiteit.
Of zoals een ouder het samenvatte tijdens de schoolraad: “Als mijn kind ‘meneer’ zegt tegen iemand die lesgeeft, is dat geen haat. Dat is opvoeding.”
Het lijkt een zin die de adjunct-directeur best eens mag laten bezinken — misschien niet als aanval, maar als uitnodiging tot nuchterheid.
Want wie respect vraagt, moet het soms ook terug durven geven.
(Foto: Shutterstock)