De sprinter uit Kessel liep vorige maand in Athene voor het eerst als Belg onder de 10 seconden op de 100 meter. De officiële erkenning bleef uit door te veel rugwind — maar Verherstraeten laat zich daardoor niet afschrikken. Het record hangt in de lucht.
Simon Verherstraeten deed begin dit seizoen iets wat nog geen enkele Belg hem had voorgedaan: hij dook onder de magische grens van 10 seconden op de 100 meter. In Athene klokte hij af op 9,97 seconden — een prestatie die de atletiekwereld deed opveren. Toch staat die tijd niet in de boeken. De rugwind was te sterk, en dus telt het niet officieel.
Niet ontmoedigd, maar gemotiveerd
Verherstraeten zelf haalt zijn schouders op — in de positieve zin. "Het was pas mijn eerste wedstrijd van het seizoen en ik kwam net terug uit een blessure. Daarom had ik zo'n snelle tijd niet verwacht", zegt hij. "Als je met te veel rugwind al onder die grens duikt, is dat meestal een teken dat het ook onder geldige omstandigheden mogelijk is."
Voor de Kesselaar is de vraag niet of hij ooit officieel onder de 10 seconden zal lopen, maar wanneer. Die nuance is veelzeggend. Hij spreekt niet met de twijfel van iemand die hoopt, maar met de zekerheid van iemand die weet dat zijn lichaam het aankan.
Blessures als spelbreker
Het seizoen verliep niet zonder hobbels. Scheurtjes in zijn dijbeen en kuit zorgden voor extra spanning en vertraagden zijn voorbereiding. Dat hij desondanks al zo vroeg in het seizoen een dergelijke prestatie neerzette, maakt het des te indrukwekkender.
Een blessurevrij parcours blijft de sleutel. Verherstraeten weet dat zelf maar al te goed. Snelheid heeft hij, maar het lichaam moet hem ook de kans geven die snelheid in competitie om te zetten.
Europees Kampioenschap in het vizier
De grote doelstelling dit seizoen is het Europees Kampioenschap in Birmingham in augustus. Om zich daarvoor te kwalificeren, moet Verherstraeten de EK-limiet van 10,11 seconden halen — een drempel die voor hem op dit moment geen onhaalbare opgave lijkt.
Een eerste kans doet zich mogelijk al eind deze maand voor, op het Belgisch kampioenschap in Leuven. Mocht de kwalificatietijd er alsnog niet komen, dan rekent hij op een selectie door de federatie op basis van zijn bewezen potentieel.
"Ik denk dat ze weten dat ik op een EK mee kan doen voor een finaleplaats en misschien zelfs voor een medaille", klinkt het zelfbewust. "Het belangrijkste is dat ik dan in topvorm aan de start sta."
De Belgische atletiekwereld houdt zijn adem in. Die historische grens van 10 seconden — officieel dan — lijkt dichter dan ooit.