Cashen onder het mom van verkeersveiligheid.
Wat ooit werd voorgesteld als een nobele poging om de verkeersveiligheid te verhogen, is intussen uitgegroeid tot een lucratieve inkomstenstroom voor Vlaamse steden en gemeenten. In 2024 werd een recordbedrag van 177,3 miljoen euro aan gemeentelijke administratieve sancties (GAS-boetes) geïnd — een stijging van 42 procent ten opzichte van het jaar voordien. Sinds lokale besturen zelf boetes mogen uitschrijven voor lichte snelheidsovertredingen, is de lokale flitsindustrie op volle toeren beginnen draaien.
Flitspaal of geldautomaat?
De meerderheid van deze inkomsten komt voort uit GAS-boetes voor snelheidsovertredingen op 30- en 50 km/u-trajecten. Sinds 2021 beschikken gemeenten over de bevoegdheid om zelf in te grijpen en dat doen ze massaal. Honderden trajectcamera’s en snelheidsflitsers zijn inmiddels verspreid over lokale wegen. Terwijl de meeste camera’s nog geen diploma in verkeersveiligheid op zak hebben, blijken ze wel uitzonderlijk goed in wat echt telt: geld opleveren.
Dat blijkt uit cijfers van de gemeentelijke jaarrekeningen. In amper vijf jaar tijd zijn de inkomsten uit GAS-boetes in landelijke gemeenten 32 keer hoger geworden. Waar centrumsteden in 2019 al stevig aan het innen waren, laten nu ook kleine dorpen zich niet onbetuigd. Lo-Reninge, met amper 3.200 inwoners, voert de lijst aan met 442 euro boete-inkomsten per inwoner — bruto. Ook Wommelgem (297 euro), Bocholt (191 euro) en Bekkevoort (157 euro) scoren opvallend hoog. De grote steden blijven door hun bevolkingsaantal verantwoordelijk voor het grootste aandeel in absolute cijfers, maar het zijn vooral de kleinere gemeenten die procentueel het meeste uit hun trajectcontroles halen.
In sommige gemeenten vertegenwoordigen de inkomsten uit GAS-boetes intussen tot 16 procent van de totale gemeentekas. En dat zonder de kosten in rekening te brengen.
Boetes als bijverdienste
De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) houdt voet bij stuk: GAS-boetes zijn geen melkkoe. Volgens de koepelorganisatie zijn de kosten die verbonden zijn aan personeel, software, administratieve opvolging en samenwerking met private dienstverleners aanzienlijk. In sommige gevallen zouden de inkomsten zelfs verlieslatend zijn. Goed gevonden, niet?
Toch blijven die kosten vaag, en zijn ze amper publiek controleerbaar. Veel gemeenten doen immers een beroep op private spelers zoals TaaS (Trajectcontrole as a Service), die niet alleen het onderhoud van flitscamera’s verzorgen, maar in het verleden ook al voorwaarden oplegden aan de weginrichting. Doel: de pakkans verhogen, en bijgevolg ook het rendement.
Zo wordt verkeersveiligheid wel erg moeilijk te onderscheiden van financieel rendement. Met andere woorden: handhaving als verdienmodel.
Politieke waakhonden en flitsende bezorgdheid
Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) toont zich kritisch over de vermarkting van boetes. Ze bestelde een studie bij het verkeersveiligheidsinstituut Vias, die begin 2026 moet klaar zijn. Die moet objectief onderzoeken of deze flitsdrift de verkeersveiligheid op lokale wegen ook effectief ten goede komt. In afwachting van die studie blijven gemeenten intussen gewoon verder cashen. Of Vias nu de geschikte kandidaad is om dit te onderzoeken, is twijfelachtig. Zo zou je aan het Vlaams Belang een studie kunnen bestellen met de vraag of de verrechtsing van Europa een goede zaak is. Rarara tot wel antwoord die studie zou komen?
Vias-woordvoerder Stef Willems benadrukt dat handhaving slechts een laatste redmiddel mag zijn. “Een aangepaste infrastructuur kan minstens even doeltreffend zijn.” De daling van het aantal ongevallen op snelwegen met trajectcontrole is weliswaar een positief signaal, maar over de impact van gemeentelijke flitsroutes op dorpswegen bestaan nog geen degelijke cijfers.
Verkeersveiligheid als legitimatie
Voorlopig blijven lokale besturen zich verschuilen achter de vlag van verkeersveiligheid, terwijl de realiteit op de gemeenterekening anders kleurt. Wat begon als een nobel initiatief om het verkeer veiliger te maken, is uitgegroeid tot een verdoken alternatieve belasting voor wie zich een paar kilometer te snel verplaatst.
Wat hebben we vandaag geleerd?
De Vlaamse gemeentekas heeft met GAS-boetes een nieuw verdienmodel ontdekt — onder het mom van veiligheid, maar met fiscale rendementen die zelfs de klassieke belastingdiensten doen blozen. En dat allemaal terwijl we ons collectief afvragen waarom de verkeersinfrastructuur nog steeds uit de jaren zeventig stamt.
(Foto: Shutterstock)