De Vlaamse regering onderzoekt een hervorming van het vervoer voor leerlingen in het buitengewoon onderwijs, met alternatieven zoals mobiliteitscoaches en vaste opstapplaatsen.
De Vlaamse regering onderzoekt verschillende opties om het vervoer voor leerlingen in het buitengewoon onderwijs te verbeteren. Ann Schoubs, CEO van De Lijn, presenteerde op donderdag diverse mogelijkheden tijdens een vergadering van de commissie Onderwijs. Een van de voorstellen is om kinderen die dicht bij hun opstapplaats wonen, niet langer met de schoolbus te laten reizen. In plaats daarvan zouden ouders een vergoeding kunnen ontvangen om hun kinderen zelf naar school te brengen.
Alternatieven en uitdagingen
Een ander voorgesteld alternatief is het gebruik van regulier openbaar vervoer en de inzet van mobiliteitscoaches. Deze coaches zouden leerlingen begeleiden in wandel- en fietspools, wat de behoefte aan busvervoer kan verminderen. Daarnaast wordt overwogen om maximaal twee vaste opstapplaatsen per leerling in te voeren. Momenteel wisselen veel leerlingen van opstapplaats tijdens vakanties, wat de planning bemoeilijkt.
Proefprojecten suggereren dat een geografische beperking van 1,5 kilometer voor basisschoolleerlingen en 4 kilometer voor middelbare scholieren haalbaar kan zijn. De stijgende kosten van het leerlingenvervoer, die tussen 2021 en 2025 zijn gestegen van 76,5 miljoen naar 148,4 miljoen euro, vormen echter een financiële uitdaging.
Reacties en voorstellen
Een conceptnota van de Vooruit-fractie ondersteunt de voorstellen van Schoubs. Gianna Werbrouck van Vooruit pleit voor centrale opstapplaatsen voor leerlingen die binnen 4 kilometer van hun school wonen. Zij wijst op de noodzaak van structurele verankering van lokale proefprojecten en stelt voor om busbegeleiders extra taken te geven om hun functie aantrekkelijker te maken.
Ondanks de voorstellen is er weerstand bij ouders tegen veranderingen in het huidige systeem. 35 procent van de scholen werkt al met opstapplaatsen en 44 procent staat open voor deze aanpak. Het blijft echter een uitdaging om het systeem zonder verplichtingen door te voeren.