Vooruit heeft zichzelf een nieuw imago aangemeten: dat van de Robin Hood van de fiscaliteit. Althans, dat moet je geloven als je hun nieuwste affiche ziet.
“Vooruit strijdt tegen fraudeurs. We sporen rijke valsspelers op zodat ze eerlijk bijdragen.” Stoere taal, dat zeker. Alleen wringt er één detail: het is helemaal niet de taak van een politieke partij om fraudeurs op te sporen. Dat is, voor zover onze rechtsstaat nog overeind staat, nog altijd de job van politie, speurders, inspectiediensten en magistraten. Niet van partijsecretariaten met felle affiches.
Het klinkt stoer, dat wel. Maar het is ook gevaarlijk. Zodra een partij zichzelf uitroept tot fraude-opsporende instantie, wals je over het fundament heen dat onze democratie overeind houdt: het onderscheid tussen politiek, justitie en administratie. Als je dat loslaat, wordt elke burger met een afwijkende mening potentieel ‘verdacht’. Vandaag rijke fraudeurs, morgen iedereen die volgens de kameradenpartij niet genoeg ‘bijdraagt’. Je hoeft geen mainstream media-topexpert zijn om te weten waar dát soort logica eindigt.
Dat maakt het nog opvallender dat de affiche precies nú gelanceerd wordt, net wanneer ‘Money Control’ groen licht heeft gekregen: een wetsontwerp dat onder meer datamining op het register van bankrekeningen toelaat. Jawel: big data door je financiële geschiedenis. Algoritmes die afwijken detecteren, verbanden leggen en lijntjes trekken.
De verdediging klinkt voorspelbaar: “Wie niets te verbergen heeft, hoeft niets te vrezen.”
Prima slogan, tot een algoritme zich vergist of een overijverige inspecteur een slechte dag heeft. En vooral: tot een politieke partij zichzelf op de borst klopt als dé fraudejager van het land.
En Vooruit heeft een verleden dat perfect aansluit bij die drang naar controle. Tijdens corona stonden ze op de eerste rij om strengere maatregelen te eisen voor ‘hardleerse ongehoorzamen’. Ze pleitten voor strengere straffen, extra beperkingen, en desnoods drones om mensen te betrappen die een feestje durfden te bouwen tijdens lockdown. En wie zich weigerde te laten vaccineren, moest volgens de rode rakkers maar helemaal uitgesloten worden uit de maatschappij. Er zit een patroon in: wie niet mee marcheert, wordt gecontroleerd en gerapporteerd.
Wat Vooruit vandaag doet, is datzelfde denkpatroon gewoon een nieuw jasje geven. Zeggen dat zij, als politieke partij, fraudeurs gaan ‘opsporen’, klinkt misschien stoer aan de toog, we zien zatte Conner daar al staan stamelen met zijn matrak, maar het schuift ons nog een stapje dichter richting een Europese controlestaat waar partijen, overheid en inspectiediensten steeds dichter naar elkaar toe kruipen. En waar het al te gemakkelijk wordt om van politieke tegenstanders ‘verdachten’ te maken, en van critici ‘probleemgevallen’.
Het probleem is niet dat fraude wordt aangepakt: dat moet. Het probleem is wíé het nu opeens claimt te zullen doen. Als partijen zichzelf tot speurders kronen, dan hebben we straks geen scheiding der machten meer, maar een land waar elke politieke campagne klinkt als een aflevering van Undercover.
De vraag is dus niet: “Ben jij voor of tegen fraudebestrijding?” Die vraag is te simpel. Tuurlijk moet fraude bestreden worden. De echte vraag is: “Wie controleert straks nog de controleurs?”