CD&V wil commissies plafonneren om wonen betaalbaar te houden, maar botst op een sector in verzet en coalitiepartners die nog verder willen gaan. Ondertussen blijft de echte vraag hangen: wie drijft de vastgoedprijzen écht op?
De vastgoedmarkt in België kraakt al langer in zijn voegen. Starters geraken nauwelijks nog op de ladder, huurders betalen zich blauw en een eigen woning wordt steeds vaker een privilege in plaats van een basisrecht. Tegen die achtergrond gooit CD&V nu een steen in de vijver: een wettelijk plafond op de commissies van vastgoedmakelaars.
Concreet wil de partij dat makelaars bij de verkoop van een woning maximaal 3 procent van de verkoopprijs mogen aanrekenen, exclusief btw. Vandaag lopen die commissies volgens CD&V op tot 5 à zelfs 6 procent. Op een woning van 450.000 euro betekent dat een verschil van duizenden euro’s.
Ook op de huurmarkt wil CD&V ingrijpen. Daar moet de vergoeding voor makelaars beperkt worden tot maximaal één maand huur. De redenering is eenvoudig: hoe hoger de kosten voor de verhuurder, hoe groter de kans dat die worden doorgerekend aan de huurder.
“Buitensporige tarieven” versus “markt werkt al”
De sector reageert scherp. Vastgoedmakelaars spreken van een overbodige en zelfs contraproductieve maatregel. Volgens hen zorgt de concurrentie vandaag al voor lagere tarieven, vaak rond 2 à 3 procent.
Daarnaast klinkt het argument dat de politiek zich opnieuw op de verkeerde schakel richt. Niet de makelaar zou het probleem zijn, maar wel structurele factoren zoals een tekort aan woningen, stijgende bouwkosten en een zware fiscale druk.
Vooral de maatregel rond verhuur ligt gevoelig. Daar stellen makelaars dat dossiers vandaag vaak al verlieslatend zijn. Een verdere beperking van hun vergoeding zou ertoe kunnen leiden dat nog meer kantoren de huurmarkt verlaten – met mogelijk nog minder aanbod tot gevolg.
Coalitie verdeelt, probleem blijft
Opvallend: is dat zelfs binnen de meerderheid er geen eensgezindheid is. Vooruit vindt het voorstel van CD&V onvoldoende ambitieus en pleit voor een nog strenger plafond van 2 procent.
Dat legt een bredere politieke realiteit bloot: iedereen erkent dat wonen onbetaalbaar dreigt te worden, maar over de aanpak bestaat nauwelijks consensus. Intussen blijft de markt doordraaien.
De olifant in de kamer: speculatie
De discussie over makelaarskosten raakt een gevoelige snaar, maar blijft volgens critici aan de oppervlakte. Want de echte motor achter de prijsstijgingen ligt dieper: vastgoed is al lang geen pure woonmarkt meer, maar een investeringsmarkt.
Wie kapitaal heeft, koopt. Wie dat niet heeft, kijkt toe. Woningen worden opgekocht als belegging, prijzen worden opgedreven door schaarste en rendement, en de klassieke koper – de “gewone mens” – wordt steeds verder uit de markt geduwd.
In dat licht voelt de ingreep van CD&V als een eerste stap, maar geen fundamentele oplossing.
Conclusie: een begin, maar geen systeemwijziging
Het plafonneren van makelaarscommissies kan de kosten bij aankoop of huur drukken. Maar het verandert niets aan de kern van het probleem: een vastgoedmarkt die steeds minder draait om wonen en steeds meer om winst.
Zolang die realiteit niet wordt aangepakt, blijft elke maatregel een pleister op een open wonde.
Of scherper gesteld: dit debat gaat niet over makelaars. Het gaat over de vraag wie in dit land nog recht heeft op iets dat ooit vanzelfsprekend was – een dak boven het hoofd.
(Foto: Shutterstock)