Logo P-magazine Regio Zoeken Rubrieken

Ambtenaren kiezen eieren voor hun geld: zeven op de tien nemen vervroegd pensioen

Redactie - 24-07-2025

Er gaapt geen kloof tussen werken en doppen, maar wel tussen theorie en praktijk.

Zeven op de tien ambtenaren die vorig jaar met pensioen gingen, deden dat vóór hun 65ste. Dat blijkt uit cijfers van de Federale Pensioendienst. De federale regering mag dan nog herhaaldelijk proberen mensen langer aan het werk te houden, meer dan de theorie van een spreadsheet is het niet: ambtenaren kiezen voor een boekje lezen onder parasol van zodat ze dat kunnen/mogen. Zij kiezen steevast voor zekerheid: als men kan vertrekken, dan vertrekt men ook. Je zou ook gek zijn om politici te vertrouwen die in het midden van het spel de spelregels veranderen.

Pensioenleeftijd in theorie én praktijk

Sinds januari ligt de wettelijke pensioenleeftijd op 66 jaar. Tegen 2030 wordt dat 67. Maar die symbolische grens blijkt in de praktijk nauwelijks relevant. Bij de werknemers en zelfstandigen stopte respectievelijk 46 en 23 procent al voor 65 jaar met werken. Maar in het ambtenarenkorps is vervroegd pensioen nog altijd de norm: 70 procent ging al met pensioen vóór ze 65 werden. In 2019 was dat zelfs 74 procent. De hervormingsdrang van de federale overheid haalt dus duidelijk niet het gewenste effect bij haar eigen personeel.

Vervroegd vertrekken zonder veel verlies

Dat zoveel ambtenaren voortijdig de boeken neerleggen, is geen toeval. In tegenstelling tot werknemers of zelfstandigen lopen ze zelden financieel nadeel op. Velen bereiken hun maximale pensioenbedrag al voor hun 65ste, waardoor verder werken nauwelijks iets opbrengt. Bovendien hebben ze dankzij voordelige loopbaanberekeningen sneller recht op vervroegd pensioen. Eén gewerkt jaar telt bij ambtenaren voor 1,05 — dus 40 jaar effectief werk levert op papier al 42 jaar carrière op. En wie in het juiste uniform zit — zoals treinbestuurders of militairen — mag zelfs vanaf 55 of 56 jaar met pensioen.

Meer onzekerheid, minder motivatie

De paradox is compleet: hoe meer de overheid probeert mensen langer te doen werken, hoe meer mensen het zekere voor het onzekere nemen en vroeger vertrekken. Want bij elke nieuwe hervorming stijgt de vrees dat verworven rechten zullen sneuvelen. Het zomerakkoord bevestigt dat vermoeden. Voor het eerst worden sommige uitzonderingen wél afgebouwd. Ook loopbaanvoorwaarden worden strenger geïnterpreteerd, wat retroactief gevolgen kan hebben. Dat veroorzaakt bij veel ambtenaren — maar ook bij werknemers — onrust en een allesbehalve productieve werksfeer in de nadagen van de loopbaan.

Ambtenaar vertrekt, arts blijft

Volgens experts speelt ook het gevoel van zingeving een rol. Wie zich sterk identificeert met zijn beroep — artsen, advocaten, zelfstandigen — blijft vaak langer aan de slag. Amb(etan)tenaren, daarentegen, hebben zelden het gevoel dat hun job hun identiteit definieert. Eens ze de pensioendrempel ruiken, is het enkel nog een kwestie van het juiste formulier invullen.

Wat hebben we vandaag geleerd, mijnheer jambon?

De pensioenleeftijd mag dan wel op papier stijgen, het gedrag van ambtenaren blijft hardnekkig: zodra het kan, stappen ze eruit. Vroeg, maar volledig legaal en fiscaal logisch. En zolang dat mechanisme intact blijft, kan de federale overheid nog zoveel akkoorden sluiten als ze wil — de praktijk blijft dezelfde: wie vertrekken kan, die vertrekt. Want op het einde van de rit is de enige zekerheid die nog telt, het pensioen.

(Foto: Pixabay)

Nieuws nationaal Ambtenaren Pensioen

Reacties

Resterende karakters 500

Lees meer

Nieuwsbrief Mis nooit meer het laatste nieuws, exclusieve aanbiedingen en boeiende verhalen van P-magazine! Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.
Zoeken