Operatie eerherstel met bijsluiter.
Annick De Ridder heeft er een stevige hobby bij: “operatie eerherstel”. La grande dame van de N-VA heeft er een week op zitten die ze wellicht het liefst in potlood wil schrijven. Laten we zeggen dat ze geen schoonheidsprijs verdient. En dat bedoelen we figuurlijk, uiteraard.
Tesla als toekomstshow, dossiers in de file
Annick De Ridder begon de week nog met een futuristisch glimmend visitekaartje: een testrit in een zelfrijdende Tesla door de straten van Antwerpen. Kijk eens hoe vooruitstrevend Vlaanderen is, kijk eens hoe “we klaar zijn voor de toekomst”.
Alleen: terwijl de minister zich laat rondrijden door algoritmes, zit het echte verkeer van dossiers muurvast in iets minder sexy: budgetten, besparingen en politieke modder.
Besparingen die vooral op straat landen
Amper een paar dagen later is de sfeer volledig omgeslagen. Het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs wordt teruggeschroefd, er verdwijnen ritten, en plots zit De Ridder in de rol die niemand in de politiek graag draagt: die van de boodschapper van slecht nieuws dat vooral bij kwetsbare gezinnen inslaat als een baksteen.
De uitleg volgt dan een klassiek patroon: budgetdiscipline, overschrijdingen, “we kunnen geen geld bijmaken”. Het soort zinnen dat technisch klopt, maar menselijk gezien vooral koud klinkt.
Uitleg als beleidsstijl
En dat is meteen het probleem dat haar blijft achtervolgen. Alles wordt uitgelegd. Alles wordt gekaderd. Alles krijgt een laag van beleidslogica, financiële redenering en institutionele verantwoordelijkheid.
Alleen: politiek is geen PowerPoint. Het is geen Excelbestand met voetnoten. Het is de plek waar mensen verwachten dat er oplossingen komen, geen handleidingen waarom oplossingen net niet kunnen.
Antwerpen als hardnekkig verwijt
Alsof dat nog niet genoeg was, kwam er ook kritiek op haar investeringsbeleid. Te veel focus op Antwerpen, te weinig evenwicht voor de rest van Vlaanderen.
De Oosterweelverbinding als paradepaardje, terwijl elders de fietsinfrastructuur en kleinere projecten zich afvragen of ze niet in de wachtkamer van de geschiedenis zitten.
De perceptie is hardnekkig: wie aan de knoppen zit van miljardenprojecten, krijgt automatisch het verwijt dat hij of zij selectief kijkt. En perceptie, dat weet elke politicus, weegt vaak even zwaar als realiteit.
Rekenhof zet de toon extra scherp
Daarbovenop viel er nog een audit binnen van het Rekenhof die het Geïntegreerde Investeringsprogramma niet bepaald als schoolvoorbeeld van transparantie neerzet.
Onduidelijke doelstellingen, ruimte voor politiek duw- en trekwerk, en een verdeling van middelen die meer weg heeft van onderhandelde logica dan van strak beleid.
Met andere woorden: het soort rapport dat in een normaal bedrijf meteen tot crisisoverleg leidt, maar in de politiek vooral tot… extra uitleg.
Minder ritten, meer spanning
De Lijn moest intussen besparen en kwam daardoor in het oog van de storm terecht, met geschrapte ritten als gevolg.
De minister zegt dat de kaders duidelijk zijn, de uitvoerder past zich aan, en de burger ziet vooral minder dienstverlening. Drie lagen bestuur, één conclusie op straatniveau: het werkt niet zoals het zou moeten werken.
“Akkoord” als politieke pleister
Intussen probeert De Ridder de boel te sussen met de klassieke reflex: het was “geen fraai schouwspel”, maar er is “een akkoord”. De crisis rond het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs lijkt voorlopig afgekocht. Vlaams minister-president Matthias Diependaele heeft het dossier naar zich toegetrokken en schuift een voorstel naar voren waardoor De Lijn de komende twee schooljaren alle geplande ritten kan blijven uitvoeren.
Alleen blijft dat akkoord voor veel mensen vooral een technische voetnoot in een veel groter verhaal van onzekerheid en besparingen.
Het echte probleem: uitleg stapelt zich op uitleg
Het probleem voor De Ridder is niet dat ze niets doet. Het probleem is dat alles wat ze doet, eindigt in een uitleg. En hoe langer die uitleg wordt, hoe meer het begint te lijken op een poging om simpele dingen ingewikkeld te maken.
Terwijl de publieke verwachting net omgekeerd is: politici worden niet betaald om het recept uit te leggen, maar om het gerecht op tafel te zetten.
Zuhal Demir en minister-president Matthias Diependaele mochten intussen ook al mee in de vuurlinie antwoorden, terwijl De Ridder zelf soms elders het beleid kwam toelichten, of het kader kwam duiden, of de context kwam schetsen.
Allemaal nuttig in theorie. In de praktijk blijft vooral hangen dat het beleid zelf moeilijk verkocht raakt zonder bijsluiter van tien pagina’s.
(Foto: Bert Van Den Broucke/ /Photo News)