België is een warm land. Tenminste, dat vertellen onze politici ons toch graag. Niemand hoeft hier op straat te belanden, niemand hoeft zonder medische zorg te vallen en niemand zou zijn oude dag in armoede moeten doorbrengen. Dat is toch de theorie.
Dat laatste is precies de reden waarom de Inkomensgarantie voor Ouderen, beter bekend als de IGO, ooit werd ingevoerd. Het idee was eenvoudig: wie na een leven werken geen of nauwelijks pensioen heeft opgebouwd, krijgt van de overheid een aanvulling zodat hij of zij toch menswaardig kan leven.
Weinig Belgen zullen daar fundamenteel bezwaar tegen hebben. Het probleem is alleen dat de factuur steeds hoger wordt en dat er steeds meer vragen rijzen over wie dat geld precies ontvangt.
Uit cijfers die Vlaams Belang-Kamerlid Ellen Samyn opvroeg, blijkt dat de IGO ondertussen meer dan 119.000 ontvangers telt. Op zich is dat al een indrukwekkend aantal. Opvallender wordt het wanneer je kijkt naar de samenstelling van die groep.
Volgens de cijfers is 44,6 procent van alle IGO-gerechtigden van buitenlandse origine. Bij de mannelijke ontvangers loopt dat aandeel zelfs op tot meer dan 55 procent. Dat betekent concreet dat van de bijna 120.000 personen die vandaag een IGO ontvangen, meer dan 53.000 niet van Belgische afkomst zijn.
En daar begint het debat. Want de IGO werd oorspronkelijk opgezet als een sociaal vangnet voor ouderen die tijdens hun actieve loopbaan onvoldoende pensioenrechten hadden opgebouwd. Vandaag blijkt echter dat grote groepen ontvangers nooit of slechts beperkt hebben bijgedragen aan het Belgische pensioenstelsel.
Vooral bij bepaalde nationaliteiten springen de cijfers in het oog. Bij Syrische vrouwen die een IGO ontvangen, krijgt maar liefst 83 procent een volledige uitkering. Met andere woorden: zij ontvangen geen beperkt pensioen dat wordt aangevuld, maar leven volledig van de IGO. Ook bij vrouwen afkomstig uit het voormalige Joegoslavië, de voormalige Sovjetunie, Marokko en Congo liggen die percentages opvallend hoog.
Bij de mannen zien we een gelijkaardig patroon. Van de Syrische mannen die een IGO ontvangen, krijgt 65 procent een volledige uitkering. Daarna volgen onder meer personen afkomstig uit het voormalige Joegoslavië, de voormalige Sovjetunie, Iran en Turkije.
In absolute cijfers vormen personen van Marokkaanse origine veruit de grootste groep binnen het systeem. Meer dan 13.000 Marokkaanse ouderen ontvangen vandaag een IGO-uitkering.
Dat roept vanzelfsprekend vragen op. Niet alleen over migratie, maar ook over de houdbaarheid van onze sociale zekerheid. Want terwijl de federale regering overal besparingen zoekt, lijkt de IGO opvallend buiten schot te blijven. Dat terwijl de totale kostprijs van het systeem de voorbije jaren meer dan verdubbeld is.
Nog opvallender wordt het wanneer gekeken wordt naar fraude en terugvorderingen. Wanneer de overheid vaststelt dat iemand onterecht een uitkering heeft ontvangen, wordt dat bedrag normaal gezien teruggevorderd. In theorie althans.
In de praktijk blijkt dat veel moeilijker. IGO-gerechtigden behoren immers per definitie tot de laagste inkomenscategorieën van het land. Daardoor kunnen teruggevorderde bedragen vaak geheel of gedeeltelijk worden kwijtgescholden. Het gevolg is dat wie betrapt wordt op misbruik vaak relatief weinig risico loopt.
En daar wringt voor veel mensen het schoentje. Want een sociaal systeem zonder controles is geen sociaal systeem meer. Het wordt een uitnodiging. Bovendien bestaat er nog een tweede probleem waar al jaren voor gewaarschuwd wordt: buitenlandse inkomsten en buitenlandse eigendommen zijn bijzonder moeilijk te controleren.
Wie een appartement bezit in België, laat sporen na. Wie een huis bezit in een buitenlands dorp, duizenden kilometers verderop, wordt een stuk moeilijker gecontroleerd. Critici van het huidige systeem wijzen erop dat mensen daardoor jarenlang vermogen kunnen bezitten zonder dat dit automatisch wordt opgemerkt bij de toekenning van een uitkering.
Of dat op grote schaal gebeurt, blijft moeilijk te bewijzen. Maar dat het risico bestaat, wordt zelfs door de overheid niet ontkend.
Uit bijkomende cijfers blijkt bovendien dat er vorig jaar 953 sanctiedossiers werden geopend na controles bij IGO-gerechtigden. Opvallend daarbij is dat meer dan vier op de vijf dossiers betrekking hadden op personen die niet in België geboren zijn.
In veel gevallen bleek de betrokken persoon niet aanwezig op het officieel opgegeven adres of kon men geen geldig bewijs van verblijf voorleggen. Dat betekent uiteraard niet automatisch dat er sprake is van fraude.
Maar het zijn wel cijfers die vragen oproepen. Want uiteindelijk draait het debat niet over afkomst.
Het draait over vertrouwen. Belgen zijn doorgaans bereid om solidair te zijn. Ze aanvaarden dat een deel van hun loon naar pensioenen, werkloosheidsuitkeringen en sociale bescherming gaat. Maar daar staat iets tegenover. Namelijk de verwachting dat die middelen terechtkomen bij mensen die er daadwerkelijk recht op hebben.
Zodra dat vertrouwen begint af te brokkelen, komt het hele systeem onder druk te staan. En precies daarom zal het debat over de IGO de komende jaren alleen maar luider worden. Niet omdat mensen ouderen hun inkomen misgunnen. Wel omdat steeds meer belastingbetalers zich afvragen of de overheid nog wel weet waar hun geld precies naartoe gaat.