Autobouwers in crisismodus: chipoorlog zet Europese productie onder druk.
Het was even stil op het front van de chiptekorten — tot nu. Een en ander begon als een diplomatiek steekspel over een Chinese chipfabriek in Nederland, maar is ondertussen uitgegroeid tot een nieuwe industriële nachtmerrie voor Europa. Autofabrikanten als Stellantis en Volkswagen trekken aan de alarmbel: zonder halfgeleiders geen productie, zonder productie geen omzet. En dus installeert Stellantis nu een heuse “war room” om de crisis te managen. Volkswagen houdt het soberder, maar niet minder zenuwachtig: de chipvoorraad houdt er binnen de week mee op.
De lont in het kruitvat: Nexperia
De storm draait rond Nexperia, een chipproducent met Chinese eigenaars en een fabriek in Nijmegen. Die leverde tot voor kort miljoenen goedkope, maar cruciale chips aan zowat alle Europese autobouwers. Denk niet aan geavanceerde AI-processors, maar aan de kleine breinen die ramen openen, ruitenwissers aansturen en motorfuncties regelen — de onzichtbare zenuwen van een moderne auto.
Sinds de Nederlandse overheid midden oktober de controle over de fabriek overnam, uit vrees voor Chinese invloed en technologiediefstal, heeft Peking de export naar Europa verboden. Resultaat: de toevoer stokt, de productie stokt mee, en Europa zit opnieuw klem tussen politieke spierballen.
Stellantis in de bunker
“We volgen de situatie dagelijks”, verklaart Stellantis-CEO Antonio Filosa in de krant ‘De Tijd’. De man houdt toezicht over merken als Fiat, Peugeot, Opel en Citroën. In de praktijk betekent dat een crisisteam dat elk uur bekijkt welke fabrieken kunnen blijven draaien, en waar men noodgedwongen op de rem moet staan. “Elke dag pushen we acties om onderbrekingen te vermijden”, klinkt het.
De toon is duidelijk: het is alle hens aan dek. Het Franse autoconcern heeft weinig marge om te verliezen, na eerdere klappen door hoge invoertarieven in de VS, slabakkende elektrische wagenverkoop en de aanhoudende druk van Chinese concurrenten.
Volkswagen: nog één week ademruimte
Ook bij Volkswagen is de situatie precair. De Duitse reus beschikt naar eigen zeggen nog over chips voor één week productie. Daarna dreigen productielijnen stil te vallen. Het bedrijf gebruikt zo’n 2.000 verschillende halfgeleiders per model — een logistieke puzzel waarin elk ontbrekend stukje de hele ketting doet stilvallen.
“Het maakt de situatie bijzonder complex”, zegt financieel directeur Arno Antlitz, die openlijk waarschuwt dat de jaarobjectieven mogelijk niet gehaald worden.
En het blijft niet bij woorden: bij Honda is het rampenscenario al realiteit. In Mexico ligt een fabriek plat, in Canada draait de productie op halve kracht.
Politiek vuur, industriële rook
Het pijnlijke is dat de crisis niet te wijten is aan tekorten in de productiecapaciteit, maar aan politiek spel. “Dit is geen technisch of productieprobleem,” benadrukt Antlitz, “maar een diplomatieke impasse.” China gebruikt de chipkraan als drukmiddel, Europa probeert tegelijk “strategische autonomie” te bewijzen — en de autobouwers staan intussen machteloos toe te kijken hoe hun toeleveringsketen langzaam vastloopt.
Alternatieven? Theoretisch ja. Bedrijven als Infineon, NXP en Texas Instruments kunnen vergelijkbare chips maken. Alleen: dat vergt maanden aan hercertificatie, testprocedures en aanpassing van productielijnen. Geen enkele fabrikant kan zomaar “overnemen”.
De industrie als speelbal
Wat deze crisis opnieuw blootlegt, is de structurele kwetsbaarheid van de Europese industrie. Eén fabriek, één politieke beslissing, en hele productieketens gaan onderuit. De les uit de coronajaren — dat Europa minder afhankelijk moest worden van buitenlandse technologie — lijkt alweer vergeten of op zijn minst onvoltooid.
Autobouwers zitten klem tussen economische realiteit en politieke machtsspelen. Terwijl Brussel praat over “strategische autonomie” en “chips made in Europe”, staren de fabrieksdirecties naar lege dozen en spreadsheets met rode cijfers.
De “war room” bij Stellantis is er niet voor niets. De chip is klein, maar de crisis is groot — en de Europese afhankelijkheid wordt weer pijnlijk zichtbaar.
(Foto: Shutterstock)