“Wie denkt dat je het vertrouwen van de kiezer kunt terugwinnen door de communisten achterna te lopen in een race to the bottom, vergist zich.”
In het Vlaamse halfrond stond minister-president Matthias Diependaele (N-VA) woensdag met het politieke mes tussen de tanden. Aanleiding was de alom besproken woontoelage voor Vlaamse ministers – een maandelijks extraatje van ruim 1.100 euro bovenop een toch al vorstelijke wedde van 21.500 euro bruto. Oppositiepartij PVDA had begin deze week de stok in het politieke kippenhok gegooid en kreeg CD&V en Vooruit mee op de barricades van de besparingen. Diependaele – die doorgaans niet vies is om harde besparingen door te drukken - had er duidelijk zijn buik vol van. Handen af van zijn extra centjes. Doet ons denken aan Animal Farm van Georges Orwell, waarin de varkens die de macht hebben gegrepen op een nacht het motto “alle dieren zijn gelijk” stiekem aanpassen met: “Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn gelijker dan de anderen.”
“Laat ons eerlijk zijn: dit is een vorm van symbolische kruidenierspolitiek,” riep de kleine N-VA’er richting coalitiegenoten . “Als we als politieke klasse denken dat we het vertrouwen van de burger gaan terugwinnen door blindelings de communisten te volgen in een race naar het diepste putje van de kleingeestigheid, dan vergissen we ons flagrant van richting.”
Koorddansen boven het electoraal ravijn
In het post-Pensiongate-tijdperk is de populariteit van alles wat ruikt naar politieke privileges ongeveer gelijk politiek buskruit. CD&V en Vooruit zagen in deze besparingsstunt een kans om zich profileren als kampioenen van de soberheid. Diependaele hield zich echter niet in en wees hen fijntjes op hun selectieve geheugen.
“Tijdens de formatiebesprekingen lagen voorstellen op tafel die veel verder gingen,” aldus de minister-president. “N-VA heeft toen gepleit voor een slanker parlement. Niet omdat we vinden dat parlementsleden te veel verdienen, maar omdat er gewoon te veel parlementsleden zijn. Dát is structureel hervormen. Niet morrelen aan een toelage waarvan het afschaffen je begroting nauwelijks raakt, maar politiek theater oplevert.”
“Wat is een eerlijk loon voor politici?”
Diependaele stelde ook de bredere vraag die onder de oppervlakte sluimert: hoeveel mag een politicus verdienen? “Ook ik vind dat een moeilijk debat,” gaf hij toe. “Maar als je naar de cijfers kijkt, zitten we in de Europese middenmoot. Vergelijk je met de private sector, dan is ons niveau zeker niet buitensporig. Dus is het eerlijk om het debat te herleiden tot die ene toelage? Ik denk het niet.” Vrij vertaald: als Macron morgen van de brug springt, springen wij ook van de brug?
De boodschap van Diependaele is duidelijk: wie wil snoeien in de kosten van de politiek, moet dat doen met visie, niet met de botte bijl waarmee ze de verworvenheden van de kiezers slachten. Zoniet zondig je volgens Diependaele aan electoraal opportunisme. Want volgens hem leidt die weg niet naar transparantie of hervorming, maar naar een politiek waar de slogans luider klinken dan de oplossingen.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News)