Met Jambon wordt het weer wat simpeler rijden met een stekkerauto van de zaak.
Werknemers die hun elektrische bedrijfswagen thuis opladen, hoeven zich binnenkort geen zorgen meer te maken over ingewikkelde papiermolen of onbetaalde kilowatts. De federale fiscus laat voortaan toe dat werkgevers hun personeel blijven vergoeden op basis van een vast forfaitair tarief. Geen nood meer aan gedetailleerde stroomfacturen, piekuurtarieven of gesjacher met zonnepanelenopbrengsten. Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) draait het beleid van zijn voorganger Vincent Van Peteghem (CD&V) terug en kiest resoluut voor eenvoud.
Administratief monster verjaagd
Tot nu toe gold: wie zijn bedrijfswagen thuis aan het stopcontact hing, kon van zijn werkgever een vergoeding krijgen op basis van een forfaitair CREG-tarief, goedgekeurd bij wijze van tijdelijke maatregel. Maar die regeling zou vanaf 2026 verdwijnen, want CD&V-minister Van Peteghem wilde alle thuislaadkosten op basis van reële verbruiksgegevens laten vergoeden. Omslachtig, vond zowat iedereen die ooit een energiefactuur probeerde te begrijpen.
Het gevolg: administratieve chaos in wording. Laadkosten verschillen van werknemer tot werknemer, afhankelijk van energiecontracten, tijdstip van laden, capaciteitstarieven, zonnepaneeloutput en zelfs of de hond op het terras ligt te zonnebaden tijdens piekuren. Bedrijven zagen de bui hangen en pleitten massaal voor behoud van het forfaitaire systeem.
Jambon gooit stuur om
Jan Jambon laat nu het gezond verstand zegevieren. In een nieuwe omzendbrief laat hij weten dat de tijdelijke regeling permanent wordt. Werkgevers mogen voortaan kiezen: terugbetaling volgens het oude vertrouwde forfait of – voor wie houdt van spreadsheets en fiscale zelfkastijding – de reële kosten in kaart brengen en terugstorten. “We dwingen niemand meer in een bepaalde richting”, aldus het kabinet-Jambon. “De vrijheid ligt opnieuw bij de werkgever.”
Voor de meeste bedrijven zal de keuze niet moeilijk zijn. Olivier Vanneste, partner bij KPMG, is formeel in ‘De Tijd’: “De meerderheid zal hun plannen om verplicht over te schakelen gewoon intrekken. De eenvoud van een forfaitair bedrag voor honderden medewerkers weegt duidelijk zwaarder dan de fiscale zuiverheid van een individuele berekening.”
Realiteit bij werknemers: ‘thuisladen kost geld’
Toch is niet iedereen laaiend enthousiast. Veel werknemers vertrouwen de forfaitaire regeling niet. Uit eerdere bevragingen bleek dat één op de vier chauffeurs hun elektrische bedrijfswagen liever niet thuis laadt, uit vrees dat ze op het einde van de maand geld toeleggen. Geen onterechte angst, want het forfaitaire tarief van de CREG is gebaseerd op historische elektriciteitsprijzen, en die liggen fors lager dan wat je vandaag effectief betaalt. Reken dus op enkele tientallen euro’s per maand die uit eigen zak kunnen verdwijnen.
De vrees van werknemers strookt niet altijd met de fiscale theorie. En hoewel Jambon hen vrijheid gunt, dreigt in de praktijk een asymmetrisch speelveld: de werkgever kiest het systeem, de werknemer draait mogelijk op voor het verschil.
Technologie op komst, maar (nog) niet voor iedereen
Volgens Vanneste is de enige duurzame oplossing op langere termijn een geautomatiseerd systeem waarbij de laadpaal communiceert met het energiecontract, zodat de werkgever exact vergoedt wat effectief is verbruikt. “Die systemen bestaan al, en ze werken”, zegt hij. “Maar voorlopig vooral bij grotere ondernemingen die voldoende schaal hebben om zulke oplossingen in te voeren.”
Voor kleinere bedrijven blijft het voorlopig dus een keuze tussen administratieve zelfkwelling of forfaitair pragmatisme. En dus wint het laatste het voorlopig met vlag en wimpel.
Zonnestroom: gratis stroom, gratis stilte
Wat dan met werknemers die hun bedrijfswagen opladen met eigen zonnestroom? Daarover blijft de fiscus opvallend stil. De nieuwe omzendbrief rept met geen woord over zonnepanelen of het al dan niet vergoeden van stroom die nooit via de teller liep. In de praktijk blijft dus de oude situatie: geen expliciet verbod, geen expliciete goedkeuring – en dus voorlopig gewoon toegestaan.
Een juridische grijze zone dus, waarin bedrijven en werknemers voorlopig mogen blijven genieten van de zon zonder fiscale zonnebrand.