Er was een tijd dat overheidsdiensten zich bezighielden met cijfers, statistieken en rapporten waar de gemiddelde Belg spontaan van in slaap viel. Maar die tijd is blijkbaar voorbij. Het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI), het Belgisch Klimaatcentrum en het Centrum voor Risicobeoordeling van Klimaatverandering hebben namelijk een nieuwe manier gevonden om de klimaatpaniek levend te houden. Ze gaan fictieve nieuwsartikelen schrijven. Geen grap.
Geen rapporten met ingewikkelde grafieken, geen tabellen vol percentages en geen stapels wetenschappelijke papers waar alleen professoren en beleidsmedewerkers zich doorheen worstelen. Nee, we krijgen verhalen. Fictieve persartikels die ons moeten tonen hoe België eruit zou kunnen zien als hittegolven wekenlang aanhouden, de straten blank staan na stortregens of langdurige droogte de landbouw en de drinkwatervoorziening onder druk zet. Je zou ze klimaatsprookjes kunnen noemen.
Alleen eindigen deze niet met "en ze leefden nog lang en gelukkig", maar eerder met "en toen stond de kelder onder water, gingen de aardappelen dood en moest de bomma in de schaduw gaan zitten".
Begrijp ons niet verkeerd. Extreem weer bestaat. Hittegolven, overstromingen en droogte zijn reële fenomenen. Het idee achter het project is op zich zelfs begrijpelijk. De gemiddelde Belg leest liever een verhaal dan een rapport van driehonderd pagina's. Een fictief krantenartikel over een wekenlange hittegolf spreekt nu eenmaal meer tot de verbeelding dan een grafiek met temperatuurprojecties voor het jaar 2050.
En volgens de initiatiefnemers zijn de verhalen volledig wetenschappelijk onderbouwd. Ze baseren zich op klimaatprojecties, historische gegevens en bestaande studies. Het zijn dus geen willekeurige hersenspinsels.
Maar toch wringt er ergens iets. Want fictie blijft fictie. Het zijn verhalen over dingen die zich misschien ooit zullen voordoen. Of misschien gedeeltelijk. Of misschien op een andere manier. Of misschien helemaal niet.
En daar wordt het plots bijzonder interessant. Jarenlang kregen we te horen dat fake news een van de grote gevaren van onze samenleving is. Sociale media zouden overspoeld worden met halve waarheden, geruchten en verzonnen berichten. Burgers moesten leren om kritisch om te gaan met informatie en feiten van fictie te onderscheiden.
En nu gaan overheidsinstellingen zelf fictieve nieuwsartikelen schrijven. Je voelt ergens een lichte kortsluiting in het hoofd.
Bovendien zijn verhalen nooit neutraal. De keuze van welke scenario's je beschrijft, welke getuigenissen je opvoert en welke beelden je gebruikt, bepaalt mee hoe mensen de toekomst zien.
Je zou immers evengoed fictieve artikels kunnen schrijven over een België dat zich perfect heeft aangepast aan warmere zomers. Een land met meer groen in de steden, beter geïsoleerde woningen, meer schaduwplekken en woonzorgcentra die uitgerust zijn voor hittegolven. Maar dat zijn doorgaans minder spannende verhalen.
Een stad die zich goed heeft voorbereid op een warme zomer haalt nu eenmaal minder emotie naar boven dan een scenario waarin de straten blank staan, de gewassen verdrogen en de hitte de ziekenhuizen onder druk zet.
En zo dreigen we stilaan in een nieuwe fase van de klimaatpaniek terecht te komen. Na de kleurcodes, de hittewaarschuwingen, de aftellende klimaattellers en de jaarlijkse berichten dat de strijd tegen de klimaatopwarming dringend is, krijgen we nu ook fictieve toekomstverhalen voorgeschoteld. Klimaatsprookjes, zeg maar.
Misschien sensibiliseert dat. Misschien helpt het beleidsmakers en hulpdiensten om beter voorbereid te zijn op wat mogelijk komt.
Maar het risico bestaat ook dat de Belg stilaan het gevoel krijgt dat hij niet meer in een gematigd West-Europees land woont, maar in de trailer van een rampenfilm die elk moment kan beginnen.
En dat is misschien de meest fascinerende vraag van allemaal: bereiden we mensen beter voor op de toekomst, of creëren we stilaan een permanente sfeer waarin de klimaatapocalyps altijd om de volgende hoek lijkt te wachten?