Gaza-dossier legt breuklijnen binnen N-VA bloot.
Het is hommeles binnen N-VA. De recente uitspraken van Vlaams minister Zuhal Demir over de erkenning van Palestina maken hebben de interne spanningen binnen N-VA blootgelegd. De partijtop kiest doorgaans kiest voor voorzichtigheid en uitstel, maar dat is buiten het temperament van Demir gerekend. Zij gaat nadrukkelijk voor de traditie van volksnationalistische solidariteit. Het contrast met Vlaams minister-president Matthias Diependaele, die economische belangen vooropstelt, is groot. En boven alles hangt de rol van Bart De Wever: premier, partijvoorzitter in alles behalve naam, en de man die de uiteenlopende stromingen binnen zijn partij bij elkaar moet houden.
Demir zet de toon, Diependaele op de rem
In een weekendinterview met ‘De Standaard’ sloot Demir aan bij de koers van de Franse president Emmanuel Macron: erkenning van Palestina, mits voorwaarden vervuld zijn. Als Vlaams-nationalist en Koerdische koppelde ze dat standpunt expliciet aan het recht van volkeren op zelfbeschikking. Daarmee nam ze niet enkel een persoonlijke positie in, maar gaf ze tegelijk stem aan een oude onderstroom binnen N-VA.
Boekhouder Diependaele kiest voor een tegengestelde benadering. Vanuit zijn economische portefeuille waarschuwt hij voor de gevolgen van sancties tegen Israël voor Vlaamse bedrijven en de Antwerpse diamantsector. Een ongelukkige vergelijking die hij recent maakte tussen Israël en Hamas - “wie nu de grootste smeerlap is” -leverde hem kritiek op en plaatste N-VA opnieuw in een defensieve rol.
Volksnationalisme versus realpolitik
De interne spanning is geen nieuw fenomeen. Vanuit de Volksunie erfde N-VA een traditie van steun voor volkeren die streven naar autonomie: Palestijnen, Koerden, Basken, Tibetanen. Demir plaatst zich bewust in die historische lijn.
Tegenover die reflex staat de realpolitik waar N-VA zich vandaag mee identificeert. Symbolische erkenningen zonder praktisch gevolg passen niet in het beeld van een bestuurspartij. De voorkeur gaat naar Europese coördinatie en economische berekening, eerder dan naar morele statements. Het Gaza-dossier legt die spanning tussen historische wortels en pragmatische koers scherp bloot.
De Wever als evenwichtskunstenaar
Centraal in dit spanningsveld staat Bart De Wever. Als premier moet hij in de federale regering laveren tussen coalitiepartners die snel tot erkenning van Palestina willen overgaan, en een MR die die optie categoriek afwijst. In die context kan De Wever zich geen uitgesproken stellingname permitteren: hij is verplicht de lijn van compromis en uitstel te bewandelen.
Maar tegelijk blijft De Wever ook de onbetwiste strateeg binnen N-VA. Hij beseft dat de uiteenlopende accenten in zijn partij – van Demirs volksnationalistische reflex tot Diependaeles economische voorzichtigheid – het risico dragen uit te groeien tot een openlijke breuk. Voor De Wever is de uitdaging dubbel: de regeringslogica respecteren en tegelijk intern vermijden dat N-VA uiteenvalt in twee kampen.
De Wever kent bovendien het gewicht van de Antwerpse diamantsector beter dan wie ook. Als burgemeester van de stad en jarenlang vertrouweling van de sector is hij gevoelig voor de economische argumenten die Diependaele naar voren schuift. Maar tegelijk begrijpt hij dat Demirs boodschap resoneert bij een deel van de achterban dat zich stoort aan louter pragmatische berekening.
Federale en Vlaamse spanning
Het contrast tussen de federale en Vlaamse dynamiek vergroot De Wevers spagaat. Federaal is hij verplicht om tijd te winnen, compromissen te zoeken en het dossier vooruit te schuiven. In Vlaanderen daarentegen neemt N-VA zelf de rol op van remmer tegenover CD&V en Vooruit – een rol die Demir en Van Peel met hun standpunten doorbreken.
Dat maakt De Wever tot spilfiguur in een delicate evenwichtsoefening: zijn partij bijeenhouden zonder de geloofwaardigheid van de federale regering op het spel te zetten. Elke uitspraak van Demir of Diependaele wordt daardoor onvermijdelijk ook een test voor zijn leiderschap.
Identiteit onder druk
Kamerlid Kathleen Depoorter benadrukte recent nog dat het officiële standpunt van de partij niet veranderd is: steun voor een tweestatenoplossing en erkenning van Palestina, mits Hamas ontwapend wordt. Maar achter dat formele standpunt blijft N-VA worstelen met haar identiteit.
Voor De Wever ligt hier de kern van het probleem: de partij balanceren tussen haar historische volksnationalistische wortels en haar rol als pragmatische bestuurspartij. Het Gaza-dossier toont hoe moeilijk dat evenwicht is. En hoe sterk de positie van N-VA afhangt van zijn vermogen om de breuklijnen niet te laten uitgroeien tot scheuren.
(Foto: Bert Van Den Broucke/Photo News)