Belgische politiek verdeeld over militaire steun in het Midden-Oosten.
De vraag of België militaire steun moet verlenen in het Midden-Oosten splijt de federale politiek. Nadat eerder Saudi Arabia om hulp vroeg, hebben nu ook de United Arab Emirates bij verschillende westerse partners aangeklopt. De vraag is concreet: kunnen Europese landen helpen om kritieke infrastructuur te beschermen tegen Iraanse drones en raketten?
Binnen de Belgische regering lopen de meningen uiteen. Sommigen zien een defensieve missie als een logische vorm van bondgenootschap. Anderen waarschuwen dat België zich beter niet laat meeslepen in een conflict dat snel kan escaleren.
Francken wil defensieve steun
Voor minister van Defensie Theo Francken is het uitgangspunt duidelijk. Volgens hem kan België bondgenoten niet zomaar laten vallen wanneer die onder vuur liggen.
In zijn redenering gaat het niet om deelname aan een offensieve oorlog, maar om het leveren van defensieve systemen die burgerbevolking en infrastructuur beschermen tegen raketten en drones. Francken maakt daarbij een scherp onderscheid tussen bescherming van partners en deelname aan militaire operaties van de Verenigde Staten of Israël.
Volgens de minister ligt een defensieve bijdrage bovendien binnen het kader van het internationaal recht.
De Wever: praten kan, maar geen oorlog
Ook premier Bart De Wever benadrukt dat België zich niet in een oorlog wil laten meeslepen. Volgens hem gaat het niet over het sturen van troepen naar het front, maar over het bekijken van mogelijke steun aan landen die om bescherming vragen.
De premier wijst erop dat België in verschillende internationale verbanden al verplichtingen heeft. Binnen de NATO is dat onder meer tegenover Turkey, en binnen Europese samenwerkingsverbanden bijvoorbeeld tegenover Cyprus. Wanneer bevriende staten in de Golfregio bescherming vragen, moet een regering volgens hem minstens onderzoeken of ondersteuning mogelijk is.
CD&V: voorzichtigheid eerst
Binnen CD&V klinkt een heel andere toon. Kamerlid Koen Van den Heuvel vindt dat de vraag wel bekeken kan worden, maar benadrukt dat de regering pas een beslissing kan nemen wanneer alle parameters duidelijk zijn.
Partijvoorzitter Sammy Mahdi gaat een stap verder en waarschuwt expliciet voor nieuwe buitenlandse avonturen. Volgens hem moet België lessen trekken uit eerdere militaire interventies in het Midden-Oosten.
Hij benadrukt dat steun aan NAVO-bondgenoten logisch is, maar dat België zich niet moet laten meeslepen in conflicten waarin de Verenigde Staten en Israël een centrale rol spelen. In zijn ogen ligt de prioriteit voor Europa elders: energie-onafhankelijkheid en een sterkere gezamenlijke defensie.
Vooruit: eerst de voorwaarden kennen
Ook binnen Vooruit is er weinig enthousiasme voor een snelle beslissing. Kamerlid Axel Weydts stelt dat elke mogelijke missie eerst grondig moet worden geanalyseerd.
Volgens hem moeten de doelstellingen, de duur van de operatie en vooral een duidelijke exitstrategie vooraf vastliggen.
Partijvoorzitter Conner Rousseau legt de nadruk vooral op binnenlandse prioriteiten. In zijn ogen is de Belgische regering niet verkozen om internationale conflicten op te lossen. Hij wijst er bovendien op dat geopolitieke spanningen rechtstreeks doorwerken in de energieprijzen, met gevolgen voor gezinnen en bedrijven.
Kleine partijen zien vooral risico’s
Bij de oppositiepartijen klinkt nog meer scepsis.
Volgens Peter Mertens van de PVDA heeft België niets te zoeken in een oorlog tegen Iran. In zijn analyse zou elke vorm van militaire betrokkenheid de spanningen alleen maar vergroten en de energieprijzen verder doen stijgen.
Ook Annick Ponthier van Vlaams Belang wil geen Belgische inmenging. Haar partij vindt dat de focus moet liggen op de bescherming van Belgische diplomatieke posten en burgers in de regio.
Europese strategie ontbreekt
Een bijkomend probleem is dat er op Europees niveau nog geen duidelijk gezamenlijk standpunt bestaat. Volgens verschillende parlementsleden dreigt Europa opnieuw verdeeld te reageren op een internationale crisis.
Die verdeeldheid maakt het voor nationale regeringen moeilijker om een coherent beleid te voeren.
Politieke knoop
De vraag naar Belgische militaire steun komt op een moment waarop de geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten opnieuw oplopen. Wat voor de ene politicus een logische solidariteit met partners is, ziet de andere als een gevaarlijke stap richting een conflict dat snel uit de hand kan lopen.
Voorlopig lijkt de federale regering vooral tijd te kopen. Eerst alle parameters op tafel, dan pas een beslissing.
(Foto: Shutterstock)