Regering verdeeld over missie in Straat van Hormuz.
Nu er een fragiel akkoord op tafel ligt tussen de Verenigde Staten en Iran, staat de federale regering voor een bijzonder ongemakkelijke keuze: moet België een mijnenjager naar de Straat van Hormuz sturen en daarmee bewust een risico nemen in een van de gevaarlijkste maritieme regio's ter wereld?
De discussie legt nog maar eens de breuklijnen binnen de Arizona-coalitie bloot. Waar minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot snel bereidheid toont om aan een internationale missie deel te nemen, trekt cd&v nadrukkelijk aan de noodrem. Volgens voorzitter Sammy Mahdi is het veel te vroeg om Belgische militairen in een gebied te sturen waar de situatie elk moment opnieuw kan ontploffen.
Vrede op papier, oorlog in de praktijk
Op papier lijkt de spanning tussen Washington en Teheran af te nemen. Beide landen bereikten deze week een akkoord dat de basis moet vormen voor verdere onderhandelingen. Maar voor cd&v is dat onvoldoende om Belgische militairen richting Golfregio te sturen.
De christendemocraten wijzen erop dat er nog geen sprake is van een stabiele en duurzame vrede. Integendeel. De situatie blijft bijzonder broos. Israël blijft militaire operaties uitvoeren in de regio en zowel in Teheran als Washington klinkt nog steeds oorlogstaal. Dat maakt volgens Mahdi elke militaire inzet bijzonder risicovol.
De Straat van Hormuz is bovendien geen gewone vaarroute. Dagelijks passeert er een aanzienlijk deel van de wereldwijde olie-export. Elke verstoring kan onmiddellijke gevolgen hebben voor energieprijzen, internationale handel en economische stabiliteit. Net daarom willen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk een internationale veiligheidsoperatie opzetten.
Belgische mijnenjager niet gebouwd voor raketten
België beschikt over expertise die internationaal gewaardeerd wordt. De marine heeft jarenlang ervaring opgebouwd in mijnenbestrijding. De mijnenjager Primula bevindt zich momenteel in de Middellandse Zee en kan relatief snel richting Hormuz worden gestuurd.
Maar daar wringt net het schoentje.
Een mijnenjager is ontworpen om zeemijnen op te sporen en onschadelijk te maken, niet om moderne raketten of zwermen drones af te weren. In een regio waar Iran, Israël en verschillende gewapende milities beschikken over steeds geavanceerdere aanvalsmiddelen, zou een Belgisch schip afhankelijk zijn van bescherming door bondgenoten.
De vraag wordt daardoor bijzonder concreet: hoeveel risico is België bereid te nemen voor een missie die vooral bedoeld is om de internationale scheepvaart veilig te houden?
Vooruit houdt de deur op een kier
Ook bij Vooruit klinkt geen onvoorwaardelijk enthousiasme. De socialisten erkennen dat de situatie voorlopig te onduidelijk blijft om nu al definitieve engagementen aan te gaan.
Toch sluiten zij deelname niet uit. Binnen de partij leeft het besef dat België moeilijk aan de zijlijn kan blijven staan wanneer grote Europese partners beslissen dat een internationale operatie noodzakelijk is. Zodra Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en andere bondgenoten groen licht geven, zal de druk op kleinere landen snel toenemen.
Met andere woorden: zelfs als België twijfelt, kan het diplomatiek moeilijk worden om uiteindelijk nee te zeggen.
Diplomatiek krediet opbouwen
Voor minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot ligt de afweging anders. België heeft de voorbije maanden verschillende keren geweigerd militaire steun te verlenen aan bepaalde partners in de regio. Deelname aan een maritieme veiligheidsmissie zou het land opnieuw diplomatiek gewicht kunnen geven.
Achter de schermen wordt dan ook gewacht op duidelijkheid over het mandaat van de operatie. Een internationale rechtsgrond, bij voorkeur gesteund door bestaande VN-verdragen over vrije scheepvaart, moet vermijden dat België betrokken raakt bij een open geopolitiek conflict.
Want niemand in de regering wil de indruk wekken partij te kiezen in de voortdurende machtsstrijd tussen Iran, Israël en de Verenigde Staten.
Hormuz én Israël op dezelfde regeringstafel
De discussie over de missie valt bovendien samen met een ander gevoelig dossier: het beloofde importverbod voor producten uit door Israël bezette gebieden.
Dat dossier maakt deel uit van een politiek akkoord dat maanden geleden werd gesloten na zware spanningen binnen de meerderheid. Cd&v dringt erop aan dat die afspraken eindelijk worden uitgevoerd.
Daardoor dreigt de regeringstop van komend weekend uit te groeien tot een politieke stresstest. Enerzijds ligt de vraag op tafel of Belgische marinemensen naar een potentieel conflictgebied worden gestuurd. Anderzijds moet de coalitie beslissen hoe ver ze wil gaan in haar maatregelen tegenover Israël.
Twee dossiers die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben, maar die uiteindelijk rond dezelfde fundamentele vraag draaien: hoeveel geopolitiek risico wil België vandaag nog nemen?
Voorlopig lijkt het antwoord van cd&v duidelijk. Zolang de vrede in het Midden-Oosten vooral op papier bestaat en niet op het terrein, hoort de Primula volgens de christendemocraten niet thuis in de Straat van Hormuz.
(Foto: Michel Vanneuville/Photo News)