De Wever blijft op eieren lopen in dossier-Gaza: principiële woorden, pragmatische stilte.
De internationale druk op Israël neemt toe. De wereld kijkt toe hoe een humanitaire catastrofe zich in slow motion voltrekt in Gaza. Terwijl sommige Europese landen zichtbaar hun diplomatieke gewicht inzetten, blijft België - behalve koning Filip - opvallend stil in de marge. Wie goed luistert, hoort vooral N-VA hard op de rem staan — onder het mom van politieke strategie en “verantwoordelijkheid aan de onderhandelingstafel”.
De opluchting was tastbaar toen het Israëlische leger eindelijk opnieuw vrachtwagens met voedsel en hulpgoederen toeliet in Gaza. Een noodzakelijke stap, na wekenlange blokkades. Een stap die vooral veelzeggend is over hoe schrijnend de situatie is geworden. Toch is het geen Belgisch diplomatiek succes. Integendeel, ons land speelde geen zichtbare rol in deze doorbraak. Geen bemiddelende hand, geen scherpe demarche, geen krachtig signaal. Terwijl Israël experimenteerde met droppings vanuit de lucht — goed voor gruwelijke beelden en een pijnlijk gevoel van uitzichtloosheid op de grond — bleef België netjes aan de zijlijn staan.
Zwijgen is goud
Premier De Wever – doorgaans een man van rustige vastberadenheid – liet zich in dit dossier vooral opmerken door afwezigheid. In plaats van actief druk uit te oefenen op de coalitiepartners of internationale bondgenoten, lijkt N-VA vooral de MR uit de wind te willen zetten. Het narratief dat N-VA achter de schermen ‘geruisloos’ de Franstalige liberalen tot andere inzichten probeert te brengen, blijkt volgens bronnen bij HLN een politieke fictie. Geen strijd aan de onderhandelingstafel. Geen volgehouden pleidooi voor sancties. Geen echte rug recht in de ministerraad. Wat wel? Een reeks losse uitspraken in de pers en diplomatiek vermijdingsgedrag op het moment dat er knopen moeten worden doorgehakt.
Sympathieke vriendjes
De partij kan daar strategische of ideologische redenen voor hebben. N-VA heeft al langer de neiging Israël eerder als bondgenoot te behandelen dan als staat die aan mensenrechtenverval ten onder dreigt te gaan. De verbale terughoudendheid past in een bredere lijn van sympathie voor Israëlisch veiligheidsbeleid en scepsis tegenover wat men “emotionele buitenlandse politiek” noemt. Maar dan moet men dat ook openlijk zeggen. Zeg dan dat er geopolitieke belangen spelen. Zeg dat je de relatie met Israël belangrijker vindt dan een eenzijdige veroordeling. Maar verdoezel het niet met de suggestie dat je in stilte achter de schermen het verschil maakt, terwijl de feiten het tegendeel tonen.
Waar is het politieke lef?
Wat vandaag ontbreekt in de Belgische Gaza-strategie is niet nuance, maar politieke durf. De cijfers spreken voor zich, de beelden nog veel luider. De situatie op het terrein is dermate ernstig dat er geen ruimte is voor institutioneel uitstelgedrag. In dossiers als Oekraïne of Iran toont de federale regering zich wél in staat tot gezamenlijke, duidelijke lijnen. In het geval van Gaza blijft het bij individuele verontwaardiging zonder vertaalslag naar beleid. En de partij die zichzelf bij uitstek presenteert als kracht van verandering, kiest hier opvallend vaak voor stilstand.
De conclusie is wrang, maar onvermijdelijk: N-VA verdedigt in het federale beleid de belangen van Gaza niet. En al zeker niet op een manier die Israël zou kunnen ervaren als druk of sanctie. De oproep tot nieuwe partnerschappen, tot stevige handelsstrategieën of tot Europese assertiviteit klinkt hol als diezelfde assertiviteit ontbreekt in een van de meest urgente dossiers van deze tijd.
De vraag die dus gesteld moet worden is niet of N-VA iets zegt over Gaza, maar of het iets betekent. De politiek is geen plek voor symboliek wanneer mensen creperen in ersgt denkbare omstandigheden. Morele geloofwaardigheid laat zich niet opbouwen met omfloerste persberichten. Dat geldt voor elke partij. Maar vandaag in het bijzonder voor diegenen die het verschil zouden kunnen maken — en ervoor kiezen dat niet te doen.
(Foto: Philip Reynaers/Photo News)