Voor de tweede keer deze week proberen de Verenigde Staten een nieuw ruimtevaartuig te lanceren, dat zonder mensen aan boord naar de maan en terug moet vliegen. Nog niet op de maan. Dat is voor later.
Het is de generale repetitie voor bemande maanreizen over een paar jaar. De laatste keer dat mensen daar rondliepen, was een halve eeuw geleden, in 1972, met technologie die vandaag belachelijk is. De rekenkracht van computers toen was kleiner dan die van eenvoudige smartphones vandaag.
De lancering moet gebeuren vanaf het Kennedy Space Center bij Cape Canaveral. Het zogeheten lanceervenster begint om 20.17 uur onze tijd en duurt twee uur. Na een mogelijk succesvolle lancering vliegt de raket eerst ongeveer 1,5 uur lang rond de aarde, om dan gas te geven en te beginnen aan de reis naar de maan. Over vijf tot zes weken zou hij met een plons in de Grote Oceaan moeten terugkeren op aarde.
De weersomstandigheden zijn goed. Die verouderde SLS (raket) van de grond krijgen, blijkt evenwel niet eenvoudig. Op 3 april: de raket stond klaar, de teller tikte terug, maar even voor middernacht ging het mis. De ventilatoren in het mobiele lanceerplatform weigerden dienst. Daarop blies NASA de test af.
Een dag later weer een technische fout, ditmaal bij andere kleppen. Nog eens vijf dagen later weigerde weer een andere klep dienst. Toen op 14 april ook de volgende poging mislukte − een lek in een waterstofslang ditmaal − besloot men de raket terug naar de loods te rollen voor upgrades (lees: reparaties).